O primavera / O dolcezze

Guarini / Schütz

O primavera, gioventù dell’anno,
bella madre de’ fiori,
d’erbe novelle, e di novelli amori;
tu torni ben,
ma teco non tornano’i sereni,
e fortunati dì, delle mie gioie,
tu torni ben, tu torni
ma teco’altro non torna
ché del perduto mio caro tesoro
la rimembranza misera e dolente
tu ben sei quella
ch’eri pur dianzi si vezzosa e bella.
Ma non son io quel che già un tempo fui,
sì caro a gli occhi altrui.

O dolcezze’amarissime d’amore
quanto’è più duro perdervi
che mai non v’haver
ò provate’ò possedute
come saria l’àmar felice stato
se’l già goduto ben non si perdesse
o quando’egli si perde
ogni memoria’ancora del deliguato ben
si dileguasse!

O lente, jeugd van het jaar,
lieflijke moeder van bloemen,
van grassen, en van nieuwe liefdes;
je komt weliswaar terug,
maar met jou keert niet terug
mijn zuivere en fortuinlijke geluk;
Je komt weliswaar terug, 
maar alleen maar met de ellendige
en droevige herinnering
aan het verlies van mijn dierbare schat.
Je bent nog steeds
zoals je eerder was, zo bekoorlijk en mooi.
Maar ik ben niet meer zoals ik ben geweest,
zo geliefd in de ogen van een ander.

O bitterzoete liefde,
hoeveel moeilijker is het om je te verliezen
dan om je nooit gekend te hebben.
O hoe gelukkig zou de liefde zijn
als je de geliefde
niet kon verliezen,
of als je alle herinneringen
zou vergeten na het verlies
van je lief!

Io ’t abbracio

G. F. Händel, duet van Rodelinda en Bertarido

Io ’t abbracio

Io ’t abbraccio,
e più che morte aspro e forte
è pe’l cor mio questo addio,
che il tuo sen dal mio divide;

Ah mia vita! Ah mio tesoro!
se non moro,
è più tiranno quell’ affando,
che dà morte, e non uccide.

Ik omhels je groot

Ik omhels je groot,
en voor mijn hart is dit lijden,
dat jouw en mijn hart moeten scheiden,
wranger en scherper dan de dood;

Ach mijn lief, welk grote nood!
als ik niet sterf,
wreder is mijn verderf,
dat doodsheid brengt, maar niet de dood.

Raggi dov’è il mio bene

Claudio Monteverdi

Raggi dov’è il mio bene

Raggi dov’è il mio bene
non mi date più pene
ch’io me n’andrò cantando dolce aita
questi son gl’occhi che mi dan la vita.

Soli del vostro foco
non m’ardete per gioco,
ch’io me n’andrò cantando a tutte i’hore
questi son gl’occhi dove alberga Amore.

Lumi vivaci alteri
non mi siate sì feri
ch’io me n’andrò cantando ad hora ad hora
questi son gl’occhi donde il ciel s’indora.

Stralen waar mijn lief zal zijn

Stralen waar mijn lief zal zijn
geven mij niet zoveel pijn  
dat ik niet zal zingen, wil me vergeven,
dit zijn de ogen die mij het leven geven.

Zonnen van jouw vuur
zullen mij niet in het spel verbranden,
ik zal zingen op ieder uur
dit zijn de ogen waar de Liefde ontbrandde.

Ogen levendig en fier
geven mij zoveel plezier
dat ik zal zingen met eindeloos geduld
dit zijn de ogen waarmee de hemel is verguld.

Apri le luci

Antonio Vivaldi

Apri le luci e mira il mio costante affetto. 
Per te il mio cor sospira e non l’intendi ancor. 
E in tacita favella co’ soli miei sospiri, ti scopro, 
oh dio, la bella fiamma che m’arde il cor.

Open je ogen, zie mijn voortdurende smachten.
Mijn hart zucht naar jou, nog blind voor mijn smart.
En alleen zwijgend en zuchtend toon ik jou, in het wachten,
de vurige vlam die -o god- brandt in mijn hart. 

Il tango delle capinere

Bixio Cherubini / Cesare Andrea Bixio

Zingbare hertaling

Deze Italiaanse tango verhaalt over de “capinera’s” in het verre Arizona. Capinera is een zangvogel, in het Nederlands ‘Zwartkop’. Duizend van deze zangvogels gaan zingen bij de klank van een gitaar. Maar in de Italiaanse literatuur is capinera ook een meisje. In dat verre land zijn de meisjes vrijer, gewilliger, de Italiaanse meisjes zijn meer terughoudend. Dat is de strekking van het begin van deze tango: wie zijn geluk zoekt die vindt daar de liefde. De tekst van dit lied is sensueel, passend bij het sensuele karakter van de tango, en bevat veel erotisch / verhullend taalgebruik, wat we graag in de vertaling behouden.
In het Nederlands hebben we maar één zangvogel die ook een meisje is: Merel.

Il tango delle capinere

Laggiù nell’Arizona
Terra di sogni e di chimere
Se una chitarra suona
Cantano mille capinere
Hanno la chioma bruna
Hanno la febbre in cuor
Chi va cercar fortuna
Li troverà L’amor

A mezzanotte va
La ronda del piacere
E nell’oscurità
Ognuno vuol godere
Son baci di passion
L’amor non sa tacere
E questa è la canzon
Di mille capinere

Il bandolero stanco
Scende la sierra misteriosa
Sul suo cavallo bianco
Spicca la vampa di una rosa
Quel fior di primavera
Vuol dire fedeltà
E alla sua capinera
Egli lo porterà

De tango van de merels

In warme verre streken
Landen met zwoele luchtkastelen
Als één gitaar gaat spelen
Hoor je hier minstens duizend merels
Met mooie bruine lokken
En met de koorts in het hart
Wie daar geluk gaat zoeken
Die vindt de liefdesstart

Het nachtelijk avontuur
De tijd om te flaneren
Juist op dat duistere uur
Wil iedereen begeren
Met kussen vol van vuur
De liefde trekt de kerels
En zo weerklinkt het lied
Van duizend mooie merels  

Een zwaar vermoeide ridder
Rijdt als een duvel uit een doosje 
Zijn witte paardje draagt hem
Schitterend gloeit zijn rode roosje
Die lentebloem wil zeggen
Ik hou altijd van jou
En voor zijn eigen merel
Draagt hij dat roosje trouw.

Degli occhi Il dolce giro ——- Occhi dolce e soavi

Luca Marenzio

Degli occhi Il dolce giro

Degli occhi il dolce giro
E’l guardo ond’ardo s’io miro sospiro
E s’io no’l miro partir o fuggire,
partir o fuggire, partir o fuggire
Non so voglio morire, voglio morire.

Di gioia or chi mi priva
Ch’io moro, adoro, una Diva ch’è schiva
Pietà omai se non ch’ardendo e struggendo,
ch’ardendo e struggendo, ch’ardendo e struggendo
Vivrò sempre e piangendo, sempre e piangendo.

Amor deh, dammi pace
Ch’invero io pero e la face mi sface
O da gli occhi col dardo forte in sorte,
dardo forte in sorte, dardo forte in sorte
Ormai mi dona morte, mi dona morte.

De zachte ronding van je ogen

De zachte ronding van je ogen
en je verzengende blik, als ik begerig kijk
om niet te kijken moet ik weggaan of vluchten,
weggaan of vluchten, weggaan of vluchten
ik weet niet of ik wil sterven, of ik wil sterven.

Wie rooft nu mijn geluk
ik ga dood, ik aanbid een afkerige diva 
Heb medelijden als ik ooit verbrand en verga,
verbrand en verga, verbrand en verga
Ik zal altijd in tranen leven, in tranen leven

Ach lief, geef me rust
want ik ga waarlijk ten onder en mijn gezicht smelt
De sterke pijl van jouw ogen is mij noodlottig,
is mij noodlottig, is mij noodlottig
Geef mij nu de eeuwige rust, de eeuwige rust.

Occhi dolce e soavi

Occhi dolci e soavi,
Ch’avete del mio afflitto cor le chiavi,
Non mi perseguitate,
Ch’ho gelosia del sol che voi mirate.

Celatemi la luce
Ch’eternamente a pianger mi conduce,
Pur ch’ad altri si cele,
In tenebre vivro lieto e fidele.

Lieflijke zachte ogen

Lieflijke zachte ogen,
die de sleutel bezitten tot mijn gekwelde hart,
achtervolg mij niet,
want ik ben jaloers op de zon die je uitstraalt.

Verberg voor mij het licht,
dat me voor altijd doet lijden,
want voor de anderen verborgen,
zal ik in het duister blij en trouw leven.

Quanto il mio duol

Giovanni Bocaccio / Orlando di Lasso

Quanto il mio duol senza conforto sia,
Signor, tu ‘l puoi sentire,
Tanto ti chiamo con dolorosa voce.
E dico ti che tanto e si mi cuoce
Che per minor martir la morte bramo.
Venga, dunque, la mia.
Vita crudel e ria
Termini co’l suo colpo ‘l mio furore,
Ch’ove ch’io vada sentiro minore.

[]

Hoe uitzichtloos is mijn verdriet,
Heer, U kent mij door en door,
Zo roep ik u met bedrukt gemoed.
En ik zeg u dat er zoveel is dat mij pijn doet
dat ik om minder te lijden verlang naar de dood.  
Kom dan toch, mijn dood.
Maak met één klap, heftig en groot,
een einde aan mijn miserabele tijden,
zodat ik, waar ik ook ga, minder zal lijden.

Tu mancavi a tormentarmi

Anonymous / Antonio Cesti

Tu mancavi a tormentarmi

Tu mancavi a tormentarmi,
Crudelissima speranza,
E con dolce rimembranza
Vuoi di nuovo avvelenarmi.
Ancor dura
La sventura
D’una fiamma incenerita,
La ferita
Ancora aperta
Par m’avverta
nuove pene.
Dal rumor delle catene
Mai non vedo allontanarmi.

Jij blijft mij eeuwigdurend kwellen

Jij blijft mij eeuwigdurend kwellen,
o jij laag-bij-de-gronds verlangen,
en met de allerzoetste heimwee
vergiftig jij mij telkens weer.
Een vernietigende hartstocht
stort mij steeds weer
in de ellende,
en de wond
die ligt nog open,
waarschuwt me
voor telkens meer pijn.
Van’t geraas van de ketenen
zal ik mij toch niet bevrijden.

O sole mio

Giovanni Capurro / Eduardo di Capua

Zingbare hertaling van een van de bekendste Italiaanse liederen

O sole mio

Che bella cosa na jurnata ’e sole,
n’aria serena doppo na tempesta!
Pe’ ll’aria fresca pare già na festa…
Che bella cosa na jurnata ’e sole.

Ma n’atu sole cchiù bello, oi ne’,
’o sole mio sta nfronte a te!
’o sole, ’o sole mio
sta nfronte a te, sta nfronte a te!

Quanno fa notte e ’o sole se ne scenne,
me vene quasi ’na malincunia;
sotto ’a fenesta toia restarria
quanno fa notte e ’o sole se ne scenne.

Ma n’atu sole cchiù bello, oi ne’,
’o sole mio sta nfronte a te!
’o sole, ’o sole mio
sta nfronte a te, sta nfronte a te!

Mijn eigen zon

Wat kan ik steeds weer van de zon genieten,
van zachte bries die na de storm weer fluistert!
De frisse lucht die’t feest zo kalm opluistert…
Wat kan ik steeds weer van de zon genieten.

Maar geen zo mooi als mijn dageraad
O sole mio die voor mij staat!
O sole, o sole mio
die voor mij staat, die voor mij staat!

Wanneer het nacht wordt en de zon gedaald is,
dan wordt het me toch telkens droef te moede;
dan kun je mij onder jouw raam vermoeden.
Wanneer het nacht wordt en de zon gedaald is.

Geen zon zo mooi als mijn dageraad
o sole mio die voor mij staat!
o sole, o sole mio
die voor mij staat, die voor mij staat!

Nessun dorma

Giuseppe Adami en Renato Simoni / Giacomo Puccini

Nessun dorma

Nessun dorma! Nessun dorma!
Tu pure, o, Principessa,
nella tua fredda stanza,
guardi le stelle
che tremano d’amore
e di speranza.

Ma il mio mistero è chiuso in me,
il nome mio nessun saprà!
No, no, sulla tua bocca lo dirò
quando la luce splenderà!
Ed il mio bacio scioglierà il silenzio
che ti fa mia!

(Il nome suo nessun saprà!…
e noi dovrem, ahimè, morir, morir!)

Dilegua, o notte!
Tramontate, stelle!
Tramontate, stelle!
All’alba vincerò! vincerò, vincerò!

Niet gaan slapen

Niet gaan slapen! Niet gaan slapen!
Zelfs jij niet lief prinsesje,
daar in je kille nestje,
kijk naar de sterren
die trillen van de liefde
en van verwachting.

Maar mijn geheim geef ik niet vrij,
en niemand, niemand raadt mijn naam!
Nee, nee, ik zeg hem als we samen zijn
wanneer de nacht voorbij zal gaan!
En dan verjaagt mijn kus al snel de stilte
die jou van mij maakt!

(nee niemand, niemand raadt zijn naam!
en ons rest enkel nog de dood, de dood!)

Verdwijn oh nacht en
Sterren ga nu onder!
Sterren ga nu onder!
Bij licht is zij van mij! Zij van mij, zij van mij!