Alma mia

Giovanni Filippo Apolloni / Marco Antonio Cesti

Alma mia, e che sarà
Se pietà non speri più
Sei rimasta in servitù
ne trovar puoi libertà

Impetrar non può mercé
la schernita tua beltà
se costante serbi fe
a chi fede in sen non ha.

Mijn ziel, hoe zal het gaan met jou
als je niet meer op genade kunt hopen
je slavernij niet af kunt kopen
zal er geen vrijheid zijn voor jou.

Je kunt niet smeken om genade
bij de schoonheid die je heeft bedrogen
je wordt constant leeggezogen
door iemand die je vertrouwen blijft schaden.

Voi ve n’andate al cielo

anon / Jacob Arcadelt

Voi ve n’andate al cielo, occhi beati e santi
Co’l vostro chiaro lume e con miei canti
Ed io che son di gelo,
senz’un conforto solo,
vorrei levarmi a volo,
ma struggendo mi torno in doglie e pianti.

Così facess’amore, occhi sereni voi!
Ché allor vedreste poi
quel che de’ haver un ben pietoso core;
E se’l vostro veder voi non potete,
guardat’il mio ch’in voi chiuso tenete.

Je kijkt omhoog met zalige, volmaakte ogen
met je heldere zicht en met mijn zangvermogen,
en ik ben als ijs,
gaf mijn vrede prijs,
ik wou met jou op reis,
maar gekweld draai ik hier rond als een vis op het droge.

Ik wou dat liefde je zuivere ogen licht zou geven!
Dan zou je zien met medeleven
dat een genadig hart liefde moet beleven;
en als je niet in je eigen hart kunt schouwen,
kijk dan in het mijne, in de ban van het jouwe.

Se pietà di me non senti

Nicola Francesco Haym / Georg Friedrich Händel

Se pietà di me non senti,
giusto Ciel, io morirò.
Tu da’pace a miei tormenti,
o quest’alma spirerò.

Lieve hemel, heb medelijden,
zo zal ik te gronde gaan.
Breng verlichting voor mijn lijden,
of mijn ziel zal snel vergaan. 

Selve amiche, ombrose piante

Antonio Caldara

Selve amiche, ombrose piante,
Fido albergo del mio core,
Chiede a voi quest’alma amante
Qualche pace al suo dolore.

Kalme bossen, o zachte schaduw
Trouwe hoeders van onze harten,
Deze zielen vragen van u
Rust en zegen voor al hun smarten.

Arsi un tempo

Alessandro Scarlatti

Arsi un tempo e l’ardore
Fu già soave al core.
Hor prendo amor per gioco
Ghiaccio fatto il desio
Cenere il fuoco.

Eens stond ik in vuur en vlam en de gloed
drong in mijn hart al zacht en goed.
De liefde is niet meer zo kras
nu ijs is waar begeerte was
en van het vuur rest enkel as.

O Morte

Alessandro Scarlatti

O morte agl’ altri fosca a me serena,
Scaccia con il tuo stral lo stral d’amore.
Spenga il tuo ghiaccio l’amoroso ardore,
Spezzi la falce tua la sua catena.

O dood, voor anderen zwart, voor mij zo licht,
Maak met jouw pijlen een einde aan ‘t liefdesuur.
Doof met jouw ijzige koude het liefdesvuur,
Verbreek de keten met jouw zeis, volvoer je plicht.

O Selce, O Tigre, O Nynfa

Alessandro Scarlatti

O Selce, o tigre, o nynfa,
Fredda, crudele e bella,
Ch’innamori mai sempre e mai non ami.
Tu saetti se miri
E le faville a chi ti mira avventi
E mirante é mirata,
Bella si, ma spietata.
O col ferro, o col dardi
Altrui tormenti
E scherzi con Amor e non lo senti.

O steen, o tijger, o nimf,
zo koud, zo wreed en schoon,
die altijd bekoort, maar nooit liefheeft.
Je mikt je pijlen,
je werpt je vonken naar wie je bekijkt,
en wie werpt wordt bekeken,
mooi, maar meedogenloos ben je.
Met dolk en pijlen
kwel je de anderen
en speel je met de liefde, die je niet voelt.

Sdegno La Fiamma Estinse

Orsina Cavaletta / Alessandro Scarlatti

Sdegno la fiamma estinse
E rintuzzò lo strale,
E sciolse il nodo,
Che m’arse, che mi punse,
E che m’avvinse.
Né di legame il core paventa,
Né di piaga, né d’ardore
Né cura se baleni;
Perfida!
O s’hai quegl’occhi tuoi sereni
Che lieti fuor dell’ amoroso impaccio,
Sprezza l’incendio, le quadrelle e’l laccio.

Verachting doofde de vlammen,
stompte de pijl af
en hakte de knoop door,
die me verteerden, die me verwondde
en waar ik in verstrikt zat.
Mijn hart vreest noch de band,
noch verwonding, noch vuur
en ik heb geen zorg om de bliksem:
Trouweloze!
O jij met je mooie ogen,
vrolijk zonder de pijn van de liefde,
onderschat het vuur, de pijlen en de valstrik.

Vi ricorda, o boschi ombrosi

Alessandro Striggio / Claudio Monteverdi

Vi ricorda, o boschi ombrosi,
de’ miei lunghi aspri tormenti,
quando i sassi a’ miei lamenti
rispondean, fatti pietosi?

Dite, allor non vi sembrai
più d’ogni altro sconsolato?
Or fortuna ha stil cangiato
ed ha volti in festa i guai.

Vissi già mesto e dolente,
or gioisco e quegli affanni
che sofferti ho per tant’anni
fan più caro il ben presente.

Sol per te, bella Euridice,
benedico il mio tormento,
dopo ‘l duol vie più contento,
dopo il mal vie più felice.

Weten jullie nog, schaduwrijke wouden,
van mijn lange, wrange kwelling,
toen zelfs de hardste rotshelling
zijn medeleven niet kon inhouden?

Zeg me, leek ik toen voor jullie niet
meer dan ieder ander troosteloos?
Nu is mijn geluk grenzeloos,
mijn onheil omgebogen in een feestlied.

Ik was eertijds zo smartelijk en stuk,
nu ben ik vrolijk, en de pijn
van al die jaren ongelukkig zijn
versterkt mijn hedendaags geluk

Alleen aan jou, Euridice mijn lief
draag ik mijn kwelling op,
na een lijdensweg bloeien we op,
we zijn gelukkiger na ongerief.

O primavera / O dolcezze

Giovanni Battista Guarini / Heinrich Schütz

O primavera, gioventù dell’anno,
bella madre de’ fiori,
d’erbe novelle, e di novelli amori;
tu torni ben,
ma teco non tornano’i sereni,
e fortunati dì, delle mie gioie,
tu torni ben, tu torni
ma teco’altro non torna
ché del perduto mio caro tesoro
la rimembranza misera e dolente
tu ben sei quella
ch’eri pur dianzi si vezzosa e bella.
Ma non son io quel che già un tempo fui,
sì caro a gli occhi altrui.

O dolcezze’amarissime d’amore
quanto’è più duro perdervi
che mai non v’haver
ò provate’ò possedute
come saria l’àmar felice stato
se’l già goduto ben non si perdesse
o quando’egli si perde
ogni memoria’ancora del deliguato ben
si dileguasse!

O lente, jeugd van het jaar,
lieflijke moeder van bloemen,
van grassen, en van nieuwe liefdes;
je komt weliswaar terug,
maar met jou keert niet terug
mijn zuivere en fortuinlijke geluk;
Je komt weliswaar terug, 
maar alleen maar met de ellendige
en droevige herinnering
aan het verlies van mijn dierbare schat.
Je bent nog steeds
zoals je eerder was, zo bekoorlijk en mooi.
Maar ik ben niet meer zoals ik ben geweest,
zo geliefd in de ogen van een ander.

O bitterzoete liefde,
hoeveel moeilijker is het om je te verliezen
dan om je nooit gekend te hebben.
O hoe gelukkig zou de liefde zijn
als je de geliefde
niet kon verliezen,
of als je alle herinneringen
zou vergeten na het verlies
van je lief!