Liedvertalingen Bavo Hopman

HB Hoogbegaafd en hooggevoelig

Het ene kind kan niet tegen labeltjes in de kleding of kriebelende sokken, een ander neemt het leed van de wereld op zijn of haar kleine schoudertjes, weer een ander leeft met iedereen mee. Hooggevoelige kinderen voelen meer dan de meeste andere kinderen, hun zintuigen staan op scherp, hun antennes zijn gevoeliger dan gemiddeld. Toen boswachter Henk-Jan van der Veen dit ontdekte bij zijn kinderen is hij zich in het onderwerp gaan verdiepen en heeft hij met zijn vrouw het Landelijk informatiepunt Hoog Sensitieve Kinderen (LiHSK) opgericht. Samen geven ze nu brochures en werkboeken uit en geven ze lezingen en workshops over het onderwerp, onder andere voor scholen. In Steenwijk hebben ze een verrijkingsklas opgezet voor hoogbegaafde hooggevoelige kinderen met een multi-methodisch leerstofaanbod. Voor Pharos Veluwe was het een eerste kennismaking met het onderwerp en er kwamen meer dan zestig belangstellende ouders en leerkrachten naar deze thema-avond, die op 30 oktober plaatsvond op de gastvrije  scholengemeenschap Pantarijn te Wageningen.

Hoogsensitief
Het begrip 'hoogsensitief' (of 'hooggevoelig') is relatief nieuw. Het is een vertaling van het Engelse highly sensitive, een term geïntroduceerd door de Amerikaans psychologe Elaine Aron. Zij is eigenlijk de grondlegster van het begrip hooggevoeligheid. In haar boek “The highly sensitive child” beschrijft Aron hoe bij 15-20% van alle kinderen het zenuwstelsel hoogbewust is en snel op alles reageert. Als basiskenmerken noemt Aron een grote opmerkzaamheid en een diepe innerlijke reflectie. Hooggevoelige kinderen nemen veel waar, denken hier uitvoerig over na en gaan dan pas tot actie over. Vaak wordt dit door ouders en leerkrachten gezien als behoedzaamheid, de kat uit de boom kijken. Deze kinderen raken makkelijk van slag door prikkels, plotselinge veranderingen of het leed van anderen. Het kunnen soms chaotische of onrustige kinderen zijn, of juist verlegen en volgzaam, maar dat hangt ook van de omgeving af. In ieder geval zijn ze erg gevoelig voor hun emotionele en fysieke omgeving. Hooggevoeligheid is een wetenschappelijk onderbouwde karaktereigenschap en is dus geen afwijking, stoornis of diagnose! Het gaat hier om een menselijke kwaliteit die bij sommigen sterker aanwezig is dan bij anderen en die gepaard gaat met specifieke risico's.

Henk-Jan van der Veen laat zien dat het begrip hoogsensitief duidelijk in opkomst is, ook steeds meer als kenmerk bij hoogbegaafdheid. Zo stelt bijvoorbeeld het Landelijk informatiepunt (hoog)begaafdheid primair onderwijs (hbpo): “onderpresterende hoogbegaafde leerlingen geven vaak blijk van een enorme sensitiviteit”. Het is een ruim begrip en het kan zich op verschillende manieren uiten.
Er kan sprake zijn van lichamelijke hooggevoeligheid, bijvoorbeeld via de zintuigen. Een kind is dan gevoelig voor fel licht, geluiden, smaak, aanraking. Het kan onrustig worden als de huiskamer vol mensen is of bij harde geluiden. Ook een hoge gevoeligheid voor smaak-, geur- of kleurstoffen hoort in deze categorie.
Mentale hooggevoeligheid blijkt vaak uit een diep creatief denkproces. Deze kinderen zijn creatief en fantasierijk, en hebben minder affiniteit met cognitief en routinematig leren, oefenen en herhalen. Ze zoeken vaak de zingeving in het leren en willen dit graag meer op een creatieve manier doen. Een andere eigenschap is dat het hooggevoelige kind visueel-ruimtelijk is ingesteld. Emotionele hooggevoeligheid blijkt bijvoorbeeld uit een verhoogde sfeergevoeligheid, een sterk invoelingsvermogen of het koesteren van gevoelens in de omgang met anderen. Deze kinderen denken diep na over sociale en emotionele zaken. Ze kunnen intens blij en gelukkig zijn, maar ook gereserveerd, geremd of angstig.
Spirituele hooggevoeligheid tenslotte uit zich in het besef van een zingevende context, zoals een grote betrokkenheid bij planten, dieren, de natuur of het welzijn van de wereld. Bij zo’n  5% van de hooggevoeligen is er sprake van paranormale (buitenzintuiglijke) waarnemingen.

Overlap
Vooral bij onderpresterende hoogbegaafde kinderen moet je alert zijn op de mogelijkheid van hooggevoeligheid en omgekeerd. Zelfs Elaine Aron, die vertrok vanuit de zoektocht naar hooggevoeligheid, moest toegeven dat “I had overlooked the giftedness of highly sensitive children when I was writing about them” (ik zag de begaafdheid van hooggevoelige kinderen over het hoofd terwijl ik over ze schreef). Er is dus duidelijk een overlap, maar niet alle hoogbegaafden zijn hooggevoelig. De minder sensitieve hoogbegaafden zijn veelal auditief-volgordelijk ingesteld, gericht op cognitieve uitdaging, leren vaak lineair en detailgericht, kunnen zelfstandig werken, ontwikkelen leerstrategieën en hebben 'normale' empatische vermogens.     

De hooggevoeligen zijn visueel -ruimtelijk ingesteld. Ze denken in beelden en plaatjes, ze zien eerder het grote geheel dan de details, associëren sterk en zijn beschouwend. Ze hebben moeite met leerstrategieën en hebben sturing nodig. Deze verschillen zijn deels terug te voeren op de werking van de hersenen. De kenmerken van hooggevoeligheid worden vooral beïnvloed door de rechter hersenhelft, de kenmerken van minder gevoelige mensen staan meer onder invloed van de linker hersenhelft. Hoewel de hersenhelften op veel gebieden samenwerken zou je kunnen zeggen dat bij hooggevoeligen de rechter hersenhelft dominant is.

Opvoeding en onderwijs
Uitgaande van de genoemde kenmerken van hooggevoeligheid kan nu gekeken worden naar specifieke aandachtspunten voor opvoeders en leerkrachten. Hooggevoelige kinderen zijn meer ontvankelijk voor beelden en gedrag dan voor taal. Dus zijn korte, duidelijke instructies nodig in woord en beeld of in woord en gedrag (voordoen). Het kind moet zich veilig kunnen voelen. Het kind kan sterk reageren op kritiek of plotselinge stemverheffingen, maar ook op impliciete kritiek en 'ondertonen'. Daarom is een eigen plek en een benadering met geduld zeer aan te bevelen. Vaak is het nodig om structuur aan te brengen en zuinig te zijn met het aanbieden van informatie. Teveel informatie kan overprikkelen. Ook de wijze van aanbieden van informatie is van belang. Zo is ons onderwijs bijvoorbeeld erg 'talig' en van detail naar geheel (letter-woord-zin) geordend. Daarom kan het erg helpen om de informatie visueel-ruimtelijk aan te bieden, bijvoorbeeld in plaatjes, overzichten of film. Verder is het belangrijk om deze leerlingen uitdaging te bieden in de vorm van creatieve werkvormen, zoals verhalend ontwerpen of filosoferen. Ook de plek waar het kind zit in de klas kan een groot verschil maken. Een kind dat op de voorste rij zit moet zich in veel bochten wringen om de hele klas te blijven overzien en kan zich niet afschermen. En soms zijn er gewoon te veel geluiden en andere prikkels. Het gaat steeds over de vraag “hoe blijft het kind overeind in een overweldigende wereld?” 

Vragen
Uit de vragen van het publiek blijkt duidelijk dat de aanwezige ouders en leerkrachten te maken krijgen met de complicaties van hooggevoeligheid. Kinderen worden angstig, doordat zij diep nadenken over minder leuke gebeurtenissen, falen telkens met AVI-lezen, struikelen over leerstrategieën, zijn chaotisch of druk of kunnen niet slapen. Henk-Jan geeft veel praktische tips voor ouders en leerkrachten en benadrukt sterk dat het vaak een kwestie is van goed naar het kind luisteren. Een kind dat niet kon slapen bijvoorbeeld, bleek bij doorvragen last te hebben van de geluiden van het huis, zoals het kraken van de zolderbalken, het geluid van de leidingen, een vogel op het dak, een tikkende dakgoot. Als de oorzaak eenmaal duidelijk is kunnen sommige misschien verholpen of -nog belangrijker- van angstige associaties ontdaan worden. Voor mensen die echt begeleiding zoeken bij het hanteren van hooggevoeligheid zijn er bureaus en therapieën beschikbaar. Dit is een erg recente ontwikkeling en over de kwaliteit kunnen daarom nog geen uitspraken gedaan worden.