Come away sweet love

Anon / Chatman

Come away, sweet love, and play thee,
lest grief and care betray thee,
Fa la la…
Leave off this sad lamenting
and take thy heart’s contenting.
The nymphs to sport invite thee,
and running in and out delights thee.
Fa la la…

Kom lief, kom buiten spelen,
In plaats van je vervelen.
Fa la la…
En hou je tranen binnen,
jouw hart verzet je zinnen.
Laat jeugd en schoonheid razen,
spel brengt je in extase.
Fa la la…

Golden slumbers kiss your eyes

Dekker / Chatman

Golden slumbers kiss your eyes,
Smiles await you when you rise.
Sleep,
Pretty baby,
Do not cry,
And I will sing a lullaby.

Cares you know not,
Therefore sleep,
While over you a watch I’ll keep.
Sleep,
Pretty darling,
Do not cry,
And I will sing a lullaby.

Gouden sluimer zonder zorgen,
’n glimlach wekt je in de morgen;
huil niet meer,
kleintje,
slaap maar fijn,
ik zing voor jou een liedekein.

Heb geen zorgen,
slaap maar zacht,
zorg houdt over jou de wacht;
huil niet meer,
kleintje,
slaap maar fijn,
ik zing voor jou een liedekein.

When daisies pied and violets blue

Shakespeare / Chatman

When daisies pied and violets blue
And lady-smocks all silver white,
And cuckoo-buds of yellow hue,
Do paint the meadows with delight,
The cuckoo, then on ev’ry tree
Mocks married men, for thus sings he,
Cuckoo,
Cuckoo, cuckoo: o word of fear,
Unpleasing to a married ear.

When shepherds pipe on oaten straws,
And merry larks are ploughmen’s clocks,
When turtles tread, and rooks, and daws,
And maidens bleach their summer smocks,
The cuckoo, then on ev’ry tree
Mocks married men, for thus sings he,
Cuckoo,
Cuckoo, cuckoo: o word of fear,
Unpleasing to a married ear.

Als blauwe viooltjes en bonte madelief,
en witte jurken, zwoele geuren
en boterbloemen geel en lief,
de velden met verrukking kleuren,
dan tart de koekoek echtgenoten,
uit iedere boom zo nagefloten:
koekoek,
koekoek, koekoek: o roep vol angst,
en de gehuwden zijn het bangst.

Als herders pijpen op hun fluiten,
de leeuwerik slaat etenstijd,
een tortel draait, koert en verleidt,
en meisjesjurkjes spelen buiten,
dan tart de koekoek echtgenoten,
uit iedere boom zo nagefloten:
koekoek,
koekoek, koekoek: o roep vol angst,
en de gehuwden zijn het bangst.

As torrents in summer

Longfellow / Elgar

As torrents in summer,
Half dried in their channels,
Suddenly rise,
tho’ the sky is still cloudlesss.
For rain has been falling.
Far off at their fountains;

So hearts that are fainting
Grow full to o’erflowing,
And they that behold it,
Marvel, and know not
That God at their fountains
Far off has been raining!

Zoals het wilde water zomers,
in een half verdroogde bedding
plotseling stijgt,
zonder een wolkje aan de lucht,
omdat het ver weg bij de bron
geregend heeft;

zo kan een verschrompeld hart
volledig overstromen,
tot verwondering van de omstanders,
want ze weten niet
dat God de bron ver weg
beregend heeft.

What shall I do

Thomas Betterton / Henry Purcell

What shall I do to show how much I love her?
How many millions of sighs can suffice?
That which wins other hearts, never can move her,
Those common methods of love she’ll despise.

I will love more than man e’er lov’d before me;
Gaze on her all the day, and melt all the night;
‘Till for her own sake, at last she’ll implore me,
To love her less, to preserve our delight.

Since gods themselves could not ever be loving,
Men must have breathing recruits for new joys;
I wish my love could be ever improving,
Though eager love more than sorrow destroys.

In fair Aurelia’s arms leave me expiring,
To be embalm’d by the sweets of her breath;
To the last moment I’ll still be desiring;
Never had hero so glorious a death.

Hoe kan ik haar toch ooit mijn liefde tonen?
Hoeveel miljoenen zuchten zullen volstaan?
Gewoon verleiden zal bij haar niet lonen,
met dat gewone heeft ze afgedaan.

Ik zal haar meer dan wie dan ook beminnen;
staren de hele dag, smelten de hele nacht;
tot ze mij smeekt, omwille van haar zinnen,
om rustig aan te doen, opdat genot ons wacht.

De goden zelfs konden niet onophoudelijk minnen,
’t is dat men na een adempauze meer geniet;
‘k zou willen dat mijn liefd’ aan kracht zou winnen,
schoon gretigheid meer stukmaakt dan verdriet.

Mocht ik mijn einde vinden in Aurelia’s armen,
gebalsemd worden door haar adem zoet;
aan het eind van mijn verlangen haar erbarmen;
nooit had een hoofdpersoon zo’n glorieuze doet.

Nymphs and sheperds

Thomas Shadwell / Henry Purcell

Nymphs and shepherds, come away,

In this grove let’s sport and play;

For this is Flora’s holiday,

Sacred to ease and happy love,

To music, to dancing and to poetry.

Your flocks may now securely rest

While you express your jollity!


Nymphs and shepherds, pipe and play,

Tune a song, a festal lay;

For this is Flora’s holiday,

Sacred to ease and happy love,

To music, to dancing and to poetry.

Then trip we round with merry sound,

And pass the day in jollity!

Nymphen en herders, kom nu maar,

laten we spelen in het bosje daar;

want dit is Flora’s feestaltaar,

gewijd aan verstrooing en liefde vrij,

aan muziek en dans en poëzij.

Je kudde is nu veilig en gerust

terwijl jij uitgelaten kust!


Nymphen en herders, speel nu maar,

zing een lied, maak een feest met elkaar;

want dit is Flora’s feestaltaar,

gewijd aan verstrooing en liefde vrij,

aan muziek en dans en poëzij.

Dan huppelen we onbevreesd,

en maken we een vrolijk feest!

If music be the food of love

Henry Heveningham / Henry Purcell

If music be the food of love,
Sing on till I am fill’d with joy;
For then my list’ning soul you move
To pleasures that can never cloy.
Your eyes, your mien, your tongue declare
That you are music ev’rywhere.

Pleasures invade both eye and ear,
So fierce the transports are, they wound,
And all my senses feasted are,
Tho’ yet the treat is only sound,
Sure I must perish by your charms,
Unless you save me in your arms.

Als muziek de liefde voedt,
blijf dan zingen tot ik ben voldaan;
mijn luist’rende ziel door jou gevoed
met genot dat nooit gaat tegenstaan.
Je ogen, je mond, je lippen vaneen  
jij bent muziek van top tot teen.

Genot betreedt mijn oog en oor,
de vervoering zo heftig, ik ga teloor,
hoewel je slechts geluid onthult,
zijn al mijn zintuigen vervuld,
ik ga doodvallen door jouw charme,
tenzij je mij opvangt in jouw armen. 

For he shall give his angels charge

Felix Mendelssohn (Elijah)

For he shall give His angels charge over thee;
that they shall protect thee in all the ways thou goest;
that their hands shall uphold and guide thee,
lest thou dash thy foot against a stone.

Want hij stelt zijn engelen over u aan;
dat zij u beschermen, waar u ook gaat;
zij zullen op handen u dragen,
dat gij niet uw voet stoot aan een steen; 

Love is a sickness

Samuel Daniel / Ralph Vaughan Williams

Love is a sickness full of woes,
All remedies refusing;
A plant that with most cutting grows,
Most barren with best using,
Why so?

More we enjoy it, more it dies;
If not enjoy’d, it sighing cries —
Hey ho!

Love is a torment of the mind,
A tempest everlasting;
And Jove hath made of it a kind,
Not well, nor full, nor fasting.
Why so?

More we enjoy it, more it dies;
If not enjoy’d, it sighing cries —
Hey ho!

Liefde is een ziekte vol pijn,
Geen kruid tegen gewassen;
Deze plant vindt snoeien erg fijn,
Overmatig gebruik geeft uitwassen. 
Waarom?

Hoe meer we haar smaken, des te eerder zij vlucht;
Maar als we verzaken, dan huilt ze en zucht.
Hey ho!

Liefde is een kwelling voor de geest,
een storm die nooit zal bedaren;
En Jupiter maakte dit feest
niet mooi, niet compleet, maar met blaren.
Waarom?  

Hoe meer we haar smaken, des te eerder zij vlucht;
Maar zonder dat smaken, huilt ze en zucht.
Hey ho!

My soul, there is a country

Henry Vaughan / Hubert Parry

My soul, there is a country
Far beyond the stars,
Where stands a winged sentry
All skilful in the wars;

There, above noise and danger
Sweet Peace sits crown’d with smiles
And One, born in a manger
Commands the beauteous files.

He is thy gracious Friend
And — O my soul, awake! —
Did in pure love descend
To die here for thy sake.

If thou canst get but thither,
There grows the flow’r of Peace,
The Rose that cannot wither,
Thy fortress and thy ease.

Leave then thy foolish ranges,
For none can thee secure
But One who never changes,
Thy God, thy life, thy cure.

Mijn ziel, er is een land
Ver weg voorbij de zonnetijd,
Daar staat een wachter heel galant
En vaardig in de strijd;

Daar, ver van gevaar en gebral
Zit de lieve vrede met stralende gebaren
En Eén, geboren in een stal
Beveelt de prachtige scharen.

Hij is jouw genadige vrind
En – o mijn ziel, ontwaak! –
Daalde liefdevol neer als godenkind
Om hier te sterven voor jouw zaak.

Als je ginds kunt komen,
Daar bloeit de vredestijd,
De roos die niet verwelken kan,
Jouw fort en heerlijkheid.

Verlaat dan je dwaze rijen,
Want jou beveiligen kan niemand
Behalve Eén boven alle partijen,
Je God, je leven, je Heiland.