Degli occhi Il dolce giro ——– Occhi dolce e soavi

Luca Marenzio

Degli occhi Il dolce giro

Degli occhi il dolce giro
E’l guardo ond’ardo s’io miro sospiro
E s’io no’l miro partir o fuggire,
partir o fuggire, partir o fuggire
Non so voglio morire, voglio morire.

Di gioia or chi mi priva
Ch’io moro, adoro, una Diva ch’è schiva
Pietà omai se non ch’ardendo e struggendo,
ch’ardendo e struggendo, ch’ardendo e struggendo
Vivrò sempre e piangendo, sempre e piangendo.

Amor deh, dammi pace
Ch’invero io pero e la face mi sface
O da gli occhi col dardo forte in sorte,
dardo forte in sorte, dardo forte in sorte
Ormai mi dona morte, mi dona morte.

De zachte ronding van je ogen

De zachte ronding van je ogen
en je verzengende blik, als ik begerig kijk
om niet te kijken moet ik weggaan of vluchten, weggaan of vluchten, weggaan of vluchten
ik weet niet of ik wil sterven, of ik wil sterven.

Wie rooft nu mijn geluk
ik ga dood, ik aanbid een afkerige diva 
Heb medelijden als ik ooit verbrand en verga, verbrand en verga, verbrand en verga
Ik zal altijd in tranen leven, in tranen leven

Ach lief, geef me rust
want ik ga waarlijk ten onder en mijn gezicht smelt
De sterke pijl van jouw ogen is mij noodlottig,
is mij noodlottig, is mij noodlottig
Geef mij nu de eeuwige rust, de eeuwige rust.

Occhi dolce e soavi

Occhi dolci e soavi,
Ch’avete del mio afflitto cor le chiavi,
Non mi perseguitate,
Ch’ho gelosia del sol che voi mirate.

Celatemi la luce
Ch’eternamente a pianger mi conduce,
Pur ch’ad altri si cele,
In tenebre vivro lieto e fidele.

Lieflijke zachte ogen

Lieflijke zachte ogen,
die de sleutel bezitten tot mijn gekwelde hart,
achtervolg mij niet,
want ik ben jaloers op de zon die je uitstraalt.

Verberg voor mij het licht,
dat me voor altijd doet lijden,
want voor de anderen verborgen,
zal ik in het duister blij en trouw leven.

Quanto il mio duol

Giovanni Bocaccio / Orlando di Lasso

Quanto il mio duol

Quanto il mio duol senza conforto sia,
Signor, tu ‘l puoi sentire,
Tanto ti chiamo con dolorosa voce.
E dico ti che tanto e si mi cuoce
Che per minor martir la morte bramo.
Venga, dunque, la mia.
Vita crudel e ria
Termini co’l suo colpo ‘l mio furore,
Ch’ove ch’io vada sentiro minore.

[]

Hoe uitzichtloos

Hoe uitzichtloos is mijn verdriet,
Heer, U kent mij door en door,
Zo roep ik u met bedrukt gemoed.
En ik zeg u dat er zoveel is dat mij pijn doet
dat ik om minder te lijden verlang naar de dood.  
Kom dan toch, mijn dood.
Maak met één klap, heftig en groot,
een einde aan mijn miserabele tijden,
zodat ik, waar ik ook ga, minder zal lijden.

Tu mancavi a tormentarmi

Anonymous / Antonio Cesti

Tu mancavi a tormentarmi

Tu mancavi a tormentarmi,
Crudelissima speranza,
E con dolce rimembranza
Vuoi di nuovo avvelenarmi.
Ancor dura
La sventura
D’una fiamma incenerita,
La ferita
Ancora aperta
Par m’avverta
nuove pene.
Dal rumor delle catene
Mai non vedo allontanarmi.

Jij blijft mij eeuwigdurend kwellen

Jij blijft mij eeuwigdurend kwellen,
o jij laag-bij-de-gronds verlangen,
en met de allerzoetste heimwee
vergiftig jij mij telkens weer.
Een vernietigende hartstocht
stort mij steeds weer
in de ellende,
en de wond
die ligt nog open,
waarschuwt me
voor telkens meer pijn.
Van’t geraas van de ketenen
zal ik mij toch niet bevrijden.

O sole mio

Giovanni Capurro / Eduardo di Capua

Zingbare hertaling van een van de bekendste Italiaanse liederen

O sole mio

Che bella cosa na jurnata ’e sole,
n’aria serena doppo na tempesta!
Pe’ ll’aria fresca pare già na festa…
Che bella cosa na jurnata ’e sole.

Ma n’atu sole cchiù bello, oi ne’,
’o sole mio sta nfronte a te!
’o sole, ’o sole mio
sta nfronte a te, sta nfronte a te!

Quanno fa notte e ’o sole se ne scenne,
me vene quasi ’na malincunia;
sotto ’a fenesta toia restarria
quanno fa notte e ’o sole se ne scenne.

Ma n’atu sole cchiù bello, oi ne’,
’o sole mio sta nfronte a te!
’o sole, ’o sole mio
sta nfronte a te, sta nfronte a te!

Mijn eigen zon

Wat kan ik steeds weer van de zon genieten,
van zachte bries die na de storm weer fluistert!
De frisse lucht die’t feest zo kalm opluistert…
Wat kan ik steeds weer van de zon genieten.

Maar geen zo mooi als mijn dageraad
O sole mio die voor mij staat!
O sole, o sole mio
die voor mij staat, die voor mij staat!

Wanneer het nacht wordt en de zon gedaald is,
dan wordt het me toch telkens droef te moede;
dan kun je mij onder jouw raam vermoeden.
Wanneer het nacht wordt en de zon gedaald is.

Geen zon zo mooi als mijn dageraad
o sole mio die voor mij staat!
o sole, o sole mio
die voor mij staat, die voor mij staat!

Nessun dorma

Giuseppe Adami en Renato Simoni / Giacomo Puccini

Nessun dorma

Nessun dorma! Nessun dorma!
Tu pure, o, Principessa,
nella tua fredda stanza,
guardi le stelle
che tremano d’amore
e di speranza.

Ma il mio mistero è chiuso in me,
il nome mio nessun saprà!
No, no, sulla tua bocca lo dirò
quando la luce splenderà!
Ed il mio bacio scioglierà il silenzio
che ti fa mia!

(Il nome suo nessun saprà!…
e noi dovrem, ahimè, morir, morir!)

Dilegua, o notte!
Tramontate, stelle!
Tramontate, stelle!
All’alba vincerò! vincerò, vincerò!

Niet gaan slapen

Niet gaan slapen! Niet gaan slapen!
Zelfs jij niet lief prinsesje,
daar in je kille nestje,
kijk naar de sterren
die trillen van de liefde
en van verwachting.

Maar mijn geheim geef ik niet vrij,
en niemand, niemand raadt mijn naam!
Nee, nee, ik zeg hem als we samen zijn
wanneer de nacht voorbij zal gaan!
En dan verjaagt mijn kus al snel de stilte
die jou van mij maakt!

(nee niemand, niemand raadt zijn naam!
en ons rest enkel nog de dood, de dood!)

Verdwijn oh nacht en
Sterren ga nu onder!
Sterren ga nu onder!
Bij licht is zij van mij! Zij van mij, zij van mij!

Tutto lo di

Orlando di Lasso

Tutto lo di

Tutto lo dì mi dici: “Canta, canta!”
Non vedi ca non posso refiatare!
A che tanto cantare?
Vorria che mi dicessi “Sona, sona!”
Non le campan’a nona
Ma lo cimbalo tuo
Se canto ri-ro ro-ri-ro-gne
S’io t’haggio sott’ a st’ogne.

De hele dag 

De hele dag zeg je tegen me: “zing, zing!”
Zie je niet dat ik me moet bedwingen!
Waarom moet ik zo vaak zingen?
Ik wou dat je zou zeggen: “speel, speel!”
Niet op de bel voor het gebedsritueel
maar op jouw pronkjuwelen
zou ik je overal stri-stra-strelen
als ik jou nu mocht bespelen.

Si dolce è il tormento

Carlo Milanuzzi / Claudio Monteverdi

Dit lied staat al heel lang hoog op mijn verlanglijstje vanwege de prachtige melodie. De tekst voegt daar nog extra lading aan toe.

Si dolce è il tormento

Sì dolce è il tormento
che in seno mi sta
ch’io vivo contento
per cruda beltà…
nel ciel di bellezza
s’accreschi fierezza
et manchi pietà
che sempre qual scoglio
all’onda d’orgoglio
mia fede sarà…

La speme fallace
rivolgami il piè
diletto né pace
non scendano a me
e l’empia ch’adoro
mi nieghi ristoro
di buona mercè
tra doglia infinita,
tra speme tradita
vivrà la mia fe’…

Per foco e per gelo
riposo non ho
nel porto del Cielo
riposo haverò…
se colpo mortale
con rigido strale
il cor m’impiagò
cangiando mia sorte
col dardo di morte
il cor sanerò…

Se fiamma d’amore
già mai non sentì
quel riggido core
ch’il cor mi rapì
se nega pietate
la cruda beltate
che l’alma invaghì
ben fia che dolente
pentita e languente
sospirimi un dì…

Zo zoet is de kwelling

Zo zoet is de kwelling
die woelt in mijn hart
dat ik mijn geluk vind
in schoonheid zo hard…
haar hemelse schoonheid
vermeerdert de fierheid
waar meelij verhardt
dat steeds als een rots
in golven van trots
mijn trouw toch volhardt…  

Laat me voorkomen
dat ooit valse dromen
en vreugde of vrede
over mij komen
Laat mijn verdorven lief
volledig mijn gerief
maar dwarsbomen  
in oneindig leed,
in de bedrogen eed
zal mijn trouw bovenkomen…

In vuur en ijs
vind ik geen rust
eerst in de Hemel
wordt mijn onrust gesust…
door een harde bijl
of een liefdespijl
werd mijn hart uitgeblust
de pijl van de dood
stilt dan mijn nood
en brengt mijn hart tot rust…

Zoals haar koude hart
mij zo kon vangen
maar zij nooit het liefdesvuur
mocht ontvangen
zoals de harde schoonheid
die mijn ziel heeft verleid
mij houdt krijgsgevangen
laat haar zo vol strijd
en met smachtende spijt
ooit naar mij verlangen…

Sestina ‘Lagrime d’amante al sepolcro dell’amata’

Scipione Agnelli / Claudio Monteverdi

Lagrime d’Amante al Sepolcro dell’ Amata

De vertaling van Sestina ‘Lagrime d’amante al sepolcro dell’amata’ van Monteverdi

Zo niet het hoogtepunt dan toch een parel in de madrigaalkunst is de zesdelige madrigaalcyclus ‘Sestina’ van Claudio Monteverdi. De titel van het werk is ‘Lagrime d’amante al sepolcro dell’amata’: de tranen van de minnaar aan het graf van zijn beminde. Mooie uitvoeringen zijn te horen op youtube, bijvoorbeeld https://www.youtube.com/watch?v=Bq2gC9-ILFA.

Zo bijzonder de muziek, zo apart is ook de tekst, maar op een andere manier. Het woord Sestina heeft betrekking op de dichtvorm, een sestina is een gedicht van 39 regels (6×6 + 3), met zeer strikte vormeisen. De zes laatste woorden van elke regel van het eerste couplet hoeven niet onderling te rijmen, maar zijn ook het laatste woord van elke regel in de volgende coupletten. Bovendien moeten ze alle zes in het laatste couplet van drie regels ook elk éénmaal voorkomen. Een uitgebreide toelichting vindt u op https://www.poets.org/poetsorg/text/poetic-form-sestina

Door deze strenge vorm ontstaat een tekst, die knap gemaakt maar poëtisch misschien minder briljant is. Het gedicht leent zich echter uitstekend voor een prachtige muzikale uitwerking. Scipione Agnelli heeft dit gedicht speciaal voor Monteverdi gecomponeerd, na de dood van zijn achttienjarige leerlinge Caterina Martinelli.
Hij gebruikt op de zes regels van elke strofe de volgende eindwoorden:

tomba (graf, tombe, grafkelder);
cielo (hemel, lucht, gewelf);
terra (aarde, wereld, grond, bodem, land);
seno (borst, hart, gemoed, schoot);
pianto (geween, gehuil, tranen)
Glauco (de naam van de minnaar, die verwijst naar een zeegod uit de griekse mythologie).

Agnelli gebruikt dus twee eindklinkers (o en a) en mannelijk rijm voor zijn eindwoorden. Dat is in een Nederlandse vertaling niet allemaal te handhaven. Met een beetje keuzevrijheid ontstaat de vertaling hieronder.

Sestina

I
Incenerite spoglie, avara tomba
Fatta del mio bel sol terreno cielo.
Ahi lasso! I’ vegno ad inchinarvi in terra!
Con voi chius’è il mio cor a marmi in seno,
E notte e giorno vive in pianto, in foco,
In duol’ in ira il tormentato Glauco.

II
Ditelo, o fiumi, e voi ch’udiste Glauco
L’aria ferir di grida in su la tomba
Erme campagne, e ’I san le Ninfe e ‘l Cielo;
A me fu cibo il duol, bevanda il pianto,
Poi ch’il mio ben coprì gelida terra,
Letto, o sasso felice, il tuo bel seno.

III
Darà la notte il sol lume alla terra,
Splenderà Cinzia il dì prima che Glauco
Di baciar, d’honorar, lasci quel seno
Che nido fu d’amor, che dura tomba
Preme; né sol d’alti sospir, di pianto,
Prodighe a lui saran le fere e ’l Cielo.

IV
Ma te raccoglie, o Ninfa, in grembo il cielo.
lo per te miro vedova la terra
Deserti i boschi, e correr fiumi il pianto.
E Driade e Napee del mesto Glauco
Ridicono i lamenti, e su la tomba
Cantano i pregi de l’amato seno.

V
O chiome d’or, neve gentil del seno,
O gigli de la man, ch’invido il cielo
Ne rapì, quando chiuse in cieca tomba,
Chi vi nasconde? Ohimè! Povera terra!
Il fior d’ogni bellezza, il sol di Glauco
Nasconde? Ah muse, qui sgorgate il pianto.

VI
Dunque, amate reliquie, un mar di pianto
Non daran questi lumi al nobil seno
D’un freddo sasso? Ecco l’afflitto Glauco
Fa rissonar Corinna il mar e ’l Cielo!
Dicano i venti ogn’hor dica la terra,
Ahi Corinna! Ahi morte! Ahi tomba!

Cedano al pianto i detti, amato seno;
A te dia pace il Cielo, pace a te Glauco
Prega, honorata tomba e sacra terra.

Sestina

I
Verbrande resten, gierige grafsteen,
dat is wat blijft van mijn mooie zon, mijn aardse hemel,
Ach, helaas, ik kom u neerleggen in de grond!
mijn hart is met u opgesloten in uw marmeren schoot.
en dag en nacht leeft hij in in vuur, in geween,
in smart, in woede, de gefolterde Glaucus. 

II
Vertel, o rivieren, en jullie, die aanhoren hoe Glaucus
de lucht doorklieft met jammerkreten op de steen
doodse velden, en de nymphen en de hemel
weten het: smart is mijn voedsel, ik drink het geween,
sinds mijn liefste wordt bedekt door ijskoude grond,
o gelukkige steen, jij bent het bed voor haar schoot.  

III
Eerder zal de zon ’s nachts schijnen op de grond
en de maan overdag, dan dat Glaucus
stopt met kussen en eer bewijzen aan deze schoot,
het nest van zijn liefde, nu bedekt door de harde steen;
Mogen de wilde dieren en de hemel
hem meer schenken dan geweeklaag en geween.

IV
Maar ontvang haar, o nimf, in de schoot van de hemel.
ik zie naar jou want een weduwe werd de grond,
de bossen zijn verlaten, overal is geween.
boomnimfen en bosnimfen herhalen met Glaucus
zijn verdriet en zijn jammerklachten, en op de grafsteen
zingen zij de lofzang voor de geliefde schoot.

V
O gouden haardos, lieflijke sneeuw van haar schoot,
o lelies van haar hand, die de jaloerse hemel
heeft geroofd, nu ze is opgesloten onder de blinde steen,
wie verstoppen jullie? O wee! Arme grond!
Verberg je de schone bloem, de zon van Glaucus?   
Ach, muzen, hier is alleen maar geween.

VI
Welnu, beminde resten, zal zoveel geween
van mijn ogen neerstorten op de edele schoot
van een koude steen? Echo, ziedaar de gekwelde Glaucus,
die schreeuwt om Corinna tegen de zee en de hemel!
Laat de winden ieder uur roepen, en laat roepen de grond,
Ach Corinna! Ach dood! Ach grafsteen!

Laat woorden wijken voor geween, geliefde schoot;
aan jou geve de hemel vrede. Voor jou smeekt Glaucus
om vrede, een geëerde grafsteen en heilige grond.

Se l’aura spira

Girolamo Frescobaldi

Se l’aura spira

Se l’aura spira tutta vezzosa,
la fresca rosa ridente sta,
la siepe ombrosa di bei smeraldi
d’estivi caldi timor non ha.
A balli, a balli, liete venite,
ninfe gradite, fior di beltà.
 
Or, che sì chiaro il vago fonte
dall’alto monte al mar sen’ va.
Suoi dolci versi spiega l’augello,
e l’arboscello fiorito sta.
Un volto bello al l’ombra accanto
sol si dia vanto d’haver pieta.
Al canto, al canto, ninfe ridenti,
Scacciate i venti di crudelta.

Als de wind waait

Als de wind heel charmant waait,
blijven de frisse rozen lachen,
en de mooie smaragdgroene schaduwrijke haag
heeft geen last van de zomerse hitte.
Komt vrolijk naar het bal, naar het bal,
welgevallige nimfen, bloemen van schoonheid.
 
Vandaag stroomt de heldere lieflijke beek
van de hoge bergen naar de zee.
De vogels zingen uit volle borst,
en het struikgewas staat in bloei.
Laat de mooie mensen die hierheen komen
medelijden hebben met hun volgers.
Zing, zing, lachende nimfen,
verjaag de winden van onbarmhartigheid.

Sebben, crudele

Antonio Caldara

Sebben, crudele

Sebben, crudele
Mi fai languir,
Sempre fedele
Ti voglio amar.
 
Con la lunghezza
Del mio server
La tua fierezza
Saprò stancar.

Hoe hardvochtig

Hoe hardvochtig
doe je mij smachten,
toch zal mijn liefde
altijd trouw op je wachten.

Eindeloos gedienstig
wil ik je beminnen
zo zal ik uiteindelijk
je trots overwinnen.

Om in vertaling te zingen:

Hoe wreed laat jij me steeds
smachten naar jou,
toch wil ik voor altijd (2x)
houden van jou

Altijd vasthoudend
speel ik het spel,
op den duur win ik (2x)
jouw liefde wel