For he shall give his angels charge

Felix Mendelssohn (Elijah)

For he shall give His angels charge over thee;
that they shall protect thee in all the ways thou goest;
that their hands shall uphold and guide thee,
lest thou dash thy foot against a stone.

Want hij stelt zijn engelen over u aan;
dat zij u beschermen, waar u ook gaat;
zij zullen op handen u dragen,
dat gij niet uw voet stoot aan een steen; 

Love is a sickness

Samuel Daniel / Ralph Vaughan Williams

Love is a sickness full of woes,
All remedies refusing;
A plant that with most cutting grows,
Most barren with best using,
Why so?

More we enjoy it, more it dies;
If not enjoy’d, it sighing cries —
Hey ho!

Liefde is een ziekte vol pijn,
Geen kruid tegen gewassen;
Deze plant vindt snoeien erg fijn,
Overmatig gebruik geeft uitwassen. 
Waarom?

Hoe meer we haar smaken, des te eerder zij vlucht;
Maar als we verzaken, dan huilt ze en zucht.
Hey ho!

My soul, there is a country

Henry Vaughan / Hubert Parry

My soul, there is a country
Far beyond the stars,
Where stands a winged sentry
All skilful in the wars;

There, above noise and danger
Sweet Peace sits crown’d with smiles
And One, born in a manger
Commands the beauteous files.

He is thy gracious Friend
And — O my soul, awake! —
Did in pure love descend
To die here for thy sake.

If thou canst get but thither,
There grows the flow’r of Peace,
The Rose that cannot wither,
Thy fortress and thy ease.

Leave then thy foolish ranges,
For none can thee secure
But One who never changes,
Thy God, thy life, thy cure.

Mijn ziel, er is een land
Ver weg voorbij de zonnetijd,
Daar staat een wachter heel galant
En vaardig in de strijd;

Daar, ver van gevaar en gebral
Zit de lieve vrede met stralende gebaren
En Eén, geboren in een stal
Beveelt de prachtige scharen.

Hij is jouw genadige vrind
En – o mijn ziel, ontwaak! –
Daalde liefdevol neer als godenkind
Om hier te sterven voor jouw zaak.

Als je ginds kunt komen,
Daar bloeit de vredestijd,
De roos die niet verwelken kan,
Jouw fort en heerlijkheid.

Verlaat dan je dwaze rijen,
Want jou beveiligen kan niemand
Behalve Eén boven alle partijen,
Je God, je leven, je Heiland.

Over the rainbow

Harold Arler / Yip Harburg

Zingbare hertaling

Over the rainbow

When all the world is a hopeless jumble
and the raindrops tumble to the ground (all around)
heaven opens a magic lane.
When all the clouds darken up the skyway
there’s a rainbow highway to be found
leading from your window pane
to a place behind the sun
just a step beyond the rain.

Somewhere, over the rainbow, way up high,
There’s a land that I heard of once in a lullaby.
Somewhere over the rainbow, skies are blue,
and the dreams that you dare to dream really do come true.

Someday I’ll wish upon a star
and wake up where the clouds are far behind me.
Where troubles melt like lemon drops,
away above the chimney tops,
That’s where you’ll find me.

Somewhere, over the rainbow, bluebirds fly,
birds fly over the rainbow, why then, oh, why can’t I?
If happy little bluebirds fly
beyond the rainbow
Why oh, why can’t I?

Aan het einde van de regenboog

Als heel de wereld zich tegen jou keert
en de regen laat geen draad meer droog
dan verschijnt er een lichtfontein.
Als alle wolken het donker maken
dan is er soms toch een regenboog
lopend van je raamkozijn
naar een plek achter de zon
weg van alle sacherijn.

Achter regenboogkleuren, ver en hoog,
Ligt een land waar ik heen wil, onder de hemelboog
Ja, daar achter de wolken, zonneklaar
En je dromen, je stoutste dromen die worden waar

Als ik een wens zou mogen doen
dan woonde ik daarginds met al mijn vrinden.
Waar moeilijkheden niet bestaan
Ver bij de stad en stank vandaan
Kun je me vinden.

Achter regenboogkleuren, vogelvrij
vliegen vogels in vrijheid rond, dus waarom niet wij?
Zijn blijde kleine vogels vrij
achter de wolken
Dus waarom niet wij?

Apri le luci

Antonio Vivaldi

Apri le luci e mira il mio costante affetto. 
Per te il mio cor sospira e non l’intendi ancor. 
E in tacita favella co’ soli miei sospiri, ti scopro, 
oh dio, la bella fiamma che m’arde il cor.

Open je ogen, zie mijn voortdurende smachten.
Mijn hart zucht naar jou, nog blind voor mijn smart.
En alleen zwijgend en zuchtend toon ik jou, in het wachten,
de vurige vlam die -o god- brandt in mijn hart. 

Do you not know…

Thomas Morley

Do you not know how Love lost first his seeing?

Because with me once gazing

On those fair eyes, where all powers have their being:

She with her beauty blazing,

Which death might have revivèd,

Him of his sight and me of heart deprivèd.

Weet je niet hoe men de Liefde ooit blind verklaarde?

Omdat toen ik ooit in die kristalheldere ogen staarde,

Waarin verzameld waren alle machten der aarde, 

Zij haar schitterende schoonheid openbaarde,

Die de dood zou doen herleven,

Zijn zicht en mijn hart zich gewonnen liet geven.

Schein uns, du liebe Sonne

Anoniem XIe eeuw / Arnold Schoenberg

Schein uns, du liebe Sonne

Schein uns, du liebe Sonne
gib uns ein hellen Schein!
Schein uns zwei Lieb zusammen
Die gern beinander sein.

Dort fern auf jenem Berge
Leit sich ein kalter Schnee.
Der Schnee kann nicht zerschmelzen
denn Gotts Wille muß ergehn.

Gotts Will der ist ergangen,
zerschmolzen ist der Schnee,
Gott gsegn euch Vater und Mutter,
ich seh euch nimmermehr

Laat je licht schijnen, lieve zon

Laat je licht schijnen, lieve zon
geef ons een lichte schijn!
Breng twee geliefden samen
die graag tezamen zijn.

Daar boven op die bergen
daar ligt de sneeuw zo koud.
die sneeuw die kan niet smelten
want God’s wil is ons behoud.

God’s wil is geschied,
gesmolten is de sneeuw,
vader, moeder, God zegene jullie,
ik zie jullie nooit meer.

Il tango delle capinere

Bixio Cherubini / Cesare Andrea Bixio

Zingbare hertaling

Deze Italiaanse tango verhaalt over de “capinera’s” in het verre Arizona. Capinera is een zangvogel, in het Nederlands ‘Zwartkop’. Duizend van deze zangvogels gaan zingen bij de klank van een gitaar. Maar in de Italiaanse literatuur is capinera ook een meisje. In dat verre land zijn de meisjes vrijer, gewilliger, de Italiaanse meisjes zijn meer terughoudend. Dat is de strekking van het begin van deze tango: wie zijn geluk zoekt die vindt daar de liefde. De tekst van dit lied is sensueel, passend bij het sensuele karakter van de tango, en bevat veel erotisch / verhullend taalgebruik, wat we graag in de vertaling behouden.
In het Nederlands hebben we maar één zangvogel die ook een meisje is: Merel.

Il tango delle capinere

Laggiù nell’Arizona
Terra di sogni e di chimere
Se una chitarra suona
Cantano mille capinere
Hanno la chioma bruna
Hanno la febbre in cuor
Chi va cercar fortuna
Li troverà L’amor

A mezzanotte va
La ronda del piacere
E nell’oscurità
Ognuno vuol godere
Son baci di passion
L’amor non sa tacere
E questa è la canzon
Di mille capinere

Il bandolero stanco
Scende la sierra misteriosa
Sul suo cavallo bianco
Spicca la vampa di una rosa
Quel fior di primavera
Vuol dire fedeltà
E alla sua capinera
Egli lo porterà

De tango van de merels

In warme verre streken
Landen met zwoele luchtkastelen
Als één gitaar gaat spelen
Hoor je hier minstens duizend merels
Met mooie bruine lokken
En met de koorts in het hart
Wie daar geluk gaat zoeken
Die vindt de liefdesstart

Het nachtelijk avontuur
De tijd om te flaneren
Juist op dat duistere uur
Wil iedereen begeren
Met kussen vol van vuur
De liefde trekt de kerels
En zo weerklinkt het lied
Van duizend mooie merels  

Een zwaar vermoeide ridder
Rijdt als een duvel uit een doosje 
Zijn witte paardje draagt hem
Schitterend gloeit zijn rode roosje
Die lentebloem wil zeggen
Ik hou altijd van jou
En voor zijn eigen merel
Draagt hij dat roosje trouw.

Degli occhi Il dolce giro ——- Occhi dolce e soavi

Luca Marenzio

Degli occhi Il dolce giro

Degli occhi il dolce giro
E’l guardo ond’ardo s’io miro sospiro
E s’io no’l miro partir o fuggire,
partir o fuggire, partir o fuggire
Non so voglio morire, voglio morire.

Di gioia or chi mi priva
Ch’io moro, adoro, una Diva ch’è schiva
Pietà omai se non ch’ardendo e struggendo,
ch’ardendo e struggendo, ch’ardendo e struggendo
Vivrò sempre e piangendo, sempre e piangendo.

Amor deh, dammi pace
Ch’invero io pero e la face mi sface
O da gli occhi col dardo forte in sorte,
dardo forte in sorte, dardo forte in sorte
Ormai mi dona morte, mi dona morte.

De zachte ronding van je ogen

De zachte ronding van je ogen
en je verzengende blik, als ik begerig kijk
om niet te kijken moet ik weggaan of vluchten,
weggaan of vluchten, weggaan of vluchten
ik weet niet of ik wil sterven, of ik wil sterven.

Wie rooft nu mijn geluk
ik ga dood, ik aanbid een afkerige diva 
Heb medelijden als ik ooit verbrand en verga,
verbrand en verga, verbrand en verga
Ik zal altijd in tranen leven, in tranen leven

Ach lief, geef me rust
want ik ga waarlijk ten onder en mijn gezicht smelt
De sterke pijl van jouw ogen is mij noodlottig,
is mij noodlottig, is mij noodlottig
Geef mij nu de eeuwige rust, de eeuwige rust.

Occhi dolce e soavi

Occhi dolci e soavi,
Ch’avete del mio afflitto cor le chiavi,
Non mi perseguitate,
Ch’ho gelosia del sol che voi mirate.

Celatemi la luce
Ch’eternamente a pianger mi conduce,
Pur ch’ad altri si cele,
In tenebre vivro lieto e fidele.

Lieflijke zachte ogen

Lieflijke zachte ogen,
die de sleutel bezitten tot mijn gekwelde hart,
achtervolg mij niet,
want ik ben jaloers op de zon die je uitstraalt.

Verberg voor mij het licht,
dat me voor altijd doet lijden,
want voor de anderen verborgen,
zal ik in het duister blij en trouw leven.

Nicolette

Maurice Ravel

Nicolette, à la vesprée,
s’allait promener au pré,
cueillir la paquerette,
la jonquille et le muguet.
Toute sautillante, toute guillerette,
lorgnant ci, là, de tous les côtés.

Rencontra vieux loup grognant
Tout hérissé, l’oeil brillant:
“Hé là! Ma Nicolette,
viens-tu pas chez Mère-Grand?”
A perte d’haleine, s’enfuit Nicolette,
laissant là cornette et socques blancs.

Rencontra page joli,
chausses bleus et pourpoint gris:
“Hé là! Ma Nicolette,
veux-tu pas d’un doux ami?”
Sage, s’en retourna, pauvre Nicolette
très lentement, le coeur bien marri.

Rencontra seigneur chenu,
Tors, laid, puant et ventru:
“Hé là! Ma Nicolette,
veux-tu pas tous ses écus?”
Vite fut en ses bras, bonne Nicolette,
jamais au pré n’est plus revenu.

Nicolette ging, tijdens de vespers
wandelen in de weide,
om madeliefjes te plukken,
sleutelbloemen en lelietjes van dalen,
huppelend en uitdagend
en spiedend naar alle kanten.

Ze zag een oude grommende wolf;
met fonkelende ogen en zijn haren overeind:
“Hé daar, Nicolette,
wil je niet met mij naar je grootje gaan?”
Nicolette vluchtte buiten adem weg
en verloor haar kapje en haar witte klompjes.

Ze trof een aardige jongen
in blauwe broek en grijze kiel:
“Hé daar, Nicolette,
wil je niet mijn liefje zijn?”
Maar de arme Nicolette ging kuis verder,
héél langzaam, met bloedend hart.

Ze ontmoette een grijze heer,
een mismaakte, stinkende, lelijke dikzak:
“Hé daar, Nicolette,
wil je niet al mijn glimmende geld?”
De verstandige Nicolette wierp zich vlug in zijn armen.
Nooit is ze meer naar de weide teruggegaan.