Liedvertalingen Bavo Hopman

Een eigen plaats in de geschiedenis [1]


Militaire en collectieve herdenkingen in Nederland

Militairen staan van oudsher stil bij hun omgekomen kameraden. De serie Band of Brothers en de film Saving Private Ryan beginnen met beelden van veteranen die eer bewijzen aan hun gevallen strijdmakkers en stilstaan bij de herinnering aan hun lotgevallen. In de Nederlandse samenleving zijn herdenkingen talrijker geworden sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Er lijkt in Nederland sprake van een toenemende belangstelling voor herdenken, in de persoonlijke maar zeker ook in de publieke sfeer.

           
Dit artikel behandelt een aantal vragen over de wijze waarop onze samenleving haar militairen herdenkt? Herdenken is van alle tijden en komt in alle culturen voor. Het herdenken van militairen staat in een traditie, die ontstaat uit de wisselwerking tussen krijgsmacht en maatschappij. Als die betrekkingen veranderen, zal ook het herdenken van karakter veranderen. Daarom wil ik ingaan op de betekenis van herdenken in onze cultuur. Vanuit de huidige herdenkingscultuur worden aanwijzingen gevonden om in de toekomst zinvol te blijven herdenken.
 
De cultuur van herdenken in Nederland
Kleinschalige herdenkingen in kazernes, bij monumenten en (ere-)begraafplaatsen, en in dorpen en steden, bestaan al sinds mensenheugenis. Deze kleinschalige herdenkingen, bijvoorbeeld van een bepaald onderdeel, van een missie in een bepaald gebied of van de gevallenen uit een bepaalde stad, worden bijgewoond door kleine groepen direct betrokkenen en nabestaanden en hebben een tamelijk besloten karakter. Op nationaal niveau heeft zich in de tweede helft van de twintigste eeuw geleidelijk een traditie ontwikkeld in het herdenken van oorlogen en conflicten. Op dit moment kent Nederland één grote nationale herdenking op 4 mei, de herdenking voor alle gevallenen sinds de Tweede Wereldoorlog, die in de hoofdstad en daarnaast op veel plaatsen in het land wordt gehouden. Er zijn nog twee grote jaarlijkse herdenkingen op nationaal niveau en bij een nationaal monument. Ten eerste de herdenking van de capitulatie van Japan op 15 augustus (het einde van de Tweede Wereldoorlog) in Den Haag en ten tweede de herdenking van de ruim zesduizend gevallen Nederlandse militairen in voormalig Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, op 7 september in Roermond.
            Tijdens de herdenking worden de gevallenen herdacht en vindt een bezinning plaats op wat gebeurd is en de betekenis daarvan voor de overlevenden en nabestaanden. Een herdenking is daarmee in de eerste plaats een ritueel om te rouwen om degenen die omgekomen zijn. Daarnaast zijn herdenkingen te beschouwen als een uitingsvorm van onze cultuur. Andere uitingsvormen van herdenken vinden we terug in historisch onderzoek, in monumenten, in films en in de media, in musea, in de literatuur, de poëzie en de beeldende kunsten. Al deze uitingsvormen gedenken een gebeurtenis uit het verleden en stellen het verleden daarmee present. Zoals koningin Beatrix het verwoordde: “herdenken is stilstaan bij de waarden, waarvoor velen hun leven gaven (1). Herdenken kent dus vele vormen en voorziet in verschillende behoeften. Er is een aantoonbare noodzaak voor herdenken.
            De toegenomen aandacht voor herdenken is in Nederland nog jong, de landen om ons heen besteden daar over het algemeen meer aandacht aan en zijn daarmee ook eerder begonnen, namelijk na de Eerste Wereldoorlog. Een aantal landen kent ook een speciale "veterans' day". Nederland kent zo'n landelijke veteranendag nog niet, maar hij is al wel aangekondigd. De staatssecretaris van Defensie heeft in 2002 een commissie ingesteld die moet adviseren over de opzet van deze dag, die voor het eerst gevierd zal worden in 2004. Tevens is in 2003 een begin gemaakt met de uitreiking aan alle veteranen van een nieuw veteraneninsigne, dat op het burgertenue gedragen kan worden. En ook vanaf dit jaar (juni 2003) krijgen herdenkingen van vredesoperaties een eigen plek op nationaal niveau. Bij besluit van de minister van Defensie wordt in de directe nabijheid van het Indië-monument in Roermond een monument opgericht voor alle vredesoperaties. Deze voorbeelden laten zien dat er langzaamaan sprake is van een inhaalslag, gericht op erkenning en waardering, waarin het herdenken een rol speelt.
Wat de actuele Nederlandse militaire inzet betreft, is er sprake van een toenemend aantal internationale missies, die altijd een ander karakter en meestal een ander geweldsniveau hebben dan bij de traditionele oorlogen aan de orde was. Het ligt voor de hand dat ook het karakter van herdenkingen verandert. Maar laten we eerst eens wat nauwkeuriger kijken naar de kenmerken en de plaats van herdenkingen in onze maatschappij.
 

Kenmerken van een herdenking

De nationale herdenking bij het monument op de Dam in Amsterdam kent een vast ritueel en wordt volgens een strak protocol uitgevoerd. Daarbij behoren vorm- en inhoudsaspecten die sterk traditioneel bepaald zijn. De aanwezigheid van het vorstenhuis, van vertegenwoordigers van de regering en militaire autoriteiten, en ook van vele betrokken (veteranen)organisaties, kan gezien worden als een onderdeel van het ritueel. Er is een militair orkest dat het Wilhelmus en koraalmuziek of andere bezinningsmuziek ten gehore brengt, en er staat een erewacht. De erewacht staat er als een eerbetoon aan de aanwezige autoriteit, maar vervult volgens sommigen ook de rol van dodenwake, of van plaatsvervanger van de gevallenen. De gevallenen zijn symbolisch aanwezig in het monument. Er is een vlaggenwacht die zorg draagt voor het ceremonieel hijsen en neerhalen van de vlaggen. Er wordt voor de gevallenen een moment stilte in acht genomen, en er worden kransen gelegd bij het monument ter nagedachtenis. Vaak worden gedichten voorgedragen in het teken van verlies of rouw. De verschillende toespraken staan in het teken van bezinning op de betekenis van wat is gebeurd en de lessen die daaruit getrokken kunnen worden voor de toekomst. In de laatste jaren zien we dat de jongere generaties in toenemende mate actief bij de herdenking worden betrokken. Ook ontstaat er ruimte voor andere dan de traditioneel bepaalde keuzes voor muziek en teksten. Tijdens de herdenking klinkt het taptoe-signaal, tegenwoordig eventueel in combinatie met het reveille-signaal. Het geldt als algemeen eindsignaal van de dag of van de activiteit, en bij herdenkingen als het begin van het in stilte gedenken. Het reveille-signaal roept symbolisch op tot wederopstanding, van de gevallenen en van de overlevenden en nabestaanden.
            Bij de overige herdenkingen vinden we veel van deze elementen terug. Bij de kleinschalige herdenkingen wordt het militaire orkest meestal vervangen door een signaalblazer, en de autoriteit is meestal van een lagere rang. De vorm is vrijer en vaak worden kleinschalige herdenkingen gecombineerd met een reünie. De kleine herdenkingen kunnen over het algemeen veel persoonlijker zijn: de namen van de gevallenen worden opgelezen en soms wordt een zogenaamd dodenappèl gehouden, zoals bij de Korea-herdenking in Schaarsbergen. Hier melden de leden van de eenheid zich present als plaatsvervanger van de gevallenen. Voor de vermisten klinkt slechts stilte.
 
 
Collectief ritueel
Feitelijk kunnen we oorlogsgeweld meestal nauwelijks onder woorden brengen. Het is vaak zo onbegrijpelijk, en staat zo buiten onze normale beleving, dat dit nergens in past, dat we er geen woorden voor hebben. Met ingrijpende gebeurtenissen, pijnlijke herinneringen weten wij vaak geen weg. Herinneren is soms te pijnlijk en zwaar, en dan kan vergeten een middel zijn om te overleven. In een ritueel worden waarden en gevoelens tot uitdrukking gebracht, zelfs als we sprakeloos zijn en er niet gesproken wordt. Een herdenking kent, zoals gezegd, een vaste structuur en vindt plaats bij een bepaald monument dat verwijst naar de gebeurtenissen waar we bij stilstaan. De herdenking is als het ware geobjectiveerd en dat is juist wat mensen steun geeft.
 
Een herdenking als collectief ritueel draagt bij aan het omgaan met herinneringen. In herdenkingen worden symbolische verbindingen gelegd tussen schijnbaar onverzoenlijke facetten in het leven van de veteraan en zijn omgeving. Een herdenking verbindt het persoonlijke met het collectieve, verbindt overlevenden en gevallenen, verleden en toekomst. Bovendien kan een verbinding ontstaan tussen oudere en jongere generaties, tussen de gemeenschap en haar getraumatiseerde leden, tussen actieve militairen en veteranen. Deze verbindingen kunnen zin geven aan gruwelijke ervaringen, troost en verlichting bieden, en het isolement verminderen. Voor veteranen kan bovendien het uitdragen van hun ervaringen bijdragen aan het voorkómen van oorlogsellende. Door het nationale karakter wordt het collectieve aspect bekrachtigd. Een herdenking werkt in die zin als een krachtig ritueel, waarin diverse elementen van de beleving van en herinnering aan de oorlog samen kunnen komen. Het verbindende karakter van een herdenking is hierbij van belang.
 
Herdenking als uiting van de maatschappelijke visie
De nationale visie op het verleden, of de vermijding ervan, bepaalt hoe een natie met dat verleden omgaat. Daarbij maakt het uit of het een oorlog tussen landen betrof, zoals de twee wereldoorlogen, of een conflict binnen een land, zoals we toenemend zien in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ook maakt het verschil of het een oorlog op eigen grondgebied betrof, waarbij de totale bevolking sterk betrokken was, of een conflict in het buitenland, waar vooral de militairen en hun directe omgeving bij betrokken waren. Tenslotte bepalen onder andere de politieke opvattingen over de betreffende oorlog, de uitkomst ervan en de aantallen slachtoffers of er met trots of met schaamte op teruggekeken wordt (2). Al deze factoren hebben invloed op de interpretatie en de verwerking, en dus op de uitingen daarvan.
 
Oorverdovend zwijgen
In de jaren na 1945 wilde Nederland de oorlog vergeten en de schouders zetten onder de wederopbouw. De last van diverse oorlogsherinneringen kon men daarbij niet gebruiken. De algemene stemming was er een van ‘vooruit kijken’, een houding die de veteranen zelf vaak ook wilden en moesten aannemen. Daarbij was de welvaart in de naoorlogse jaren niet groot, en moest iedereen hard werken om het hoofd boven water te houden. Dit leidde tot een maatschappelijke druk om de oorlog te vergeten. Een aantal auteurs benoemde dit als een "conspiracy of silence". De samenleving als geheel luisterde niet naar de ervaringen van de veteranen, terwijl de oorlog wel een nationale gebeurtenis was, en dus vroeg om een collectieve interpretatie. In deze sfeer was er nauwelijks ruimte voor herdenken, wat gold voor 4 mei, de dodenherdenking, maar ook voor de vijfde mei als bevrijdingsdag. Deze druk om te vergeten gold des te sterker voor de militairen die naar Nederlands-Indië waren gezonden. Zij konden na terugkomst hun verhalen helemaal niet kwijt. Hier ging het bovendien in meerdere opzichten om een pijnlijke herinnering voor het land: een verkeerde politieke inschatting, de buitensporigheid van het toegepaste geweld en tenslotte de nederlaag. De ingezette militairen kwamen na de soevereiniteitsoverdracht naar Nederland, waar een zeer ongemakkelijk klimaat was ontstaan met betrekking tot de koloniale oorlog. Indië werd snel verbannen uit het collectieve geheugen, maar niet uit het individuele geheugen. Iedereen die extreme gebeurtenissen meemaakt, heeft hier zijn eigen herinneringen aan. De overlevende tracht zijn eigen belevenissen zo te ordenen dat er iets van een samenhang ontstaat, of althans een verklaring. De ervaringen vragen om interpretatie, en de interpretatie die we gebruiken hangt af van wat circuleert in de sociale context.
 
"Het is een ellendig gevoel in een gemeenschap te leven die door onbegrip niet bereikbaar is. Je zit er dan helemaal naast, vreemde in eigen huis, in eigen land" [3]
 
Men zal bij het vertellen van zijn verhaal over de oorlog (onbewust) rekening houden met het collectieve beeld ervan. Het maakt een groot verschil uit of een veteraan als bevrijder of als oorlogsmisdadiger wordt gezien door de publieke opinie. De media spelen daarbij een belangrijke, maar niet altijd onomstreden rol [4]. Een sprekend en zeer recent voorbeeld hiervan is de maatschappelijke interpretatie van het Srebrenica-drama, waar de verhalen van degenen die het meegemaakt hebben op onderdelen lijnrecht stonden tegenover bepaalde circulerende opvattingen in Nederland.
 
Waar de maatschappelijke uitwisseling ontbreekt, kan een discrepantie ontstaan tussen de grote schaal van de gebeurtenissen, en de kleine schaal van persoonlijke herinnering. Als er geen sprake is van een collectieve interpretatie die recht doet aan alle gebeurtenissen, kan de oorlog een individueel probleem worden voor wie hem hebben meegemaakt. Danieli zegt dat "sociaal zwijgen in de maatschappij leidt tot een zwijgen van de oorlogsgetroffenen zelf. Om de behoeften van getroffenen duidelijk te maken is een openbreken van dit zwijgen op nationaal niveau van belang" (5). De ontwikkeling van kennis over de ingrijpende gevolgen van traumatische ervaringen heeft in de jaren tachtig bijgedragen aan het openbreken van dit zwijgen en aan de erkenning van de positie van veteranen. 
 
Erkenning
In de Nederlandse samenleving is er op maatschappelijk en politiek niveau lange tijd nauwelijks oog geweest voor de verhalen van veteranen. Daarmee is erkenning voor wat militairen gedaan hebben lange tijd uitgebleven. Ook vandaag de dag ervaren sommige (groepen) veteranen een gebrek aan erkenning. Erkenning is in deze context op te vatten als "waardering van de maatschappij voor de inzet tijdens een uitzending". Het is van belang om oog te hebben voor de speciale taken die militairen hebben verricht en de gevolgen die hieruit kunnen voortvloeien. Het huidige veteranenbeleid erkent dit belang en pleit voor erkenning van veteranen, door onder andere de nadruk te leggen op herdenkingen en op materiële en immateriële hulpverlening. Op deze wijze kan de bijzondere rol van militairen gewaardeerd worden. Deze erkenning moet naar onze mening losstaan van de politieke legitimering van de strijd en ook van de uitkomst in de zin van overwinning of verlies, omdat dit factoren zijn die de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke militairen overstijgen. Over het algemeen misten de oudere veteranen hierbij de steun van overheid en samenleving en zijn ze daar verbitterd over. De regering heeft pas in 1995 (!), in de persoon van premier Wim Kok, toegegeven dat haar Indië-politiek onjuist is geweest, wat overigens voor de Indiëveteranen van zeer grote betekenis was. En voor de militairen van Srebrenica ging een zeer beladen maatschappelijk debat van ruim zeven jaar vooraf aan het uiteindelijke rapport van de parlementaire enquetecommissie Srebrenica. Dit rapport bracht veel helderheid over de verschillende niveaus van verantwoordelijkheid en erkende de bijna onmogelijke rol en positie van de militairen in deze tragische missie.
 
De betekenis van herdenken
Een herdenking is in de eerste plaats bedoeld als een manier om uitdrukking te geven aan gevoelens van verlies en rouw. Een herdenking waarin ruimte is voor het stilstaan bij de omgekomen kameraden kan een soort verbinding met hen tot stand brengen. Ook voor familieleden van militairen die omgekomen zijn, en voor hun kinderen en kleinkinderen is dit belangrijk. Door de namen te noemen van hen die omkwamen zijn zij als het ware weer even aanwezig. Op dat moment kunnen zij ook de plaats in de geschiedenis krijgen, waarop ze krachtens hun offer voor het vaderland recht hebben, namelijk om voor even symbolisch onsterfelijk te zijn. Dat maakt het voor achtergeblevenen mogelijk om gevoelens van verlies en rouw te beleven, en stil te staan bij de betekenis die deze mensen hadden en nog hebben.
            Een tweede betekenis van herdenken kan misschien het beste duidelijk worden als we zien wat er gebeurde na 1945, toen er gezwegen werd over oorlogservaringen. Degene die ingrijpende ervaringen heeft meegemaakt komt alleen te staan en er ontstaat verbittering en boosheid. De oorlog kan dan een oorlog in jezelf worden. In Nederland is dit onder andere gebeurd bij de Indiëveteranen, die lange tijd met hun verhaal nergens weerklank vonden en ook bij de Srebrenica-militairen. In die situaties kan herdenken het collectieve verhaal beïnvloeden, door een genuanceerder beeld neer te zetten en het verhaal achter het gebeurde te laten zien.
 
Een herdenking heeft niet louter betekenis voor degenen die de gebeurtenis aan den lijve meemaakten, maar ook voor volgende generaties. Door het gezamenlijk terugkijken en reflecteren op wat gebeurd is vanuit een steeds veranderend heden, kan een herinterpretatie ontstaan en kunnen verwachtingen, hoop en wensen voor de toekomst geformuleerd worden. En hierdoor kunnen we zin verlenen aan de ervaringen.Ook volgende generaties kunnen gebeurtenissen uit het verleden dan gedenken en meenemen voor de toekomst. In die zin kan een herdenking een verbinding vormen tussen verschillende generaties en tussen verleden en toekomst. Een herdenking blijft dan niet louter een terugdenken, maar kan oproepen tot het voelen van verantwoordelijkheid en het daarnaar leven en handelen.
            Tenslotte is een belangrijk aspect van herdenken dat we dit gezamenlijk doen. Hoewel een ieder alleen staat in zijn eigen herinneringen en verdriet, is er op het moment van herdenken een intentie om dit verdriet te delen. Dit delen van verdriet kan steun en troost bieden. Zo lieten Johnson e.a. (1995) zien dat getraumatiseerde Vietnam-veteranen het waardevol vinden dat ook familieleden de herdenking bijwonen [6]. Het blijkt belangrijk te zijn dat de omgeving ziet wat het de veteraan doet. Daardoor ontstaat meer begrip. Een herdenking kan dus een verbinding vormen tussen de mensen die gezamenlijk herdenken, vanuit welk perspectief dan ook.
 
Toekomst
Het voorgaande bracht de oorsprong, de functie, de cultuur en de betekenis van herdenken in beeld. Dat roept vragen op over herdenken in de toekomst. Wat zijn de mogelijkheden om in de toekomst op zorgvuldige wijze om te gaan met herdenken? In de eerste plaats wil ik een pleidooi houden voor een meer zichtbare cultuur van herdenken, waarbij in toenemende mate aandacht wordt besteed aan de internationale rol van Nederland en aan de gevolgen van oorlog in brede zin. Herdenkingen dragen bij aan een klimaat van openheid en reflectie, van leren van de geschiedenis en van verantwoordelijk zijn voor de toekomst. Hoe meer we de direct betrokken groeperingen actief betrekken bij de organisatie en vormgeving van herdenkingen, des te krachtiger zal de herdenking als ritueel een helende werking hebben voor het individu en het collectief. En hoe breder het maatschappelijk debat, des te meer verbinden we menselijke, politieke en militaire perspectieven.
 
In de tweede plaats wil ik aanvoeren dat het belangrijk is om herdenkingen te organiseren op twee niveaus: het nationale en het 'lokale' niveau. Op nationaal niveau kan er aandacht zijn voor de formele maatschappelijke acceptatie en erkenning, op lokaal niveau kunnen we recht doen aan de verschillende belevenissen, aan de persoonlijke betrokkenheid en herkenbaarheid. Een herdenking nodigt uit tot het afleggen van verantwoordelijkheid over politieke keuzes (of deze nu achteraf juist of onjuist waren) en biedt daarnaast individuele personen de gelegenheid tot rouw, reflectie en verzoening.
            Het is van belang om de nationale herdenking voldoende herkenbaar te maken voor alle betrokken groeperingen. De huidige herdenkingen voor vredesoperaties zijn klein, talrijk en veelvormig. Dat doet recht aan de zeer uiteenlopende ervaringen [7]. Voor vredesoperaties kan een nationale herdenking gehouden worden in aanvulling op deze kleinschalige herdenkingen. De omvang van de rouw om de omgekomen militairen zal bij deze herdenking relatief beperkt zijn, terwijl de collectieve maatschappelijke reflectie verhoudingsgewijs meer op de voorgrond kan komen te staan. Hierbij moeten de veteranenorganisaties en de politieke en militaire autoriteiten worden betrokken. Mogelijk is het in bepaalde gevallen haalbaar om ook aandacht te besteden aan getroffenen aan de andere zijde.
            Wat de vorm betreft lijkt het gewenst om het vasthouden aan traditioneel bepaalde en maatschappelijk geaccepteerde vormen te combineren met meer eigentijdse vormaspecten. Die komen in de eerste plaats tot uiting in de keuze van muziek en teksten of van militair ceremoniëel, maar bijvoorbeeld ook in de rol van de media of van het onderwijs. Tenslotte, maar niet in de laatste plaats, is het van belang voor de interpretatie en de verwerking van onzegbaar leed, dat verantwoording over ons gemeenschappelijk verleden wordt afgelegd door de regering en de militaire leiders. Pas dan kan de poging om opnieuw betekenis te geven aan het verleden leiden tot verzoening met de herinneringen.
 
[1] Dit artikel is gepubliceerd in Carré, jrg 26, nr. 4/5, 2003.
 
 

Referenties

 
[1] Kersttoespraak van koningin Beatrix, 1995.
[2] Zie ook drs. J. Schoeman (2003). Tussen schaamte en solidariteit . Carré, jrg 26, nr. 4/5.
[3] Scagliola, S.I. (2002) Last van de oorlog. De Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië en hun verwerking. Uitgeverij Balans.  p 346.
[4] Zie bijvoorbeeld: Algra, G. en J. Schoeman (2002) Om gezichtsverlies te voorkomen; het mediaperspectief op Srebrenica en Dutchbat. Carré, jrg 25, nr. 11.
[5] Danieli, Y. (ed.) (1998) International Handbook of Multigenerational Legacies of Trauma. Plenum Press, New York and London.
[6] Johnson, D.R., Feldman, S., Lubin, H. en Southwick, S. M. (1995) The Therapeutic Use of Ritual and Ceremony in the Treatment of Posttraumatic Stress Disorder. Journal of Traumatic Stress, vol. 8, no. 2. Plenum Publishing Corporation, New York.
[7] Zie ook drs. M. Elands (2003). Verkenning onder veteranen. Carré, jrg 26, nr. 4/5.