Nos esprits libres et contents
Vivent en ces doux passe-temps.
Et par de si chastes plaisirs,
Bannissent tous autres desirs.
La danse, la chasse et les bois,
Nous rendent exempts des lois
Et des misères dont l’Amour
Afflige les cœurs de la Cour.
Et c’est plustôt avec cet art
Qu’avec la pointe de ce dard
Que cette troupe se défend
Des traits de ce cruel Enfant.
Car en changeant toujours de lieu
Nous empêchons si bien ce Dieu,
Qu’il ne peut s’assurer des coups
Qu’il pense tirer contre nous.
Ainsi nous défendant de lui
Et passant nos iours sans ennemi,
Nous essayons de lui ravir
La gloire de nous asservir.
Il est bien vrai qu’en nous sauvant,
Il nous va toujours poursuivant,
Et nous poursuit en tant de lieux,
Qu’en fin il entre dans nos yeux.
Mais encor’ qu’on puisse penser
Qu’alors il nous doive offenser,
Pourtant nous n’avons point de peur
Qu’il nous puisse enflamer le cœur.
Car la neige de notre sein
Empêche si bien son dessein,
Qu’alors qu’il nous pense enflammer
Son feu ne se peut allumer.
Nos esprits libres et contents
Vivent en ces doux passe-temps.
Et par de si chastes plaisirs,
Bannissent tous autres desirs.
Wij zijn vrije en vrolijke geesten,
kalm tijdverdrijf is onze queeste.
En in kuisheid met veel plezier,
hebben we geen and’re wensen hier.
Dansen, jagen, een zonnig bos,
maken ons zeker van Amor los,
van zijn wetten en de rampspoed,
die de harten aan het hof verdriet doet.
Eerder met deze kunst van de heren
dan met de punt van deze speren
vecht dit gezelschap eensgezind
tegen de pijlen van dit wrede kind.
Want door voortdurend te bewegen
werken we deze God zó goed tegen,
dat hij ons geheel niet verwondt
met de pijlen die hij naar ons zond.
Door hem zo om de tuin te leiden
en ondertussen de vijand te vermijden,
zo proberen wij hem te beroven
van de eer om ons een kool te stoven.
Hij wil ons wel behouden ja,
hij zit ons daarom steeds achterna,
en zit zó overal achter ons aan,
dat we uiteindelijk oog in oog staan.
Maar hoewel men wel zou denken
dat hij ons dan toch zou krenken,
Toch zijn wij voor de duvel niet bang
hij zet ons hart niet in vuur en vlam.
Want de sneeuwlaag op onze hoed
verhindert zijn bedoeling zo goed
dat wanneer hij ons toch wil verzengen
zijn vuur ons hoofd niet op hol kan brengen.
Wij zijn vrije en vrolijke geesten,
kalm tijdverdrijf is onze queeste.
En in kuisheid met veel plezier,
hebben we geen and’re wensen hier.