Liedvertalingen Bavo Hopman

 Geboren beelddenkers

We worden allemaal als beelddenker geboren. Dat is de intrigerende opening van Marion van de Coolwijk op 24 april in Wageningen voor een publiek van Pharosleden en andere geïnteresseerden. En beelddenken is veel sneller dan taaldenken. Geen wonder dat hoogbegaafden, ook na het ontwikkelen van taal en taaldenken, vaak een voorkeur handhaven voor beelddenken. Ook al is dat niet altijd de makkelijkste weg.

Wat is beelddenken eigenlijk?

“beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen. Het is een ruimtelijke manier van denken, driedimensionaal, snel en ongeordend”, aldus van de Coolwijk. Het is voor het eerst beschreven door de Nederlandse logopediste Maria Krabbe in 1935. Zij ontdekte dat er mensen waren die overwegend in beelden dachten in plaats van in taal, en ze noemde ze beelddenkers. beelddenken is snel, een mens kan 32 beelden per seconde denken tegenover twee woorden per seconde. Het is een oorspronkelijk, niet aangeleerd, zintuiglijk proces van simultaan en non-verbaal denken (denken zonder woorden). Beelddenkers associëren razendsnel, hebben vaak een goede oriëntatie en zijn zeer creatief. Ze kunnen ingewikkelde situaties snel overzien, goed verbanden leggen en heel chaotisch zijn. Denkt de beelddenker in gehelen, de begripsdenker denkt in stapjes, in onderdelen. Bij het beelddenken worden alle ervaringen in een voor de persoon logisch verband gebracht ( meerdimensionaal). Dit wordt ook wel holistische informatieverwerking genoemd. Bij het begripsmatig verwerken van kennis worden de feiten (ontdaan van alle emotie) op een rij gezet. Deze wordt ook wel sequentiële informatieverwerking genoemd.

Beelddenken contrasteert in zekere zin met taaldenken, wat een aangeleerd, verbaal proces is. Bij alle kinderen in een sociale omgeving onstaat op een gegeven moment het taaldenken en de taalontwikkeling. Niemand is dus 100% beelddenker of 100% taaldenker. Er is altijd sprake van beide mogelijkheden, maar sommige mensen denken veel sterker in beelden en anderen veel sterker in taal. Voor de beelddenkers onder u zou dit verslagje eigenlijk een beeldverhaal moeten zijn, maar u heeft de pech dat uw recensent een taaldenker is. Sterkte ermee.

Hoe herken je in een kind een beelddenker?

Beelddenkende kinderen zijn nieuwsgierige leerlingen met een brede interesse en ruimtelijk inzicht, ze hebben vaak moeite met onder woorden brengen van gedachten en hebben soms woordvindproblemen (dinges, je weet wel). Ze kunnen goed gezichten onthouden, hebben een goed geheugen voor alles wat ze zien en horen, en voelen de sfeer goed aan. Ze kunnen daarentegen veel moeilijker namen of woorden onthouden. Woorden roepen ook geen auditieve of visuele woordstructuur bij ze op. Bij het horen van het woord stoel zien ze een driedimensionale stoel voor zich, ze voelen hoe ze er op kunnen zitten of klimmen, maar ze zien niet het woordbeeld, gevormd met de letters s-t-o-e-l. Ze kunnen geconcentreerd zijn of juist heel druk en hebben vaak moeite met de tijdsstructuur (van een dag of een week). Leren lezen en automatiseren bij bijvoorbeeld rekenen, kunnen dan problemen geven.

(Waarom) is beelddenken een probleem?

Beelddenken op zich is geen probleem en beelddenkers kunnen maatschappelijk gezien heel ver komen. Beroemde beelddenkers zijn bijvoorbeeld Einstein, of dichterbij Wubbo Ockels. Je komt ze veel tegen in specifieke beroepen als architekt, kunstenaar, interim-manager, ontwerper of leerkracht. beelddenken op zichzelf is dus geen probleem, dat wordt het pas in relatie tot ons Nederlandse onderwijssysteem. Dat is namelijk analytisch en talig opgebouwd en werkt vanuit de details naar het geheel toe. Hoewel we steeds meer in een beeldcultuur leven, wordt de meeste leerstof op school nog steeds tweedimensionaal aangeboden (tekst). De geordende talige manier van werken op school sluit niet aan bij de denkwijze van de beelddenker. Daarom worden ze ten onrechte vaak voor dom aangezien. Ze blijven te lang spellen, hebben geen automatisering bij klank-tekenkoppeling en hebben dus ook een slechte woordherkenning. Daarom gaan ze anticiperend lezen, ze geven een eigen invulling aan de tekst op basis van wat ze half lezen en er verder zelf bij associëren. Bij het dictee valt op dat ze woorden vaak fonetisch opschrijven, ze schrijven op wat ze horen. Interpunctie ontbreekt, en ze hebben moeite met de volgorde van de woorden in de zin. Bij het rekenen hebben ze moeite met automatiseren van sommen onder de tien en van tafels. Ze blijven tellen of hanteren eigen rekenstrategieën en ontwikkelen dus niet genoeg snelheid. Door deze leermoeilijkheden kunnen ze een negatief zelfbeeld en/of faalangst ontwikkelen. Ze hebben meer herhaling nodig en meer aandacht van de leerkracht. Als we deze kinderen over laten gaan op beeldend leren dan gaan hun prestaties met sprongen vooruit.

Voorbereidend lezen

Een van de remedies om leerproblemen te voorkómen is voorbereidend lezen. In Denemarken, waar deze voorbereiding auditief is opgezet, ontstaat in het basisonderwijs nauwelijks of geen leesuitval. Nederland kent 15% leesuitval, waarvan 3% met zekerheid aan dyslexie is toe te schrijven. Dit leidt er ook toe dat een aantal kinderen ten onrechte voor dyslectisch wordt aangezien en een dyslexieverklaring krijgt, terwijl meer waarschijnlijk beelddenken (of eigenlijk de gehanteerde leermethode) de veroorzaker is van het leesprobleem. Deze kinderen zijn meer gebaat met een beelddenkverklaring en een passende onderwijsmethodiek. Er bestaat goed onderwijskundig onderzoek om beelddenken op te sporen en er zijn methodes die goed aansluiten bij de specifieke leerkenmerken. Daarbij gaat het in wezen om de efficiënte verwerking van (zintuiglijke) informatie.

Mindmapping

Marion van de Coolwijk en Anneke Bezem ontwikkelden de gepatenteerde methode “Beeld en Brein”, om beelddenkers effectiever, sneller en leuker te laten leren, gebaseerd op mindmapping. Beelddenkers screenen een tekst op de belangrijkste informatie in kernwoorden en verwerken die kernwoorden in een mindmap, waardoor één beeld van de betreffende leerstof ontstaat. Daardoor leer je snel teksten te lezen, begrijpen en samenvatten, en in korte tijd dingen te onthouden. Door beide hersenhelften samen te laten werken ontstaat een synthese tussen schijnbare tegenstellingen als beeld en woord, detail en geheel, logica en verbeelding. De nu ontstane kaart is makkelijk te onthouden.