Bavo Hopman
liedvertalingen
Liedvertalingen
Liedvertalingen engels
Liedvertalingen overig
Gepubliceerd en ongepubliceerd
Wie is Bavo Hopman?
Contact
De meervoudige betekenis van herdenken
De meervoudige betekenis van herdenken

 

De meervoudige betekenis van herdenken
 
B. Hopman (1)
 
 
Inleiding
     Er is in Nederland een groeiende belangstelling voor herdenkingen. Dat geldt zowel voor de reeds langer bestaande grote en kleine herdenkingen rond de Tweede Wereldoorlog als voor nieuwe vormen van herdenken, zoals herdenkingen van zinloos geweld of herdenkingen na rampen als de Bijlmerramp, de Herculesramp in Eindhoven, de vuurwerkramp in Enschede of de cafébrand in Volendam. Niet iedereen zal deze groeiende belangstelling verheugend vinden. Velen vragen zich af of het geen modeverschijnsel is of hoelang je nog door moet gaan met het herdenken van de Tweede Wereldoorlog. Misschien is er sprake van een oplevende belangstelling, als reactie op de aanvankelijke onderdrukking van herinneringen. Wellicht heeft het ook te maken met de toegenomen aandacht voor het omgaan met rouw en traumatische ervaringen.
 
     Dit artikel wil onderzoeken op welke manier herdenkingen in een behoefte voorzien, en op welke wijze herdenken zinvol kan zijn. Het doorgronden van de cultuur van herdenken vraagt om een breed perspectief. Dit artikel beschouwt enkele (cultuur-)historische, psychosociale en sociaal-maatschappelijke aspecten in een zoektocht naar betekenisgeving en geeft een aanzet tot visieontwikkeling op dit gebied. De oorspronkelijke studie (2), waarop dit artikel is gebaseerd, heeft betrekking op Nederlandse veteranen. Het artikel draagt hier nog de sporen van, al zijn vele lijnen door te trekken naar andere groepen wier leven door oorlog is getekend. 
 
Historische ontwikkelingen
     De Tweede Wereldoorlog heeft een ongekende weerslag gehad op de naoorlogse maatschappij (Lagrou, 1994). Voor Nederland was de oorlog in de eerste plaats een bezetting, die wij slechts passief konden ondergaan. Door de jaren durende bezetting vervaagde het klassieke onderscheid tussen burger en soldaat. Voor de verschillende bevolkingsgroepen had de bezetting vele gezichten, waaronder de militaire nederlaag, krijgsgevangenschap, verplichte tewerkstelling, onderduik, politieke vervolging, genocide en het vervolgen van verzetsdaden, om nog niet te spreken van passiviteit of collaboratie. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog was dan ook onvermijdelijk meervoudig.
     Toch had de naoorlogse maatschappij meer dan ooit tevoren behoefte aan één nationale herinnering aan de oorlog. De collaboratie toonde pijnlijk duidelijk aan dat nationale solidariteit een illusie was. De bevrijding die volgde was evenmin een moment van nationale triomf. De buitenlandse invasie werd verjaagd door een buitenlandse alliantie. De regering Schermerhorn-Drees deed er alles aan om een beeld van nationale eenheid te creëren: één voor Nederlands Indië en tegen Japan, één in de economische wederopbouw, één met de werkgevers en traditionele vakbonden tegen de radicale stakingen van de Eenheidsvakcentrale, één ook in de zuivering van collaborateurs. De regering stelde alles in het werk om een verkaveling van het landschap der oorlogsslachtoffers te vermijden. Daarom werden alle pressiegroepen, slachtofferverenigingen en veteranenclubs genegeerd. In de houding tegenover de nalatenschap van verzet en vervolging kreeg deze politiek twee vormen: een coherente herdenkingspolitiek rondom een nationale verzetsmythe (“een natie van helden”; vgl. Lagrou, 2000) en een homogene sociale politiek tegenover de oorlogsslachtoffers die weigerde onderscheid te maken in het specifieke lot van elke groep tijdens de bezetting. Enerzijds omdat er geen geld was en anderzijds omdat een rangorde van vaderlandse verdienste onmogelijk en onwenselijk was: het gaf blijk van een gebrek aan burgerzin om met jammerklachten voorrang te vragen op grond van verdiensten in het verleden.
     Monumenten moesten voldoen aan criteria van regionaal, politiek en levensbeschouwelijk evenwicht. Elk gedenkteken diende een opvoedende boodschap uit te dragen. Deze politiek resulteerde in een verrassende homogeniteit in de meer dan vijftienhonderd Nederlandse monumenten die de bezetting herdenken. Zij kenmerken zich door een abstracte of sociaal-realistische beeldentaal met brandende toortsen, duiven, gebroken hakenkruisen of met de gewone man of vrouw als symbool voor de hele anonieme Nederlandse bevolking. Hetzelfde streven naar homogeniteit leidde tot de opdracht aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie om één nationale en officiële bezettingsgeschiedenis te schrijven. Zowel professor de Jong als zijn boekwerk werden een instituut van nationale consensus.
     Een ander resultaat van de herdenkingspolitiek was het achterwege blijven van een rechtvaardig onderscheidingenbeleid en het ontstaan van een wankelmoedig beleid ten aanzien van het vieren van de nationale  bevrijdingsdag.                                   
     De herinnering aan de oorlog liet zich echter inpassen noch verwijderen uit de geschiedenis. De ervaringen en herinneringen van uiteenlopende maatschappelijke groepen waren onverenigbaar met elkaar en met de collectieve interpretatie. Dit had geleid tot een gedwongen scheiding tussen individuele en publieke herinneringen, want wat tussen mensen verzwegen wordt moet ieder voor zich proberen te verdringen (vgl. De Swaan, 1982, 1984 en Withuis, 1994). De Swaan en Withuis stellen dat een politiek probleem aldus verwordt tot een medisch-psychiatrisch probleem, waarbij de hulpverlening als bufferzone ging functioneren tussen de particuliere en de openbare sfeer. Schreuder geeft aan dat men, juist als de maatschappelijke erkenning uitblijft, de individuele erkenning van leed zal zoeken in het verkrijgen van uitkeringen of in het hebben van psychiatrische symptomen (Schreuder, 1994).
     In de jaren zestig raakte het strakke consensusmodel van de wederopbouw in een crisis. Ook in die tijd zouden de helden en de slachtoffers van de bezetting zich beginnen te emanciperen en onder de loodzware stolp van de nationale herinnering uit kruipen. Men was lang genoeg flink geweest en had behoefte aan erkenning en aan lintjes, maar meer nog aan erkenning van het leed dat in een kwart eeuw van nationale trots verborgen was gebleven. Er komen alsnog wetten voor de vervolgingsslachtoffers (1972) en voor het verzetsherdenkingskruis (1980). In 1977 wordt het Auschwitz-monument onthuld. In 1987 wordt de vereniging voor weggevoerde arbeiders opgericht, in 1988 het monument in Roermond voor de gevallenen in Nederlands Indië en Nieuw-Guinea. In 1990 wordt voor het eerst een veteranenbeleid geformuleerd.
     Vanaf de zeventiger jaren is er duidelijk sprake van toenemende maatschappelijke aandacht en erkenning voor de (gevolgen van) de Tweede Wereldoorlog, in films, literatuur, in monumenten, in herdenkingen en in geschiedschrijving. Daarbij valt op dat de aandacht, die aanvankelijk eenzijdig gericht was op de nationale verzetsmythe, verschuift naar de gevolgen voor de slachtoffers en naar aspecten van verantwoordelijkheid.
 
Collectieve interpretatie
     Naast de moeilijke integratie van een traumatische ervaring voor degene die dit heeft meegemaakt, wijzen Laub en Auerhahn(1994) er op dat een trauma ook cultureel gezien niet te bevatten is. Eigenlijk weet niemand wat een trauma echt is, er is ook in onze cultuur geen structuur om extreem geweld onder woorden te brengen. Zowel degenen die traumatische gebeurtenissen meemaakten als degenen die er met meer distantie naar kijken, kunnen niet werkelijk het trauma "kennen", terwijl het zich wel in alle hevigheid aandient. Shay (1994) voegt daaraan toe: “voor zover er al taal is voor het beschrijven van oorlogservaringen, is die zo shockerend dat mensen het liever niet horen”. Toch probeert men, waar vergeten onmogelijk is, individueel of collectief de gebeurtenissen te plaatsen, te interpreteren of te verklaren. Daarbij speelt de collectieve herinnering een rol. Leyersdorff (1993) zegt hierover dat het geheugen bestaat uit een samenspel tussen individueel en collectief herinneren. Withuis (1997) schrijft dat individuele herinneringen altijd in een bepaalde mate sociale herinneringen zijn, of tenminste worden beïnvloed door vormen van sociale herinnering. Zij definieert sociale herinnering als herinneringen die geconstrueerd en gedeeld of zelfs gekoesterd worden door belangrijke groepen of collectieven. De groep heeft invloed op iemands opvattingen en iemands levensperspectieven. Ervaringen vragen om interpretatie, en de interpretatie die we gebruiken hangt af van wat circuleert in de sociale context waarin iemand verkeert. Herinnering is in die zin te benoemen als "gestolde interpretatie". Als sociale opvattingen veranderen, kunnen ook herinneringen veranderen, of kunnen herinneringen bovenkomen die vergeten waren, omdat zij als het ware niet binnen het kader van de sociale herinnering pasten (Withuis, 1997). 
     De verwerking van individuele ervaringen is dus ook maatschappelijke arbeid, omdat niemand zich kan onttrekken aan circulerende opvattingen (De Swaan, 1984). Omdat de verhalen echter vaak ondraaglijk zijn, wordt overlevenden al snel het zwijgen opgelegd. Verhalen van overlevenden, van welke groep ook, confronteren de luisteraar met zijn eigen illusies van onkwetsbaarheid of morele verhevenheid. Ook wordt het westerse beeld van de mens die invloed heeft op zijn levenslot doorbroken, want een trauma is iets wat iemand overkomt en waar hij geen invloed op heeft (De Vries, 1996). Het is om deze redenen gemakkelijker een overlever het zwijgen op te leggen. Door dit zwijgen wordt het feit dat het ook om een politieke geschiedenis gaat, ontkend. De problemen ten gevolge van de lichamelijke en psychische schade en de problemen rond verantwoordelijkheid werden te vaak onderschat en stilgezwegen, waardoor secundaire traumatisering ontstaat.   
     Frank van Vree (1995) geeft in zijn bundel “In de schaduw van Auschwitz” een aantal zeer uitvoerige en gedegen analyses van de verschuivingen die in Nederland zijn opgetreden in de collectieve opvattingen en beelden over de Tweede Wereldoorlog, in de “textuur van de herinnering” aan een verleden, dat niet wil verdwijnen. Zo was er in de eerste jaren na de bevrijding nauwelijks ruimte voor de herinneringen van de joodse gemeenschap, zomin als van andere systematisch vervolgde groepen. Herdenkingen, monumenten, films en geschiedschrijving sloten aan bij de strikt nationale en politiek gesanctioneerde visie op het recente verleden. Onder het gewicht van de maatschappelijke veranderingen in de zestiger jaren kwam hier verandering in. De oorlog en de massale vernietiging werden niet langer als een geïsoleerde periode of als een breuk in de geschiedenis opgevat, maar verbonden met de politieke, morele en mentale ontwikkelingen die eraan vooraf gingen en er op volgden. Er werd een zekere continuïteit in de geschiedenis ontdekt, die ook een mede-schuldigheid aan de gebeurtenissen impliceerde. Dat is waar de historicus Finkelstein over spreekt als hij zegt: “elke regering zou zijn eigen Holocaust moeten herdenken”.
     Het zwijgen over de concentratiekampen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, wordt door sommige auteurs wel benoemd als de “conspiracy of silence”. De samenleving als geheel was niet ontvankelijk voor de ervaringen van oorlogsslachtoffers. De Swaan (1982) benadrukt dat de vragen van overlevenden sterke sociale implicaties hebben. Zij hebben namelijk meegemaakt wat mensen elkaar aandoen. De overlevenden moeten vragen beantwoorden hoe dit heeft kunnen gebeuren, en het is hiervoor noodzakelijk de ervaringen met anderen te delen. Daar kan bij aangevuld worden dat zich tussen de overlevenden ook degenen bevinden die passief zijn gebleven, de weifelaars, de collaborateurs en degenen die op een andere manier “fout” zijn geweest, en die om hun eigen redenen belang hebben bij het zwijgen. Zij willen liever niet herinnerd worden aan minder nobel gedrag. Hier is dus sprake van een bewust niet herinneren of een bewust zwijgen. In dat opzicht faciliteert het zwijgen van de slachtoffers het zwijgen van degenen die medeverantwoordelijk waren voor het aangedane leed.     
     Het gebrek aan een collectieve interpretatie of het ontstaan van een negatieve interpretatie trof ook vaak onze militairen. Veteranen van de Tweede Wereldoorlog, van de Politionele Acties in Nederlands Indië, van de oorlog in Korea, van het conflict in Nieuw-Guinea, maar ook van de latere vredesmissies (denk aan Srebrenica) kregen een uiterst koele of afwijzende ontvangst. Daardoor konden en kunnen zij hun ervaringen niet delen en ontstaat een gevoel van miskenning en isolement. Obenchain en Silver (1992) beschrijven hoe bij veteranen het eigen trauma versterkt wordt door de slechte ontvangst door de gemeenschap bij thuiskomst. Dit kan leiden tot slechte maatschappelijke integratie van veteranen.
 
Wat is herdenken?
     In Nederland is na de Tweede Wereldoorlog een belangrijke fase overgeslagen, namelijk het gezamenlijk herinneren, met ruimte voor de individuele ervaringen van diverse groepen, en met erkenning voor degenen, die het meest onder de oorlog geleden hebben. Herdenken kan niet los gezien worden van een bepaalde maatschappelijke context, waar ook de politiek, literatuur, films en het publieke debat hun invloed doen gelden. Herdenken is een universeel fenomeen en is van alle tijden (Perry, 1999). Herdenken bevat altijd politieke, morele en cultuurfilosofische standpunten (vgl. Van Vree, 1995).
     Mensen gaan na oorlogs- en andere rampzalige ervaringen op zoek naar verklaringen, naar een zekere samenhang, zin of betekenis (Maas, Altena, Barmentloo & Hopman, 1998). Dit lijkt nodig om met deze ervaringen verder te kunnen leven, het is een zoektocht naar een politieke en sociale identiteit. Welke rol speelt een herdenking hierin, en waarom kan dit belangrijk zijn?
     Ons herdenken is terug te voeren op de joodse traditie, waarin gedenken staat voor het verwerken van de herinnering. Een verhaal kan een herinnering tot leven wekken en daarmee nieuwe bevrijding scheppen, of zoals een joodse wijsheid zegt: “Vergeten is ballingschap, herinneren brengt verlossing”. Daarbij staat niet zozeer het verleden centraal, maar een bewust actief handelen met betrekking tot het verleden, gericht op de toekomst. Het gaat hierbij vooral om het trekken van consequenties uit het herinnerde en het dragen van verantwoordelijkheid. Verleden en toekomst komen zo bij elkaar. Hoewel het hier gaat om een religieuze context, is dit concept ook te gebruiken voor het herdenken. Er zijn dus twee componenten die bij gedenken belangrijk zijn: het handelen van het gedenken kent een moreel verplichtende component: het trekken van consequenties uit het verleden. Daarnaast is er sprake van een tegenwoordigstellend karakter. Hiermee wordt bedoeld dat het verleden in het hedengeactualiseerd wordt, op zodanige wijze dat het betekenis krijgt voor de toekomst.
     Waar gedenken het verleden actualiseert, daar is een herdenking een ritueel, waarin het gedenken centraal staat. Door de specifieke structuur van een herdenking wordt gedenken mogelijk. In de literatuur wordt gedenken en herdenken echter niet zo sterk gescheiden, als zou het om twee verschillende processen gaan. Gedenken lijkt een wat algemener proces, dat op zichzelf kan staan, terwijl herdenken verbonden lijkt te zijn met het deelnemen aan herdenkingen.
 
     Feijter (1990) geeft een analyse van het gedicht "Dodenherdenking" van Ida Gerhardt, en doet daarbij ook uitspraken over herdenken. In een vergelijking met de klassieke mythologie wordt herdenken vergeleken met een storm die over de rivier waait. De storm verbindt de wereld van de levenden met die van de doden. De namen van de overledenen worden als het ware "teruggebracht" naar de wereld van de levenden, en hiermee wordt de scheiding tenietgedaan. Hier is een herdenking dus benoemd als een verbinding van de overlevenden met de gevallenen.
 
 
           Dodenherdenking                    
 
           De namen der gevallenen
           die wij zo snel vergaten
           worden soms nog gezongen
           bij monde van de stormwind.
 
           Dan: Luister aan de palen.
 
           Ik hoorde het eens vervaarlijk
           onder Zalk en Veecaten-
           te zwaar haast voor de masten
           en de metalen draden.
 
           Ida Gerhardt
 
 
     Volgens De Vries (1996) heeft herdenken een functie om die leden van de gemeenschap, die extreem geleden hebben, weer op te nemen in de gemeenschap. Hier is dus sprake van een verbinding tussen de hele maatschappij en haar getraumatiseerde leden. Hierbij zou aangevuld kunnen worden dat dit ook geldt voor degenen die uitgestoten zijn vanwege hun eigen gedrag, degenen die “fout” zijn geweest. In die zin kan een herdenking een verbinding vormen tussen getroffenen aan beide zijden en daarmee tussen de rol van slachtoffer en van dader. We zien bij herdenkingen van recente rampen in Eindhoven, Enschede en Volendam dat de aspecten van verantwoordelijkheid nadrukkelijk ook in het publieke debat aan de orde worden gesteld, zij het dat de verantwoordelijkheidsvraag niet eenvoudig te beantwoorden is en niet altijd afdoende beantwoord wordt. Het is voor de betrokkenen niet eenvoudig om (in het openbaar) verantwoording af te leggen. Dit wordt dan ook vaak vermeden.
    
     Als u het hiervoor geciteerde gedicht van Ida Gerhardt nog eens zou lezen, maar nu vanuit het daderperspectief, ontstaat een heel ander gedicht. De gevallenen zijn dan niet onze dierbaren, maar degenen die gevallen zijn door onze hand. Het gedicht krijgt hierdoor een heel andere lading, het wordt een gewetensonderzoek of een aanklacht.
 
     Summerfield (1995) noemt voorbeelden van mensen, die als enige een bepaalde herinnering hadden, bijvoorbeeld van gebeurtenissen waarbij geen getuigen waren. Het bleek erg belangrijk voor hen te zijn om hier een foto van te hebben, of een naam op een gedenkplaat te vinden. Hun individuele herinnering werd daardoor een publieke herinnering. Veel overlevenden gingen op alle mogelijke manieren op zoek naar (stille) getuigen van het overlijden van hun naasten, om maar een "uiterlijk teken" te hebben van iets wat anders alleen als eigen herinnering voort zou kunnen leven. Blijkbaar is het "objectieve", gemeenschappelijke van een herinnering voor mensen belangrijk. Een herdenking is een uitgesproken moment waarin gezamenlijk herinnerd wordt. Het is belangrijk voor mensen om niet alleen te staan met de eigen herinneringen, maar deze gereflecteerd te zien in een "objectief kader". Eerder hebben we gezien dat het naoorlogse Nederland juist dit collectieve herinneren heeft onderdrukt. Openbare herdenkingen kunnen er aan bijdragen om de individuele herinneringen tot een collectieve herinnering te maken.
     Verhoeven (1997) benoemt herdenken ook als verbinding, maar dan vooral als een compromis, en wel tussenherinneren en vergeten. Vergeten is soms een noodzakelijk proces als de herinnering te pijnlijk en ondraaglijk is. Niemand kan in het leven verder zonder te vergeten, bewust of onbewust. De vraag is echter of er niet pas gezond vergeten kan worden als het verleden bewust doorleefd is. Het herdenken is daarom niet zomaar herinneren, niet zomaar terugdenken, maar een veel complexer en moeilijker proces. In feite kan herdenken zelfs als een onmogelijke opgave worden beschouwd. In feite zou herdenken alles moeten zijn: herinneren en vergeten; verdriet en troost. En dit is bij voorbaat onmogelijk. Dit betekent niet dat herdenken daarom zinloos is. Het zegt eerder dat we ons moeten realiseren dat dit erbij hoort. Dat we steeds opnieuw herdenken, omdat het als poging al betekenis geeft. De herhaling maakt het steeds anders, omdat het heden steeds verandert, en daardoor de manier van terugkijken ook.
 
     Een belangrijk aspect van herdenken lijkt dus de "verbinding" te zijn. De verbinding tussen de levenden en de gevallenen. De verbinding tussen de getraumatiseerden en de gemeenschap. De verbinding tussen verleden, heden en toekomst. De verbinding tussen het persoonlijke en het collectieve. De verbinding tussen slachtoffer en dader. Blijkbaar ligt de kracht van herdenken er in, dat schijnbaar tegengestelde zaken bij elkaar gebracht kunnen worden. Het actieve handelen en een aantal specifieke thema’s zijn hierbij van belang.
 
Thema's van overleven en slachtofferschap
     Lifton noemt vijf thema's, die karakteristiek zijn voor overleven en slachtofferschap (Lifton, 1991 en 1993). Deze thema's beïnvloeden mensen in hun leven in kleine kring (met familie, vrienden, collega's) en in het grotere geheel van de samenleving. Hij benoemt deze thema’s achtereenvolgens als de onuitwisbare indruk van groteske en absurde vormen van dood,overlevingsschuld, psychische verlamming, wantrouwen tegenover zichzelf en anderen en de opdracht van het formuleren van nieuwe levensdoelen.
     Van Iersel (1998) beschrijft hoe de door Lifton benoemde thema's doorspelen in de cultuur van het herdenken. Het eerste thema, de onuitwisbare indruk van groteske en absurde vormen van dood en doodsangst, leeft voort bij overlevenden. De traumatische herinneringen zijn verkrampt en woordarm van karakter, het ontbreekt aan verbale verhaal structuur en context. Het traumatische moment wordt steeds opnieuw beleefd. Dit noemt Van Iersel belangrijk voor het herdenken. Twee aspecten zijn hierbij van belang. Herdenken krijgt vorm in rituelen, dat wil zeggen in geobjectiveerde vormen van symbolische expressie, die juist door hun objectieve karakter een hulpmiddel kunnen zijn bij de verwerking van traumatiserende gebeurtenissen. Daarnaast gaat het ook om wat er gesymboliseerd wordt, anders gezegd, wat de thema's in de herdenking zijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om rouw om de doden, en om de rouw om de beschadiging van het eigen leven.
     Het tweede thema, die van de overlevingsschuld, heeft een betekenis omdat schuld gekoppeld kan zijn aan verantwoordelijkheid of schaamte. Een herdenking zou kunnen helpen bij het stimuleren van verantwoordelijk gedrag. Het uitdragen van ervaringen kan een bijdrage leveren aan het voorkómen van oorlogsellende.
     Voor het derde thema, de psychische verlamming, is de vraag van belang of herdenken kan helpen om het onvermogen tot symboliseren te doorbreken. Publiek herdenken is verbonden met publieke expressie van emotie, zoals het leggen van rouwkransen en het blazen van de Last Post. Bastiaans benadrukt het belang hiervan om het verleden te kunnen verwerken (Bastiaans, 1985).
     Bij het vierde thema, het wantrouwen van overlevenden tegenover zichzelf en anderen, kan herdenken ook een rol spelen. Ook hier is de stimulans van belang tot het nemen van verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag.
     Bij het vijfde thema, de vraag naar zingeving, wordt één aspect door Lifton benadrukt. Dit betreft de "finaliteit", de oriëntatie op de toekomst. Er moet een doel zijn waarnaar de overlevende streeft. Eens te meer geldt dit voor overlevenden van een situatie die zinloos lijkt. Het feit dat met een herdenking een maatschappelijke boodschap kan worden uitgedrukt, kan van belang zijn om het eigen individuele leed een plaats te geven in een groter kader. Mogelijk lijkt het gebeurde daardoor minder zinloos.
 
De zin van herdenken
     Volgens Schreuder (1995) is herdenken de mogelijkheid bij uitstek om grote gebeurtenissen en belangrijke data in de geschiedenis terug te brengen tot de persoonlijke ervaring van velen, in het besef dat persoonlijk leed de tol is van de geschiedenis en hoop de weg naar de toekomst.
     Summerfield schrijft dat herdenken een  zin kan geven aan wat gebeurd is, en een sociaal platform geeft voor het rouwen. Ook Schreuder (1995) noemt dat bij herdenken rouw centraal staat. Rouw om het verlies van dierbaren, maar ook van de eigen geschiedenis (verlies van betekenis) en van de eigen jeugd. Bij het herdenken kunnen deze persoonlijke herinneringen worden tot een collectieve herinnering. Volgens Schreuder is een herdenking enerzijds een maatschappelijke manifestatie die anderzijds kan bijdragen aan de persoonlijke verwerking. Dit laatste wordt versterkt door de ontmoetingsplaatsdie een herdenkingsbijeenkomst vormt. Werkelijk herdenken betekent geenszins een verplicht ritueel, maar wel het creëren van contactmogelijkheden.
     Bastiaans (1985) legt de nadruk op het therapeutische effect van het herdenken: "Herdenken in verband met traumatisering in het verleden is een stilstaan in denken en voelen bij een gebeuren dat een zo diepe indruk heeft achtergelaten dat de werking daarvan nimmer is verdwenen of vervlakt. Soms herdenken wij positieve ervaringen, maar meestal gaat het over gebeurtenissen die een aantasting van het bestaan inhielden. Juist dan is herdenken veel meer dan er nog eens over nadenken. Het is merkwaardig dat slechts weinig mensen beseffen wat herdenken feitelijk is. Het is niet alleen even stilstaan bij de aangrijpende gebeurtenissen van het verleden, maar het is een doorleven daarvan. Het is een er mee bezig zijn, een herbeleven, een hervoelen en daarmee ook een mogelijkheid tot verwerken van wat destijds niet verwerkt kon worden. Zonder dat blijft het verleden een onvoltooid verleden tijd."
     De Vries (1996) vindt het belangrijk dat rituelen ontwikkeld worden die emoties ordenen en zelf-hulpmogelijkheden organiseren. Hij gaat er vanuit dat dit het aanpassingsproces vergemakkelijkt. Symbolische plaatsen maken zichtbaar dat een gemeenschap bestaat uit verschillende generaties. Het helpt om leden uit de gemeenschap opnieuw met de gemeenschap te verbinden, na hun traumatische- of verlieservaringen.
     Van Iersel (2000) spreekt over de verzoening als een van de gestalten van zingeving. Hij maakt daarbij onderscheid tussen verzoening op verschillende niveaus. Op persoonlijk niveau kan de mens zich verzoenen met zijn eigen levensloop. Op het interpersoonlijk niveau kan verzoening plaatsvinden tussen slachtoffers en daders. Van Iersel waarschuwt hierbij voor ontijdige verzoening, waar bijvoorbeeld de verantwoordelijken voor oorlogsgeweld baat bij hebben, maar wat het streven naar berechting en rechtsherstel en de erkenning van de slachtoffers kan frustreren. Op groepsniveau of op nationaal niveau kan verzoening plaatsvinden tussen groepen of landen. Een verzoening die zich baseert op gedenken, verbindt verleden, heden en toekomst met elkaar. Verzoening kan van belang zijn om de schaamte te overwinnen en het eigen trauma of de levensloop op constructieve wijze af te ronden.
     Romijn e.a. (1994) noemen hierbij de dialoog tussen ouderen en jongeren: de ouderen kunnen de jeugd voorlichten over wat in het verleden gebeurd is, en de jongeren kunnen bij de geschiedenis betrokken worden, en de link leggen tussen het verleden en de huidige samenleving. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de actuele ontwikkelingen in de viering van 4 en 5 mei en in de activiteiten van de Stichting Vredeseducatie, die educatief materiaal ontwikkelt over racisme en discriminatie, dat tegenwoordig op scholen veel gebruikt wordt.
     Godee (1986) duidt aan dat het samen herdenken steun geeft, die herkenningbetekent, en wederzijdse erkenning. Vaak is er sprake geweest van zwijgen van ouders over hun oorlogsherinneringen, door sociale druk, uit onmacht om erover te praten, uit schaamte of om hun kinderen te sparen. De kinderen voelen vaak de angst van de ouders haarscherp aan, waardoor het zwijgen ook moeilijk te doorbreken is. Herdenken en het delen in de geschiedenis van de ouders, kan het overbruggen van deze kloof bevorderen.
 
Effecten van herdenken
     Voor zover bekend is er nooit onderzoek gedaan naar de invloed van herdenkingen op het leven van mensen. Wel bestaat er een onderzoek naar de effecten van ceremonies in de behandeling van getraumatiseerde veteranen in Amerika. Hier organiseert men rituele ceremonies in groepen, waaronder een herdenkingsceremonie bij het Vietnam monument. Daar schrijft men namen van omgekomen militairen op om ze daarna te verbranden. Deze ceremonie is mede bedoeld om de overleden kameraden ook werkelijk los te kunnen laten. Uit het onderzoek blijkt dat de uitwerking van deze ceremonies zeer gunstig is. Veteranen, familieleden en staf geven in grote meerderheid (resp. 92, 100 en 82%) aan dat dit onderdeel het belangrijkste en meest helpende onderdeel was in de behandeling. De ceremonies zelf blijken als emotioneel beleefd te worden, maar geen dissociaties op te roepen. Hoewel men direct na de ceremonie meer klachten heeft, zijn deze op wat langere termijn verdwenen. De veteranen die deelnamen aan de ceremonies blijken minder angst en depressies te hebben dan degenen die niet deelnamen. Concluderend zeggen deze Amerikaanse onderzoekers dat ceremonies effectieve hulpmiddelen zijn bij het verwerken van traumatische ervaringen. (Obenchain en Silver 1992, Johnson e.a. 1995).
 
Rituelen en herdenken.
     Rouwrituelen kwamen al eerder ter sprake. Een herdenking is een vorm hiervan, maar is ook meer dan dat, een rouwritueel met specifieke kenmerken. Daarom hier iets meer over rituelen.
 
Betekenis en werking van rituelen
     In elke cultuur en in elk mensenleven is er sprake van rituelen. Rituelen zijn te beschouwen als markeringspunten in het menselijk sociaal bestaan. Een mogelijke definitie is: "Een ritueel is een vaste opeenvolging van symbolische handelingen. De uitvoering van de handelingen vindt plaats volgens bepaalde (onuitgesproken) regels en in een bepaalde volgorde" (Haakma, 1989).
     Bij alle rituelen gaat het om bepaalde "onzichtbare dimensies" (religieuze of sociale opvattingen, waarden, gevoelens, verhoudingen) die vaak beter in symbolen dan in woorden kunnen worden uitgedrukt. Typerend voor rituelen is dat het middel een deel van de boodschap is. Het gaat in bijna alle gevallen om praktische handelingen die de waarden, gevoelens en opvattingen uitdrukken. Het blijkt dan ook vaak zo te zijn dat de rituele gebeurtenis zelf belangrijker is dan de interpretatie ervan.
     De functies van rituelen voor individuen en voor het sociale leven zijn te onderscheiden in een aantal aspecten. Het meest genoemd wordt het structurerende aspect. In deze betekenis is een ritueel een middel om orde en evenwicht te (her-)scheppen in het leven van individuen of gemeenschappen.
     Een ander aspect is dat rituelen gedrag en emoties kunnen reguleren, bijvoorbeeld bij dood en verlies. Een ritueel gaat om communicatie, tussen mensen onderling, of tussen mensen en een boven-empirische werkelijkheid. Mensen die geleden hebben, door verlies of traumatische ervaringen, worden op die manier weer verbonden met de gemeenschap. Rituelen kunnen ook een communicatie zijn tussen de achterblijvers en de overledenen. De overledene verlaat het rijk van de levenden, en de achterblijver krijgt een andere status. Bovendien kan men zoeken naar een opnieuw invullen van de rollen die de overledene daarvóór vervulde (De Vries, 1996).
     Communicatie in rituelen is in de eerste plaats non-verbale communicatie, aangevuld met beperkte verbale communicatie. Doordat de woorden de rituele handeling direct vergezellen en beschrijven, krijgen deze veel betekenis. Er wordt niet gecommuniceerd óver sociale verhoudingen, waarden, gevoelens enzovoort, maar zij worden in het ritueel tot uitdrukking gebracht. Perls benadrukt dat rituelen uiting geven van het verlangen van mensen om ergens bij te horen. De emotionele functie van het ritueel hangt vaak samen met de symbolische betekenis. Dit betekent dat het altijd verwijst naar andere, als belangrijk beschouwde waarden. De combinatie van het symbolische (meestal met meervoudige betekenis) en vaste regels van handelen is kenmerkend voor rituelen. De symbolen komen in rituelen voor als voorwerpen, handelingen en/of woorden.
 
De herdenking als ritueel
     Een herdenking is een bijzondere vorm van een ritueel. Alle aspecten die hiervoor beschreven zijn, vinden we terug in een herdenking van een oorlog. Het stilstaan bij gevallenen, het gezamenlijk herinneren en rouwen, en het bezinnen op het verleden om vooruit te kijken naar de toekomst. Op nationale schaal worden herdenkingen georganiseerd door een speciaal daarvoor in het leven geroepen comité en er komen deelnemers uit het hele land naar toe. Soms kennen deze herdenkingen een speciaal thema, zoals op 4/5 mei en bij de herdenking van de capitulatie van Japan.
     Een herdenking kent meestal een vaste structuur met bepaalde muziekstukken, sprekers, krans- en bloemleggingen en defilé's. De herdenking vindt meestal plaats bij een bepaald monument dat verwijst naar de gebeurtenissen waar men bij stilstaat.
     Dit is waar Van Iersel over spreekt, als hij het heeft over de geobjectiveerde vormen van symbolische expressie. Het is juist deze geobjectiveerde vorm die mensen steun geeft. Door het nationale karakter wordt het collectieve aspect bekrachtigd. Een herdenking werkt in die zin als een krachtig ritueel, waarin diverse elementen van beleving en herinnering samen kunnen komen. Het verbindende karakter van een herdenking is hierbij van belang. Lifton (1991) spreekt over de noodzaak tot symboliseren, om zo de traumatische gebeurtenis in het leven te kunnen integreren. Hierbij kan een herdenking een kader bieden.
 
Gezamenlijk herdenken als poging tot zingeving
     Iedere groep van getroffenen heeft een eigen verleden en daarmee behoefte aan een eigen erkenning om recht te doen aan die unieke ervaringen. Daarom is het van belang dat herdenkingen voldoende specifiek zijn. Ook mensen die eenzelfde ramp hebben meegemaakt hebben vaak heel verschillende ervaringen, afhankelijk van de plaats en de periode van betrokkenheid, de positie die zij bekleedden, de omstandigheden waarin ze verkeerden. Bovendien zal de herinnering aan deze ervaringen steeds veranderen in de tijd. Dit maakt in wezen iedere ervaring en ieder verhaal uniek. Toch zijn grotendeels verschillende ervaringen onder één noemer te brengen. Dit is van belang om zich niet tot individuele herdenking te beperken en de sociaal-maatschappelijke aspecten van herdenken tot uitdrukking te brengen.
     Een herdenking gaat echter ook verder dan het stilstaan bij herinnering en rouw. Een herdenking heeft een verbindend karakter. De verbindende elementen van herdenkingen kunnen zin geven aan de gruwelijke ervaringen. Daar zin geven aan ervaringen steeds opnieuw nodig is, is het herhalen van herdenkingen zinvol.
     Juist omdat mensen moeilijk kunnen leven met hun (traumatische) herinneringen, niet te verwerken rouw, schuldgevoelens, vragen rondom zingeving en met een sociaal isolement, kan het verbindende karakter van een herdenking ook troost en verlichting geven. Men staat stil bij herinneringen, zonder er over te hoeven spreken, wat moeilijk kan zijn. Ook kan een herdenking juist een ingang zijn om over de ervaringen te verhalen, waardoor dit verhaal als getuigenis een plaats kan krijgen. Door het handelende karakter van een herdenkingsritueel staat men niet louter machteloos ten opzichte van de eigen emoties. En de moeilijke persoonlijke verhalen vallen in een groter, zich steeds verder ontwikkelend maatschappelijk kader.
     Een herdenking kan een compromis zijn zoals Verhoeven dat verwoordt. Een compromis tussen herinneren en vergeten; tussen confrontatie en vermijding. We moeten ons echter ook bewust zijn van het feit dat een herdenking nooit meer dan een poging kan zijn. De betekenis van herdenken schuilt in de poging om het onmogelijke te bereiken. Daarom is ook de herhaling belangrijk. Als poging kan een herdenking recht doen aan wat mensen aan last ervaren, hierin verlichting geven en ruimte creëren voor een nieuw perspectief.
 
     Wat valt er tenslotte te zeggen over de vragen van het begin van dit artikel, namelijk of herdenkingen een modeverschijnsel zijn en hoelang je er nog mee door moet gaan. In dit artikel is duidelijk geworden dat herdenkingen een in de traditie gewortelde uiting zijn van rouw, van collectieve herinnering en van het zoeken naar betekenis en zin. Herdenken is van alle tijden. Het is dan ook van wezenlijk belang dat we blijven herdenken, waarbij noch het veroorzaakte leed, noch de aspecten van verantwoordelijkheid op de achtergrond mogen raken.


Referenties
 
*  Bastiaans, J. (1985) Isolement, bevrijding en herdenking. Sfinx, vol. 14, afl. 3, pp. 38-44.
 
*  Begemann, F.A. en Ploeg, H.M. van der (1989) Hulp aan oorlogs- en andere geweldsgetroffenen: algemeen of specifiek? Icodo-Info 89-3. Stichting Icodo, Utrecht.
 
*  Feijter, A. de (1990) Bij monde van de stormwind. Een analyse van het gedicht dodenherdenking van Ida Gerhardt. In: Schram, D.H. en Geljon, C. De verwerking van de tweede wereldoorlog in literatuur en kunst. VU uitgeverij, Amsterdam.
 
*  Godee, J.P. (1986) Kinderen van toen: Een mogelijkheid tot wederzijdse herkenning en erkenning. Icodo-info vol. 3 (1986) afl. 3 (sept.) p. 28 - 31.
 
*  Haakma, S. (red.) (1989) Rituelen. Bureau Studium Generale, Utrecht.
 
*  Iersel, Fred van (1998) Levend verleden. Bestaat er een verzoening van de herinnering? Lezing gegeven op 12 maart 1998 op de studiedag "Verzoening met herinneringen" van het OPOG, Oecumenisch Pastoraat Oorlogsgetroffenen in het BNMO-Centrum.
 
*  Iersel, Fred van (2000) Zingeving en verzoening na oorlogsgeweld: een begripsverkenning. In: ICODO-info, themanummer Zingeving na oorlogsgeweld, december 2000, 17e jaargang, nr. 4. Stichting ICODO, Utrecht.
 
*  Johnson, D.R., Feldman, S., Lubin, H. en Southwick, S. M. (1995) The Therapeutic Use of Ritual and Ceremony in the Treatment of Posttraumatic Stress Disorder. Journal of Traumatic Stress, vol. 8, no. 2. Plenum Publishing Corporation, New York.
 
*  Lagrou, P. (1994) Herdenken en vergeten: de politieke verwerking van verzet en vervolging in Nederland na 1945. Spiegel Historiael nr. 29, pp 109-115.
 
*  Lagrou, P. (2000) The Legacy of Nazi Occupation. Patriotic memory and national recovery in westrn Europe, 1945-1965. Cambridge University Press, Cambridge.
 
*  Laub, D., en Auerhahn, N.C. (1994). Kennen en niet-kennen van ernstige psychische trauma's: Vormen van traumatische herinnering. Icodo-Info: 94 -3/4, pp.55-79. Stichting Icodo Utrecht.
 
*  Leyersdorff, S. (1993) Het water en de herinnering. De Zeeuwse watersnoodramp. Meulenhoff, Amsterdam.
 
*  Lifton, R.J. (1991) Death in life. Survivors of Hiroshima. The University of Carolina Press Edition, North Carolina.
 
*  Lifton, R. J. (1993) From Hiroshima to the Nazi Doctors. The Evolution of Psychoformative Approaches to Understanding Traumatic Stress Syndromes. In: Wilson, J.P. (red) "International Handbook of Traumatic Stress Syndromes", p. 11 - 23, Plenum Press, New York en Londen.
 
*  Maas, M, A. Altena, W. Barmentloo & B. Hopman (1998) Zin in verleden, heden en toekomst. Groepsprogramma over levensloop en zingeving. Interne publicatie, BNMO-Centrum, Doorn. 
 
*  Obenchain, J. V. en Silver, S.V. (1992) Symbolic Recognition: Ceremony in an Treatment of Post-Traumatic Stress Disorder. Journal of Traumatic Stress, Vol. 5, no. 1. Plenum Publishing Corporation, New York.
 
*  Perry, J. (1999) Wij herdenken, dus wij bestaan. Uitgeverij SUN, Nijmegen.
 
*  Romijn, P. e.a. (1994) Herdenken en vieren in vrijheid: Praktische handreiking voor 4 en 5 mei. Sdu Uitgeverij, 's-Gravenhage.
 
*  Schreuder, J.N. (1994) Vergeten of weten wat wij niet weten? In: Vier wijzen van omzien. Hulpverlening voor oorlogsgetroffenen in perspectief p. 19-32. Van Gorcum, Assen.
 
*  Schreuder, J.N. (1995) Herdenken tussen herinnering en hoop. Toespraak bij de herdenkingsbijeenkomsten op donderdag 17 augustus 1995 in de Martinikerk te Groningen.
 
*  Shay, J. (1994) Achilles in Vietnam; Combat Trauma and the Undoing of Character. Maxwell Macmillan International, New York.
 
*  Summerfield, S. (1995) Raising the dead: War, reparation and the politics of memory. British Medical Journal, vol. 311 (aug.) p. 495 - 497.
 
*  De Swaan, Prof. dr. A. (1982) De mens is de mens een zorg; Opstellen 1971-1981. p.140-150, Meulenhoff, Amsterdam.
 
*  De Swaan, Prof. dr. A. (1984) De maatschappelijke verwerking van oorlogsverledens. Opstellen over de maatschappelijke, psycho-sociale en medische aspecten van de problematiek van oorlogsgetroffenen. In: Dane, J. (samengesteld door) (1984) "Keerzijde van bevrijding", Van Loghum Slaterus, Deventer, in samenwerking met Stichting Icodo, Utrecht.
 
*  Verhoeven, C. (1997) Een compromis tussen herinneren en vergeten. In: Trouw, 3 mei 1997.
 
*  Vree, F. van. (1995) In de schaduw van Auschwitz; herinneringen, beelden, geschiedenis. Historische Uitgeverij, Groningen.      
 
*  Vries, M. de (1996) Trauma in Cultural Perspective. In: Kolk, B. van der; McFarlane, A.C. & Weiseaeth, L. (ed) (1996) Traumatic Stress; The Effects of Overwhelming Experience on Mind, Body and Society. The Guilford Press, New York, London, p. 399-413.
 
*  Withuis, J. (1991). De gevoelige erfenis van de jaren '40 - '45. Icodo-info 91-1, p. 5 - 18. Stichting Icodo, Utrecht.
 
*  Withuis, J. (1994) Het verhaal van de een en het zwijgen van de ander. In: Vier wijzen van omzien. Hulpverlening voor oorlogsgetroffenen in perspectief. Van Gorcum & Comp B.V., Assen.
 
*  Withuis J. (1997) Communism as a mental survival strategy. The distortions of social memory. Lezing in het kader van het ESTSS congres, juni 1997, Maastricht.

1. Auteur is verbonden aan De Basis, een training- en  nazorgcentrum na ingrijpende ervaringen voor veteranen en andere geüniformeerden.

2. Dit artikel is een bewerking van de studie “De betekenis van herdenken” door M. Maas en B. Hopman. Voor belangstellenden is deze studie te verkrijgen bij de Basis, tel. 0343-474200, vragen naar Bavo Hopman.