Nicolette

Maurice Ravel

Nicolette

Nicolette, à la vesprée,
s’allait promener au pré,
cueillir la paquerette,
la jonquille et le muguet.
Toute sautillante, toute guillerette,
lorgnant ci, là, de tous les côtés.

Rencontra vieux loup grognant
Tout hérissé, l’oeil brillant:
“Hé là! Ma Nicolette,
viens-tu pas chez Mère-Grand?”
A perte d’haleine, s’enfuit Nicolette,
laissant là cornette et socques blancs.

Rencontra page joli,
chausses bleus et pourpoint gris:
“Hé là! Ma Nicolette,
veux-tu pas d’un doux ami?”
Sage, s’en retourna, pauvre Nicolette
très lentement, le coeur bien marri.

Rencontra seigneur chenu,
Tors, laid, puant et ventru:
“Hé là! Ma Nicolette,
veux-tu pas tous ses écus?”
Vite fut en ses bras, bonne Nicolette,
jamais au pré n’est plus revenu.

Nicolette

Nicolette ging, tijdens de vespers
wandelen in de weide,
om madeliefjes te plukken,
sleutelbloemen en lelietjes van dalen,
huppelend en uitdagend
en spiedend naar alle kanten.

Ze zag een oude grommende wolf;
met fonkelende ogen en zijn haren overeind:
“Hé daar, Nicolette,
wil je niet met mij naar je grootje gaan?”
Nicolette vluchtte buiten adem weg
en verloor haar kapje en haar witte klompjes.

Ze trof een aardige jongen
in blauwe broek en grijze kiel:
“Hé daar, Nicolette,
wil je niet mijn liefje zijn?”
Maar de arme Nicolette ging kuis verder,
héél langzaam, met bloedend hart.

Ze ontmoette een grijze heer,
een mismaakte, stinkende, lelijke dikzak:
“Hé daar, Nicolette,
wil je niet al mijn glimmende geld?”
De verstandige Nicolette wierp zich vlug in zijn armen.
Nooit is ze meer naar de weide teruggegaan.

Ne me quitte pas

Jacques Brel

Ne me quitte pas

Ne me quitte pas
Il faut oublier
Tout peut s’oublier
Qui s’enfuit déjà
Oublier le temps
Des malentendus
Et le temps perdu
A savoir comment
Oublier ces heures
Qui tuaient parfois
A coups de pourquoi
Le cœur du bonheur
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

Moi je t’offrirai
Des perles de pluie
Venues de pays
Où il ne pleut pas
Je creuserai la terre
Jusqu’après ma mort
Pour couvrir ton corps
D’or et de lumière
Je ferai un domaine
Où l’amour sera roi
Où l’amour sera loi
Où tu seras reine
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

Ne me quitte pas
Je t’inventerai
Des mots insensés
Que tu comprendras
Je te parlerai
De ces amants-là
Qui ont vu deux fois
Leurs cœurs s’embraser
Je te raconterai
L’histoire de ce roi
Mort de n’avoir pas
Pu te rencontrer
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

Ne me quitte pas
On a vu souvent
Rejaillir le feu
D’un ancien volcan
Qu’on croyait trop vieux
Il est paraît-il
Des terres brûlées
Donnant plus de blé
Qu’un meilleur avril
Et quand vient le soir
Pour qu’un ciel flamboie
Le rouge et le noir
Ne s’épousent-ils pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas

Je ne vais plus pleurer
Je ne vais plus parler
Je me cacherai là
A te regarder
Danser et sourire
Et à t’écouter
Chanter et puis rire
Laisse-moi devenir
L’ombre de ton ombre
L’ombre de ta main
L’ombre de ton chien
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas
Ne me quitte pas.

Toe verlaat me niet

Toe verlaat me niet
ach, vergeet de strijd
vergeet heel die tijd
en al dat verdriet
kijk niet achterom
alle misverstaan
tijd verloren aan
steeds die vraag waarom
en vergeet die uren
waarin wij met woorden
ons geluk verzuren
ons geluk vermoorden
Ach, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet

Kijk wat ik je bied
de parels van regen
uit stof van de wegen
in woestijngebied.
Ik spit door de grond
tot het eind van mijn tijd
en ik bedek jouw lijf
met goud en met bont
Ik sticht een gebied
waar men liefde leert
waar liefde regeert
waar jouw wil geschiedt,
Ach, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet

Ga niet bij me weg
ik verzin heel gauw
nieuwe taal voor jou
jij weet wat ik zeg
en hoor mijn verhaal
van dat ene paar
voor de tweede maal
vinden zij elkaar
ik vertel je van
‘n koning zonder vrouw
die sterft omdat hij jou
niet ontmoeten kan
Toe, verlaat me niet!
Ach, verlaat me niet!
Nee, verlaat me niet,
…verlaat me niet!

Toe, verlaat me niet
Want vaak onverwacht
wakkert vuur weer aan
van een oude vulkaan
na een lange nacht
en op geblakerd land
ziet men vaak het graan
heel wat hoger staan
dan ooit voor de brand
maar het hemels vuur
verdwijnt in de nacht
als jij niet meer wacht
op dit avond-uur,
Ach, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet

Nee, ik huil niet meer
en ik praat niet meer,
Ik verschuil me hier,
kijken hoe je lacht
horen hoe je praat
weten hoe je zacht
door de kamer gaat
ik wil, als het mag
in jouw schaduw staan
de schaduw van je jaren
de schaduw van al je bezwaren
Ach, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet
Toe, verlaat me niet

Complainte de la Seine

Maurice Magre / Kurt Weill

Zingbare vertaling

Complainte de la Seine

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

Au fond de la Seine, il y a des fleurs
De vase et de boue, elles sont nourries…
Au fond de la Seine, il y a des cœurs
Qui souffrirent trop pour vivre la vie.

Et puis les cailloux et des bêtes grises…
L’âme des égouts soufflant des poisons…
Les anneaux jetés par des incomprises,
Des pieds qu’une hélice a coupés du tronc…

Et les fruits maudits des ventres stériles,
Les blancs avortés que nul n’aima,
Les vomissements de la grande ville,
Au fond de la Seine il y a cela.

Ô Seine clémente où vont des cadavres
Au lit dont les draps sont faits de limon.
Fleuve des déchets, sans fanal ni havre,
Chanteuse berçant la morgue et les ponts.

Accueill’ le pauvre, accueill’ la femme,
Accueill’ l’ivrogne, accueill’ le fou,
Mêle leurs sanglots au bruit de tes lames
Et porte leurs cœurs parmi les cailloux.

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

Klaaglied voor de Seine

Daar onder de Seine, daar vind je goud,
Juwelen en wapens, een verroeste boot…
Daar onder de Seine vind je de dood…
Daar onder de Seine wordt alles koud…

Daar onder de Seine, daar bloeit een bloem
Die toch in het slijk tot leven kwam…
Daar onder de Seine, geen enk’le roem
Voor wie zich ooit het leven benam.

En verder de kiezels en de grijze vissen…
Het gif uit riolen dat stilaan verdween…
Ringen weggegooid die ze zullen missen,
Een schroef hakte voeten gladweg van een been…

En dan die verdoemde lijkbleke vruchten,
Kind geaborteerd dat niemand wil,
Braaksels van de stad, chagrijn en zuchten,
Daar onder de Seine wordt alles stil.

Genadige Seine met al je kadavers
In het bed met zijn deken van grijzige prut.
Stroom vol met troep, geen lantaarn of haven,
Zo zing je je lied voor lijkhuis en brug.

Ontvang de sloeber, ontvang de dame,
Ontvang de dronkaard en de psychoot,
Laat je geklots hun snikken beamen,
En zorg voor hun ziel daar onder het schroot.

Daar onder de Seine, daar vind je goud,
Juwelen en wapens, een verroeste boot…
Daar onder de Seine wordt alles koud…
Daar onder de Seine vind je de dood.

Si vous voulez

Pierre de Villiers

Si vous voulez

Si vous vouler m’amour avoir
A toujours mais, sans departir,
Pensez de faire mon plaisir,
Et jamais ne me decevoir.

Als u mijn liefde

Als u mijn liefde wilt winnen
voor altijd zonder scheiden,
Wil mij dan telkens weer verblijden,
en nooit een ander beminnen.

Mille regretz

Josquin Desprez

Mille regrets

Mille regretz de vous abandonner
Et d’elonger votre face amoureuse.
J’ai si grand dueil et peine douloureuse,
Qu’on me verra brief mes jours deffiner.

Duizendvoudig spijt

Duizendvoudig spijt om van u heen te gaan, 
niet meer te zien uw lieflijke gezicht.
Ik voel me zo verdrietig en ontwricht,
dat men mij binnenkort zal heen zien gaan.

Tel jour telle nuit

Paul Eluard / Francis Poulenc

Francis Poulenc was bevriend met Paul Éluard en beide mannen bewonderden elkaars werk. Voor de liederencyclus ‘Tel jour telle nuit’ heeft Poulenc acht gedichten geselecteerd uit de bundel ‘Yeux fertiles’ (1936). Het negende lied is afkomstig uit het kunstenaarsboek ‘Facile”.

De poëzie van Éluard bespeelt alle zintuigen, hij gebruikt beelden, geluiden, klanken, kleuren, emoties en associaties. Het ontbreken van interpunctie in deze gedichten en de surrealistische beeldtaal maken de interpretatie (en ook de vertaling) tot een uitdaging. De vertaler moet dicht bij de originele tekst blijven, ook qua syntaxis, maar ontkomt niet aan keuzes voor de woordbetekenissen.

Poulenc heeft de gedichten van melodieën voorzien, vol variaties en modulaties, waarin hij de emotie en de sfeer van de gedichten probeert te vangen. Hij heeft de liederen opgedragen aan vriend(inn)en.

à Pablo Picasso

I Bonne journée

Bonne journée j’ai revu qui je n’oublie pas
Qui je n’oublierai jamais
Et des femmes fugaces dont les yeux
Me faisaient une haie d’honneur
Elles s’enveloppèrent dans leurs sourires

Bonne journée j’ai vu mes amis sans soucis
Les hommes ne pesaient pas lourd
Un qui passait
Son ombre changée en souris
Fuyait dans le ruisseau

J’ai vu le ciel très grand
Le beau regard des gens privés de tout
Plage distante où personne n’aborde

Bonne journée qui commença mélancolique
Noire sous les arbres verts
Mais qui soudain trempée d’aurore
M’entra dans le cœur par surprise.

voor Pablo Picasso

Goeie dag

Goeie dag ik heb hem teruggezien die ik niet vergeet
Die ik nooit zal vergeten
En vluchtige vrouwen wier ogen
Voor mij een erehaag vormden
Ze wikkelden zich in hun glimlach

Goeie dag ik zag mijn onbezorgde vrienden
De mannen waren niet zwaar
Er kwam iemand voorbij die
Zijn schaduwbeeld veranderd in een muis
Vluchtte in de goot

Ik zag de immense hemel
De mooie blik van mensen die van alles verstoken zijn
Verlaten strand waar niemand aanspoelt

Goeie dag die mistroostig begon
Zwart onder de groene bomen
Maar die plotseling doordrenkt van licht
Bij verrassing mijn hart overrompelde.

à Freddy

II Une ruine coquille vide

Une ruine coquille vide
Pleure dans son tablier
Les enfants qui jouent autour d’elle
Font moins de bruit que des mouches

La ruine s’en va à tâtons
Chercher ses vaches dans un pré
J’ai vu le jour je vois cela
Sans en avoir honte

Il est minuit comme une flèche
Dans un cœur à la portée
Des folâtres lueurs nocturnes
Qui contredisent le sommeil.

voor Freddy

Een bouwval lege schelp

Een bouwval lege schelp
Huilt in zijn dek
De kinderen die eromheen spelen
Maken minder drukte dan vliegen

De bouwval gaat in den blinde
Zijn koeien zoeken in een weiland
Ik heb de dag gezien ik zie dat
Zonder schaamte

Het is middernacht als een pijl
In een hart binnen het bereik
Van de speelse nachtelijke schijnsels
Die de slaap belemmeren.

à Nush

III Le front comme un drapeau perdu

Le front comme un drapeau perdu
Je te traîne quand je suis seul
Dans des rues froides
Des chambres noires
En criant misère

Je ne veux pas les lâcher
Tes mains claires et compliquées
Nées dans le miroir clos des miennes

Tout le reste est parfait
Tout le reste est encore plus inutile
Que la vie

Creuse la terre sous ton ombre

Une nappe d’eau près des seins
Où se noyer
Comme une pierre.

voor Nush

Met een gezicht als een verloren vlag

Met een gezicht als een verloren vlag
Zeul ik je mee als ik alleen ben
In koude straten
Donkere kamers
Mijn nood klagend

Ik wil ze niet loslaten
Jouw schitterende en complexe handen
Ontstaan in de dichte spiegel van de mijne

Al het andere is volmaakt
Al het andere is nog nuttelozer
Dan het leven

Graaf de aarde uit onder je schaduw

Een waterplas bij de borsten
Om in te verdrinken
Als een steen.

à Valentine Hugo

IV Une roulotte couverte en tuiles

Une roulotte couverte en tuiles
Le cheval mort un enfant maître
Pensant le front bleu de haine
A deux seins s’abattant sur lui
Comme deux poings

Ce mélodrame nous arrache
La raison du cœur.

voor Valentine Hugo

Een woonwagen met hout gedekt

Een woonwagen met hout gedekt
Het paard dood een kind als meester
Denkend met een blauw gezicht van afkeer
Aan twee borsten die op hem neervallen
Als twee vuisten

Dit melodrama scheurt ons
Hart en ons verstand uiteen.

à Marie Blanche

V A toutes brides toi dont le fantôme

A toutes brides toi dont le fantôme
Piaffe la nuit sur un violon
Viens régner dans les bois

Les verges de l’ouragan
Cherchent leur chemin par chez toi
Tu n’est pas de celles
Dont on invente les désirs

Viens boire un baiser par ici
Cède au feu qui te désespère.

voor Marie Blanche

Kom spoorslags jij wiens schim

Kom spoorslags jij wiens schim
’s Nachts trappelt op een viool
Kom heersen in het bos

De muren van de orkaan
Zoeken hun weg naar jou
Jij bent niet zo iemand
Van wie je de verlangens bedenken kan

Kom hier een kus drinken
Zwicht voor het vuur dat je tot wanhoop drijft.

à Marie Blanche

VI Une herbe pauvre

Une herbe pauvre
Sauvage
Apparut dans la neige
C’était la santé
Ma bouche fut émerveillée
Du goût d’air pur qu’elle avait
Elle était fanée.

voor Marie Blanche

Een armoedig plantje

Een armoedig plantje
Wild
Kwam tevoorschijn in de sneeuw
Het was de gezondheid
Mijn mond viel open
Door de smaak van zuivere lucht die het had
Het was verwelkt.

à Denise Bourdet

VII Je n’ai envie que de t’aimer

Je n’ai envie que de t’aimer
Un orage emplit la vallée
Un poisson la rivière

Je t’ai faite à la taille de ma solitude
Le monde entier pour se cacher
Des jours des nuits pour se comprendre

Pour ne plus rien voir dans tes yeux
Que ce que je pense de toi
Et d’un monde à ton image
Et des jours et des nuits réglés par tes paupières.

voor Denise Bourdet

Ik wil niets anders dan jou beminnen

Ik wil niets anders dan jou beminnen
Een onweersbui vult de vallei
Een vis de rivier

Ik heb je gemodelleerd naar mijn eenzaamheid
De hele wereld om te schuilen
Dagen nachten om elkaar te verstaan

Om niets meer te zien in jouw ogen
Dan wat ik denk over jou
En over een wereld naar jouw evenbeeld
En dagen en nachten geordend door jouw oogopslag.

à Pierre Bernac

VIII Figure de force brûlante et farouche

Figure de force brûlante et farouche
Cheveux noirs où l’or coule vers le sud
Aux nuits corrompues

Or englouti étoile impure
Dans un lit jamais partagé

Aux veines des tempes
Comme au bout des seins
La vie se refuse
Les yeux nuls peut les crever
Boire leur éclat ni leurs larmes
Le sang au-dessus d’eux triomphe pour lui seul

Intraitable démesurée
Inutile
Cette santé bâtit une prison.

voor Pierre Bernac

Aanblik van vurige en woeste kracht

Aanblik van vurige en woeste kracht
Zwart haar waar het goud zuidwaarts stroomt
In bedorven nachten

Omsloten goud onzuivere ster
In een nooit gedeeld bed

De aders van de slapen
Noch de tepels van de borsten
Komen tot leven
De ogen niemand kan ze openbreken
Hun flonkering drinken of hun tranen
Het bloed daarboven juicht alleen voor zichzelf

Grenzeloos onverzettelijk
Nutteloos
Deze gezondheid bouwt een gevangenis.

à Yvonne Gouverné

IX Nous avons fait la nuit

Nous avons fait la nuit je tiens ta main je veille
Je te soutiens de toutes mes forces
Je grave sur un roc l’étoile de tes forces
Sillons profonds où la bonté de ton corps germera
Je me répète ta voix cachée ta voix publique
Je ris encore de l’orgueilleuse
Que tu traites comme une mendiante
Des fous que tu respectes des simples où tu te baignes
Et dans ma tête qui se met doucement d’accord
avec la tienne avec la nuit
Je m’émerveille de l’inconnue que tu deviens
Une inconnue semblable à toi semblable à tout ce que j’aime
Qui est toujours nouveau.  

voor Yvonne Gouverné

We hebben het licht uitgedaan

We hebben het licht uitgedaan ik neem je hand ik waak
Ik bescherm je met al m’n krachten
Ik kras in een rots de ster van je krachten
Diepe voren waaruit de goedheid van je lichaam zal ontspruiten
Ik oefen voor mezelf je verborgen stem je publieke stem
Ik lach nog eens om de hoogmoedige
Die jij behandelt als een bedelares
De gekken die jij hoogacht de eenvoudigen die je koestert
En in mijn hoofd dat het zachtjes eens wordt
Met het jouwe met de nacht
Ben ik verrukt over de onbekende die je wordt
Een onbekende die op jou lijkt die lijkt op alles waar ik van houd
Die altijd weer nieuw is.

La vie en rose

Édith Piaf

La vie en rose

Des yeux qui font baisser les miens
Un rire qui se perd sur sa bouche
Voilà le portrait sans retouche
De I’homme auquel j’appartiens
Quand il me prend dans ses bras
ll me parle tout bas
Je vois la vie en rose

ll me dit des mots d’amour
Des mots de tous les jours
Et ça me fait quelque chose
ll est entré dans mon coeur
Une part de bonheur
Dont je connais la cause
C’est lui pour moi
Moi pour lui dans la vie
ll me I’a dit, I’a juré 
pour la vie
Et dès que je I’aperçois
Alors je sens en moi
Mon coeur qui bat

Des nuits d’amour à plus finir
Un grand bonheur qui prend sa place
Des ennuis, des chagrins s’effacent
Heureux, heureux à en mourir

Quand il me prend dans ses bras
Je vois la vie en rose
ll me dit des mots d’amour
Des mots de tous les jours
Et ça me fait quelque chose
ll est entré dans mon coeur
Une part de bonheur
Dont je connais la cause
C’est toi pour moi
Moi pour toi dans la vie
Tu me I’as dit, I’as juré
pour la vie
Et dès que je t’aperçois
Alors je sens en moi
Mon coeur qui bat
ll me parle tout bas

Dan kleurt het leven roze

Ogen die me vlinders geven,
een lach die alsmaar dieper wordt,
ziedaar de man waar niets aan schort,
met deze man deel ik mijn leven.
Als zijn liefde mij omarmt,
met zoete woordjes warmt,
dan kleurt het leven roze.

Lieve woordjes van geluk,
mijn dag kan niet meer stuk,
ik krijg dat sprakeloze.
Hij veroverde mijn hart,
geluk is daar gestart,
hij heeft voor mij gekozen.
Hij is van mij
‘k ben van hem elke dag,
hij heeft het gezegd en beloofd
voor het leven!
En zodra ik hem zie staan
dan gaat mijn hart spontaan
steeds sneller slaan.

Liefdesnachten zonder tijd,
intens geluk is hier geboren,
kommer en kwel zijn afgezworen,
gelukkig tot de dood ons scheidt.

Als zijn liefde mij omarmt,
met zoete woordjes warmt,
dan kleurt het leven roze.
Lieve woordjes van geluk,
mijn dag kan niet meer stuk,
ik krijg dat sprakeloze.
Hij veroverde mijn hart,
geluk is daar gestart,
hij heeft voor mij gekozen.
Jij bent van mij
ik van jou elke dag,
je hebt het gezegd en beloofd
voor het leven!
En zodra ik jou zie staan
dan gaat mijn hart spontaan
steeds sneller slaan.

Formidable

Stromae

Voor de vertaling van dit lied van Stromae, opnieuw een vertaalopdracht, ben ik te rade gegaan bij mijn zoon en zijn vrienden, in verband met de straattaal, waar ik minder in thuis ben. Het leverde uiteindelijk de volgende vertaling op. 

Formidable

Formidable, formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.
Formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.

Oh bébé 
Oups mademoiselle
J’veux pas vous draguer
Promis juré
Je suis célibataire 
depuis hier putain
J’peux pas faire d’enfant et bon c’est pas … eh
reviens.
5 minutes quoi 
Je t’ai pas insulté.
J’suis poli, courtois et un peu fort bourré
Mais pour les mecs comme moi
Z’avez autre chose à faire hein
Vous m’auriez vu hier
J’étais formidable

Formidable, formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.
Formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.

Oh tu t’es regardé 
Tu t’crois beau
parce que tu t’es marié
Mais c’est qu’un anneau mec
T’emballe pas
Elle va t’larguer 
Comme elles le font chaque fois.
Et puis l’autre fille 
Tu lui en as parlé?
S’tu veux j’lui dis 
Comme ça c’est réglé.
Et au p’tit aussi
Enfin si vous en avez ah!
Attends 3ans, 7ans. 
Et la vous verrez si c’est

Formidable, formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.
Formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.

Eh petite
Ah pardon petit
Tu sais dans la vie
Y’a ni méchant, ni gentil
Si maman est chiante
C’est qu’elle a peur d’être mammy
Si papa trompe maman
C’est parce que maman vieillit, tiens!
pourquoi t’es tout rouge?
Ben reviens gamin
et qu’est-ce que vous avez tous
À m’regarder comme un singe vous
Ah oui vous êtes saints vous
Bande de macaques
Donnez-moi un bébé singe
Il sera

Formidable, formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.
Formidable
Tu étais formidable, j’étais fort minable
Nous étions formidables.

Formidabel

Formidabel, formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.
Formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.

Hé schatje,
oeps meisje
‘k wil je niet versieren
beloofd, ik zweer het
ik ben vrijgezel
sinds gisteren shit  
ik kan geen kindje maken en dat is wel…hé
kom terug.
5 minuutjes maar
ik heb je niet beledigd.
‘k ben beschaafd, beleefd en behoorlijk naar de kloten,
maar een gast als ik
je hebt wel wat beters te doen hè
je had me gisteren moeten zien
ik was formidabel

Formidabel, formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.
Formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.

O, een beginnersfout  
je vindt jezelf groot
want je bent getrouwd
maar het is maar een ring gast
doe maar kalm aan
ze gaat je dumpen
zo is het altijd gegaan.
En je andere scharrel
heb je ’t haar al verteld?
Als je wilt vertel ik het wel
zo doen we dat, held.
En je kleine ook maar
als je die tenminste heb, ha
wacht 3 jaar, 7 jaar.
En dan zul je zien, het is

Formidabel, formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.
Formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.

Hé chickie
oh pardon pikkie
wat je onthouden moet
niemand is fout of goed
als mama vervelend doet
is ze bang dat jij trouwen moet
gaat papa vreemd
dan vindt -ie mama te oud, de lul!
Waarom word je zo rood?
kom terug knul
en wat lopen jullie mij aan te kijken
begin ik op een aapje te lijken?
Oh ja jullie zijn zo paaps
stelletje bavianen
Geef mij een baby aapje
hij wordt

Formidabel, formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.
Formidabel
jij was formidabel, ik was miserabel
wij waren formidabel.

Trois chansons

Charles d'Orléans / Claude Debussy

Dieu! qu’il la fait bon regarder!

Dieu! qu’il la fait bon regarder
La gracieuse bonne et belle;
Pour les grans biens que sont en elle
Chacun est prest de la loüer.

Qui se pourroit d’elle lasser?
Toujours sa beauté renouvelle.
Dieu! qu’il la fait bon regarder
La gracieuse bonne et belle!

Par de ça ne de là, la mer
Ne scay dame ne damoiselle
Qui soit en tous bien parfais telle.
C’est un songe que d’i penser:
Dieu! qu’il la fait bon regarder!

God, wat een feest om haar te zien

God, wat een feest om haar te zien,
die gracieuze, mooie, prachtige vrouw!
Die eenieder graag bezingen zou,
en haar schoonheid verheerlijken bovendien.

Wie zou moe kunnen worden van het weerzien?
Haar schoonheid is altijd natuurgetrouw.
God wat een feest om haar te zien,
die gracieuze, mooie, prachtige vrouw!

Aan deze kust, noch zo ver als men kan zien
heeft men ooit een dame of een jonge vrouw
in elk opzicht zo volmaakt gezien.
Een droombeeld, maar waarheidsgetrouw:
God, wat een feest om haar te zien!

Quant j’ai ouy le tabourin

Quant j’ai ouy la tabourin
Sonner, pour s’en aller au may,

En mon lit n’en ay fait affray
Ne levé mon chief du coissin;
En disant: il est trop matin
Ung peu je me rendormiray:

Quant j’ ay ouy le tabourin
Sonner pour s’en aller au may,

Jeunes gens partent leur butin;
De nonchaloir m’accointeray
A lui je m’abutineray
Trouvé l’ay plus prouchain voisin;

Quant j’ay ouy le tabourin
Sonner pour s’en aller au may
En mon lit n’en ay fait affray
Ne levé mon chief du coissin.

Toen de tamboerijn me riep

Toen de tamboerijn me riep
Om met de meimaand mee te zwieren,

Bleef ik niet mijn nachtrust vieren
Noch deed ik net of ik nog sliep;
Ik zei niet: “ik slaap nog zo diep,
Het uitslapen zal zegevieren:”

Toen de tamboerijn me riep
Om met de meimaand mee te zwieren,

Geen jongeling die zich versliep;
Ik wilde uitbundig tierelieren
Door met hem te zegevieren
Ving de eerste buurman die daar liep;

Toen de tamboerijn me riep
Om met de meimaand mee te zwieren
Bleef ik niet mijn nachtrust vieren
Noch deed ik net of ik nog sliep.

Yver, vous n’estes qu’un vilain;

Yver, vous n’estes qu’un vilain;
Esté est plaisant et gentil
En témoing de may et d’avril
Qui l’accompaignent soir et main.

Esté revet champs, bois et fleurs
De sa livrée de verdure
Et de maintes autres couleurs
Par l’ordonnance de nature.

Mais vous, Yver, trop estes plein
De nège, vent, pluye et grézil.
On vous deust banir en éxil.
Sans point flater je parle plein,
Yver, vous n’estes qu’un vilain.

Winter, je bent een slechterik!

Winter, je bent een slechterik!
De zomer is lief, aardig en stil
kijk maar naar mei en april,
met ’s ochtends en ’s avonds een frisse blik.

De zomer spreidt op ieder uur
over velden, bossen en bloemen zijn geuren,
zijn groen en alle andere kleuren,
volgens het recept van moeder natuur.

Maar jij, winter, je brengt vooral schrik
met al je sneeuw, wind, hagel en regen.
men zou verbanning moeten overwegen.
Onomwonden en volmondig verklaar ik:
Winter, je bent een slechterik!

Trois beaux oiseaux

Maurice Ravel

Trois beaux oiseaux

Trois beaux oiseaux du Paradis
(Mon ami z-il est à la guerre)
Trois beaux oiseaux du Paradis
Ont passé par ici.

Le premier était plus bleu que ciel,
(Mon ami z-il est à la guerre)
Le second était couleur de neige,
Le troisième rouge vermeil.

“Beaux oiselets du Paradis,
(Mon ami z-il est à la guerre)
Beaux oiselets du Paradis,
qu’apportez par ici?”

“J’apporte un regard couleur d’azur.
(Ton ami z-il est à la guerre)
“Et moi, sur beau front couleur de neige,
Un baiser dois mettre, encor plus pur”.

“Oiseau vermeil du Paradis,
(Mon ami z-il est à la guerre)
Oiseau vermeil du Paradis,
que portez-vous ainsi?”

“Un joli coeur tout cramoisi
(Ton ami z-il est à la guerre)”
“Ah, je sens mon coeur qui froidit…
Emportez-le aussi”.

Drie mooie vogels

Drie mooie vogels uit het Paradijs
(Mijn lief ging naar het front)
Drie boodschappers uit het Paradijs
Zijn hier voorbij gekomen.

De eerste was blauwer dan de lucht
(Mijn lief ging naar het front)
De tweede was zo wit als sneeuw
De derde helderrood.

“Mooie vogeltjes uit het Paradijs,
(Mijn lief ging naar het front)
Mooie vogeltjes uit het Paradijs,
Wat brengt jullie hier?”

“Ik breng je een azuurblauwe oogopslag.
(Jouw lief ging naar het front)”
“En ik moet je op je sneeuwwitte gezicht
Een nog zuiverder kus brengen”.

“Rode vogel uit het Paradijs,
(Mijn lief ging naar het front)
Rode vogel uit het Paradijs,
Wat breng jij nog voor mij mee?”

“Een mooi karmijnrood hart
(Jouw lief ging naar het front)”
“Ach, ik voel hoe mijn hart versteent…
Neem het alsjeblieft ook mee”.