Liedvertalingen Bavo Hopman

HB Emotionele intelligentie

Sociale vaardigheden als de kroon op de ontwikkeling van emotionele intelligentie
 
Corrie Pasman richt zich op kinderen én ouders.

Ze is autodidact, moeder van hoogbegaafde kinderen, opleider en trainer. Samen met orthopedagoge Tineke Scholten verzorgt ze de training “Worden wie je bent”, een groepstraining waarin begaafde kinderen werken aan de ontwikkeling van hun emotionele en sociale vaardigheden. En vanavond behandelt ze emotionele intelligentie bij begaafde kinderen en emotioneel intelligent ouderschap. Haar publiek bestaat uit ruim zestig belangstellenden, vnl. ouders en gelukkig ook een aantal leerkrachten.

Emotionele intelligentie wordt wel omschreven als het vermogen om tot optimale resultaten te komen in de relatie met jezelf en anderen. Intelligentie kun je vergelijken met vermogen, potentie, aanleg, paardekrachten zo je wilt. Emoties zijn vergelijkbaar met rijvaardigheid en dus ook een voorwaarde voor succes. Voorbeelden van emotionele vaardigheden zijn zelfbewustzijn, zelfregulering en motivering. Deze drie zijn persoonlijke voorwaarden om sociaal vaardig gedrag te kunnen ontwikkelen. De sociale vaardigheden zijn empathie, het vermogen om je in te leven in anderen, en een aantal vaardigheden zoals contact leggen en onderhouden, omgaan met kritiek, en voor zichzelf opkomen zonder anderen te kwetsen. Aanpassen is natuurlijk ook een sociale vaardigheid, maar die krijgt in de context van hoogbegaafdheid al snel een negatieve klank. Uit de reacties in de zaal bleek ook dat er vaak sprake is van overmatige aanpassing, waar hoogbegaafde kinderen niet zelden onhandelbaar of depressief van worden.

Emotioneel intelligente ouders
Corrie Pasman heeft voor de aanwezigen een testje meegenomen over emotioneel intelligent ouderschap. De score over tien stellingen geeft een globale indruk over de vaardigheden van de betreffende ouder. Er zijn stellingen als: “Ik laat mijn kinderen merken in welke stemming ik ben” of “ik maak in mijn gezin grappen over mijn eigen tekortkomingen”. Het testje zet even de toon omtrent emotionele vaardigheden van de ouders maar wordt verder niet besproken of gebruikt in het vervolg van de avond. Het werkt meer als een eerste kennismaking of een appetizer. Het thema komt wel uitvoerig aan de orde in het verdere betoog van Pasman. Emotioneel intelligente ouders accepteren hun kind zoals het is en laten het merken dat het er zijn mag. Ze kruipen als het ware in de huid van het kind. Ze maken emoties van zichzelf en van het kind bewust en laten ze aanwezig zijn. Ze stellen actief grenzen en geven kinderen de ruimte om te leren van fouten. Ze gaan op zoek naar de innerlijke drijfveren van het kind en vragen het kind naar gedachten, gevoelens en motieven. Ze vervullen een voorbeeldfunctie als het gaat om emotioneel intelligent gedrag. Bij begaafde kinderen moet een extra vaardigheid ontwikkeld worden: leren omgaan met anders zijn. 

Uit de zaal komt de vraag naar voren wanneer een kind zichzelf is en waneer het zich aanpast of een rol speelt. Hier is natuurlijk hgeen eenduidig antwoord op te geven, maar bij de discussie komt naar voren dat er altijd sprake is van sociale rollen en dat mensen van hun ervaringen leren. Bij begaafde kinderen nemen intellect en creativiteit een belangrijke plaats in. Aanpassen kan soms erg slim en creatief zijn. Wel moeten ouders oppassen dat er geen sprake is van grote teleurstelling of angst. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak intense emoties en een hoge gevoeligheid voor prikkels. Uit het gedrag kun je vaak wel afleiden hoe ze “in hun vel” zitten. Bijvoorbeeld als het gaat om motivatie in de klas. Een kind dat storend gedrag vertoont, achterstevoren zit, veel zucht en kliert is waarschijnlijk niet erg gemotiveerd om deel te nemen aan de groepsactiviteiten. Van een kind dat aandachtig en geconcentreerd werkt, daar plezier in heeft, vragen stelt en naar de antwoorden luistert kun je vermoeden dat er sprake is van motivatie.

Luisteren
Na de pauze zijn er uitgeschreven opdrachten voor kleine groepjes. De meeste groepjes zijn druk in gesprek. Van een afstandje bezien is de motivatie erg groot, iedereen doet goed mee. Bij de plenaire reflectie blijkt dat de groepjes vooral gesproken hebben over onderwerpen die voor de deelnemers op de voorgrond stonden, en dus niet zozeer de opdrachten hebben gevolgd. Dat was natuurlijk ook een optie en getuigt van de vaardigheid om ervaringen uit te wisselen en voor zichzelf op te komen. Luistervaardigheden komen nog expliciet aan de orde, door goed te luisteren naar anderen, naar je kind, naar de leerkracht kom je dichter bij elkaar. En dat is een vorm van emotioneel intelligent met elkaar omgaan.