Rozette

J.P. Sweelinck

Rozette, pour un peu d’absence
vôtre coeur, vous avez changé,
et moi, sachant cet inconstance,
le mien d’autre part j’ai rangé.
Jamais plus beauté si légère
sur moi tant de pouvoir n’aura.
Nous verrons, volage bergère,
qui premier s’en repentira.

Tandis qu’en pleurs je me consume,
maudissant cet éloignement,
vous, qui n’aimez que par coutume,
caressiez un nouvel amant.
Jamais légère girouette
au vent sitôt ne se vira:
nous verrons, bergère Rozette,
qui premier s’en repentira.

Où sont tant de promesses saintes,
tant de pleurs versés en partant?
Est-il vrai que ces tristes plaintes
sortissent d’un coeur inconstant?
Dieux que vous êtes mensongère,
maudit soit qui plus vous croira!
Nous verrons, volage bergère,
qui premier s’en repentira.

Celui qui a gagné ma place
ne peut vous aimer tant que moi.
Et celle que j’aime vous passe
de beauté, d’amour et de foi.
Gardez bien vôtr’ amitié neuve,
la mienne plus ne varira.
Et puis nous verrons à l’épreuve
qui premier s’en repentira.

Rozette, je was niet zo aanwezig meer
en anders dan normaal,
ik voel deze wankelmoedigheid meer,
en weet dat ik bakzeil haal.
Nooit meer zal vluchtige schoonheid
mij zo naar het hoofd stijgen.
We zullen zien, herderin van wispelturigheid,
wie als eerste spijt zal krijgen.

Terwijl ik met mijn tranen vecht,
en deze verwijdering vervloek
kom jij, aan gewoonte gehecht,
met een nieuwe minnaar uit de hoek.
Nooit zal zo’n lichtzinnige pirouette 
iemand meer zo op de kast krijgen:
we zullen zien, herderin Rozette,
wie als eerste spijt zal krijgen.

Waar zijn ooit zoveel heilige beloften gedaan,
zoveel tranen vergoten bij een vertrek?
Is het waar dat zo’n droef bestaan
voortkomt uit gevoelsgebrek?
God, wat ben jij leugenachtig,
vervloekt hij die jouw troon zal bestijgen!
We zullen zien, herderin zo onwaarachtig,
wie als eerste spijt zal krijgen.

Hij die mijn plaats heeft ingenomen,
kan niet zoveel van je houden als ik heb gedaan.
En bij haar van wie ik houd in mijn dromen
kom jij in schoonheid, liefde en trouw achteraan.
Laat je nieuwe vriendschap je niet bedroeven,
mijn liefde is niet stuk te krijgen.
En dan zullen we beproeven
wie als eerste spijt zal krijgen.

O primavera / O dolcezze

Guarini / Schütz

O primavera, gioventù dell’anno,
bella madre de’ fiori,
d’erbe novelle, e di novelli amori;
tu torni ben,
ma teco non tornano’i sereni,
e fortunati dì, delle mie gioie,
tu torni ben, tu torni
ma teco’altro non torna
ché del perduto mio caro tesoro
la rimembranza misera e dolente
tu ben sei quella
ch’eri pur dianzi si vezzosa e bella.
Ma non son io quel che già un tempo fui,
sì caro a gli occhi altrui.

O dolcezze’amarissime d’amore
quanto’è più duro perdervi
che mai non v’haver
ò provate’ò possedute
come saria l’àmar felice stato
se’l già goduto ben non si perdesse
o quando’egli si perde
ogni memoria’ancora del deliguato ben
si dileguasse!

O lente, jeugd van het jaar,
lieflijke moeder van bloemen,
van grassen, en van nieuwe liefdes;
je komt weliswaar terug,
maar met jou keert niet terug
mijn zuivere en fortuinlijke geluk;
Je komt weliswaar terug, 
maar alleen maar met de ellendige
en droevige herinnering
aan het verlies van mijn dierbare schat.
Je bent nog steeds
zoals je eerder was, zo bekoorlijk en mooi.
Maar ik ben niet meer zoals ik ben geweest,
zo geliefd in de ogen van een ander.

O bitterzoete liefde,
hoeveel moeilijker is het om je te verliezen
dan om je nooit gekend te hebben.
O hoe gelukkig zou de liefde zijn
als je de geliefde
niet kon verliezen,
of als je alle herinneringen
zou vergeten na het verlies
van je lief!

Gute Nacht

Rückert / Schumann

Die gute Nacht, die ich dir sage,
Freund, hörest du:
Ein Engel, der die Botschaft trage,
geht ab und zu.
Er bringt sie dir, und hat mir wieder
den Gruß gebracht:
Dir sagen auch des Freundes Lieder
jetzt gute Nacht.

Ik wens je goede nacht,
vriend, hoor je mij:
de engel die de boodschap bracht
komt steeds voorbij.
Hij brengt hem jou, en heeft mij weer
de groet teruggebracht:
mijn lied voor jou zegt keer op keer
nu goede nacht.

Come away sweet love

Anon / Chatman

Come away, sweet love, and play thee,
lest grief and care betray thee,
Fa la la…
Leave off this sad lamenting
and take thy heart’s contenting.
The nymphs to sport invite thee,
and running in and out delights thee.
Fa la la…

Kom lief, kom buiten spelen,
In plaats van je vervelen.
Fa la la…
En hou je tranen binnen,
jouw hart verzet je zinnen.
Laat jeugd en schoonheid razen,
spel brengt je in extase.
Fa la la…

Golden slumbers kiss your eyes

Dekker / Chatman

Golden slumbers kiss your eyes,
Smiles await you when you rise.
Sleep,
Pretty baby,
Do not cry,
And I will sing a lullaby.

Cares you know not,
Therefore sleep,
While over you a watch I’ll keep.
Sleep,
Pretty darling,
Do not cry,
And I will sing a lullaby.

Gouden sluimer zonder zorgen,
’n glimlach wekt je in de morgen;
huil niet meer,
kleintje,
slaap maar fijn,
ik zing voor jou een liedekein.

Heb geen zorgen,
slaap maar zacht,
zorg houdt over jou de wacht;
huil niet meer,
kleintje,
slaap maar fijn,
ik zing voor jou een liedekein.

When daisies pied and violets blue

Shakespeare / Chatman

When daisies pied and violets blue
And lady-smocks all silver white,
And cuckoo-buds of yellow hue,
Do paint the meadows with delight,
The cuckoo, then on ev’ry tree
Mocks married men, for thus sings he,
Cuckoo,
Cuckoo, cuckoo: o word of fear,
Unpleasing to a married ear.

When shepherds pipe on oaten straws,
And merry larks are ploughmen’s clocks,
When turtles tread, and rooks, and daws,
And maidens bleach their summer smocks,
The cuckoo, then on ev’ry tree
Mocks married men, for thus sings he,
Cuckoo,
Cuckoo, cuckoo: o word of fear,
Unpleasing to a married ear.

Als blauwe viooltjes en bonte madelief,
en witte jurken, zwoele geuren
en boterbloemen geel en lief,
de velden met verrukking kleuren,
dan tart de koekoek echtgenoten,
uit iedere boom zo nagefloten:
koekoek,
koekoek, koekoek: o roep vol angst,
en de gehuwden zijn het bangst.

Als herders pijpen op hun fluiten,
de leeuwerik slaat etenstijd,
een tortel draait, koert en verleidt,
en meisjesjurkjes spelen buiten,
dan tart de koekoek echtgenoten,
uit iedere boom zo nagefloten:
koekoek,
koekoek, koekoek: o roep vol angst,
en de gehuwden zijn het bangst.

As torrents in summer

Longfellow / Elgar

As torrents in summer,
Half dried in their channels,
Suddenly rise,
tho’ the sky is still cloudlesss.
For rain has been falling.
Far off at their fountains;

So hearts that are fainting
Grow full to o’erflowing,
And they that behold it,
Marvel, and know not
That God at their fountains
Far off has been raining!

Zoals het wilde water zomers,
in een half verdroogde bedding
plotseling stijgt,
zonder een wolkje aan de lucht,
omdat het ver weg bij de bron
geregend heeft;

zo kan een verschrompeld hart
volledig overstromen,
tot verwondering van de omstanders,
want ze weten niet
dat God de bron ver weg
beregend heeft.

What shall I do

Thomas Betterton / Henry Purcell

What shall I do to show how much I love her?
How many millions of sighs can suffice?
That which wins other hearts, never can move her,
Those common methods of love she’ll despise.

I will love more than man e’er lov’d before me;
Gaze on her all the day, and melt all the night;
‘Till for her own sake, at last she’ll implore me,
To love her less, to preserve our delight.

Since gods themselves could not ever be loving,
Men must have breathing recruits for new joys;
I wish my love could be ever improving,
Though eager love more than sorrow destroys.

In fair Aurelia’s arms leave me expiring,
To be embalm’d by the sweets of her breath;
To the last moment I’ll still be desiring;
Never had hero so glorious a death.

Hoe kan ik haar toch ooit mijn liefde tonen?
Hoeveel miljoenen zuchten zullen volstaan?
Gewoon verleiden zal bij haar niet lonen,
met dat gewone heeft ze afgedaan.

Ik zal haar meer dan wie dan ook beminnen;
staren de hele dag, smelten de hele nacht;
tot ze mij smeekt, omwille van haar zinnen,
om rustig aan te doen, opdat genot ons wacht.

De goden zelfs konden niet onophoudelijk minnen,
’t is dat men na een adempauze meer geniet;
‘k zou willen dat mijn liefd’ aan kracht zou winnen,
schoon gretigheid meer stukmaakt dan verdriet.

Mocht ik mijn einde vinden in Aurelia’s armen,
gebalsemd worden door haar adem zoet;
aan het eind van mijn verlangen haar erbarmen;
nooit had een hoofdpersoon zo’n glorieuze doet.

Nymphs and sheperds

Thomas Shadwell / Henry Purcell

Nymphs and shepherds, come away,

In this grove let’s sport and play;

For this is Flora’s holiday,

Sacred to ease and happy love,

To music, to dancing and to poetry.

Your flocks may now securely rest

While you express your jollity!


Nymphs and shepherds, pipe and play,

Tune a song, a festal lay;

For this is Flora’s holiday,

Sacred to ease and happy love,

To music, to dancing and to poetry.

Then trip we round with merry sound,

And pass the day in jollity!

Nymphen en herders, kom nu maar,

laten we spelen in het bosje daar;

want dit is Flora’s feestaltaar,

gewijd aan verstrooing en liefde vrij,

aan muziek en dans en poëzij.

Je kudde is nu veilig en gerust

terwijl jij uitgelaten kust!


Nymphen en herders, speel nu maar,

zing een lied, maak een feest met elkaar;

want dit is Flora’s feestaltaar,

gewijd aan verstrooing en liefde vrij,

aan muziek en dans en poëzij.

Dan huppelen we onbevreesd,

en maken we een vrolijk feest!

If music be the food of love

Henry Heveningham / Henry Purcell

If music be the food of love,
Sing on till I am fill’d with joy;
For then my list’ning soul you move
To pleasures that can never cloy.
Your eyes, your mien, your tongue declare
That you are music ev’rywhere.

Pleasures invade both eye and ear,
So fierce the transports are, they wound,
And all my senses feasted are,
Tho’ yet the treat is only sound,
Sure I must perish by your charms,
Unless you save me in your arms.

Als muziek de liefde voedt,
blijf dan zingen tot ik ben voldaan;
mijn luist’rende ziel door jou gevoed
met genot dat nooit gaat tegenstaan.
Je ogen, je mond, je lippen vaneen  
jij bent muziek van top tot teen.

Genot betreedt mijn oog en oor,
de vervoering zo heftig, ik ga teloor,
hoewel je slechts geluid onthult,
zijn al mijn zintuigen vervuld,
ik ga doodvallen door jouw charme,
tenzij je mij opvangt in jouw armen.