Raíz salvaje

Juana de Ibarbourou

Raíz salvaje 

Me ha quedado clavada en los ojos
la visión de ese carro de trigo
que cruzó rechinante y pesado
sembrando de espigas el recto camino.

¡No pretendas ahora que ría!
¡Tú no sabes en qué hondos recuerdos
estoy abstraída!

Desde el fondo del alma me sube
un sabor de pitanga a los labios.
Tiene aún mi epidermis morena
no sé qué fragancias de trigo emparvado.

¡Ay, quisiera llevarte conmigo
a dormir una noche en el campo
y en tus brazos pasar hasta el día
bajo el techo alocado de un árbol!

Soy la misma muchacha salvaje
que hace años trajiste a tu lado.

Wilde wortels

In mijn ogen staat het beeld gekerfd
van die boerenkar geladen met graan
die krakend en zwaar de weg overstak
en met aren bezaaide in het voorbijgaan.

Verwacht nu niet dat ik ga lachen!
Jij weet niet half welke diepe herinneringen
ik heb teruggedacht!  

Van de bodem van mijn ziel glippen
de smaken van pitanga naar mijn lippen.
Mijn gebruinde huid ruikt zelfs stilaan
naar weet ik welke geuren van hopen graan.

Ach, het liefst nam ik je mee
om een nacht in het veld te slapen met z’n twee
en in jouw armen te liggen tot de zon op zal gaan
onder het gastvrije dak van een plataan!

Ik ben nog steeds het wilde meisje
dat je jaren geleden meevoerde aan je zijde.

Bésame Mucho

Consuelo Velazquez

Zingbare hertaling

Bésame mucho

Bésame,
Bésame mucho
Como si fuera ésta noche
La última vez
Bésame, bésame mucho
Que tengo miedo a perderte
Perderte después
Quiero tenerte muy cerca
Mirarme en tus ojos
Verte junto a mi
Piensa que tal vez mañana
Yo ya estaré lejos,
Muy lejos de ti

Bésame,
Bésame mucho
Como si fuera ésta noche
La última vez
Bésame, bésame mucho
Que tengo miedo a perderte
Perderte después

Kus me dan

Kus me dan,
kus me oneindig,
Kus me als was het vanavond
het laatst wat je doet.
Kus me dan, kus me oneindig,
want ik ben bang dat ik
jou zal verliezen voorgoed.
Ik wil nu heel dicht bij jou zijn,
ik kijk in je ogen,
en jij bent mijn vrouw,
Denk maar dat ik misschien
morgen al weer heel ver weg ga,
steeds verder van jou.

Kus me dan,
kus me oneindig,
Kus me als was het vanavond
het laatst wat je doet.
Kus me dan, kus me oneindig,
want ik ben bang dat ik jou zal
verliezen voorgoed.

Serenata para la tierra de uno

María Elena Walsh

Dit prachtige lied van María Elena Walsh was een vertaalopgave van ‘Nederland Vertaalt 2019’. Uit het juryrapport: “Gedurende haar Parijse tijd, in de jaren vijftig, leerde María Elena Walsh de groten kennen van het Franse chanson, en stond ze aan de wieg van wat later de ‘nueva canción argentina’ zou worden. Het lied ‘Serenata para la tierra de uno’ componeerde ze in die jaren, en werd in 1968 voor het eerst op plaat gezet.” Het vertolkt haar tegenstrijdige gevoelens voor haar geboorteland.

Mijn zingbare vertaling werd door de jury genomineerd. In de hier gepubliceerde vertaling heb ik nog twee kleine correcties doorgevoerd naar aanleiding van de discussies in de werkgroep.

Serenata para la tierra de uno

Porque me duele si me quedo
pero me muero si me voy,
por todo y a pesar de todo, mi amor,
yo quiero vivir en vos.

Por tu decencia de vidala
y por tu escándalo de sol,
por tu verano con jazmines, mi amor,
yo quiero vivir en vos.  

Porque el idioma de infancia
es un secreto entre los dos,
porque le diste reparo
al desarraigo de mi corazón.  

Por tus antiguas rebeldías
y por la edad de tu dolor,
por tu esperanza interminable, mi amor,
yo quiero vivir en vos.  

Para sembrarte de guitarra,
para cuidarte en cada flor
y odiar a los que te castigan, mi amor,
yo quiero vivir en vos.  

Serenade voor mijn vaderland

Omdat ik pijn lijd als ik hier blijf
omdat ik sterf als ik vertrek,
daarom en ondanks alles blijf ik, mijn lief,
ik laat je nooit meer los.

Om het fatsoen van je ‘vidala’
en je schandalig warme zon,
en om je zomer vol jasmijnen, mijn lief,
laat ik je nooit meer los.

Omdat de taal van onze kindertijd
een groot geheim is van ons twee,
omdat jij altijd een thuis bood
aan mijn door pijn gekwetste hart en ziel.

Om je voorbije revoluties
en om de oudheid van je pijn,
om je oneindige vertrouwen, mijn lief,
laat ik je nooit meer los.

Om mijn gitaarmuziek te zaaien,
om jou te voeden bloem voor bloem
en hen te haten die jou wraken, mijn lief,
ik laat je nooit meer los.

Pequeño vals vienes,

Federico Garcia Lorca / Leonard Cohen

Lorca schreef dit gedicht in 1929-’30, tijdens een langdurig verblijf in New York. Het is gepubliceerd in 1942 in de bundel ‘Poeta in Nueva York’ (Dichter in New York). Het is opgenomen in de afdeling ‘Vlucht uit New York’. De zanger Leonard Cohen heeft het als lied vertaald in het engels ‘Take this waltz’. Verschillende spaanstalige zangers hebben de melodie van Cohen gebruikt in combinatie met de originele tekst.

Pequeño vals vienes

En Viena hay diez muchachas,
un hombro donde solloza la muerte
y un bosque de palomas disecadas.
Hay un fragmento de la mañana
en el museo de la escarcha.
Hay un salón con mil ventanas.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals con la boca cerrada.

Este vals, este vals, este vals,
de sí, de muerte y de coñac
que moja su cola en el mar.

Te quiero, te quiero, te quiero,
con la butaca y el libro muerto,
por el melancólico pasillo,
en el oscuro desván del lirio,
en nuestra cama de la luna
y en la danza que sueña la tortuga.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals de quebrada cintura.

En Viena hay cuatro espejos
donde juegan tu boca y los ecos.
Hay una muerte para piano
que pinta de azul a los muchachos.
Hay mendigos por los tejados.
Hay frescas guirnaldas de llanto.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals que se muere en mis brazos.

Porque te quiero, te quiero, amor mío,
en el desván donde juegan los niños,
soñando viejas luces de Hungría
por los rumores de la tarde tibia,
viendo ovejas y lirios de nieve
por el silencio oscuro de tu frente.
    ¡Ay, ay, ay, ay!
Toma este vals del “Te quiero siempre”.

En Viena bailaré contigo
con un disfraz que tenga cabeza de río.
¡Mira qué orillas tengo de jacintos!
Dejaré mi boca entre tus piernas,
mi alma en fotografías y azucenas,
y en las ondas oscuras de tu andar
quiero, amor mío, amor mío, dejar,
violín y sepulcro, las cintas del vals.

Kleine weense wals 

In Wenen zijn tien jonge vrouwen,
de dood huilt er uit op een schouder,
er is een bos met opgezette duiven.
In het museum van steeds kouder
hangt nog een flard van de morgenstond.
Er is een zaal met duizend ruiten.        
    Ay, ay, ay, ay!
Drink deze wals met gesloten mond.

Deze wals, deze wals, deze wals
van ja, zowel dood als cognac
die zijn staart dompelt in de zee.

Ik wil jou, ik wil jou, ik wil jou,
met je leunstoel en je dode verhaal,
voorbij het weemoedige portaal,
in ons hemelbed onder de maan
waar lelies op de duistere zolder staan
en de schildpad droomt van het bal.
    Ay, ay, ay, ay!
Dans deze wals voor ik val.

In Wenen speelt jouw mond
een spel met vier spiegels in het rond.
Een piano wijst naar de dood,
kleurt de jonge mannen blauw in hun nood.
Bedelaars klimmen in de dakgoot.
Er zijn verse slingers van erbarmen.
    Ay, ay, ay, ay!
Dans deze wals die smoort in mijn armen.

Want ik wil je, ik wil je, mijn lief,
op zolder waar kinderen spelen,
dromend van oude spookkastelen
in het gerucht van de zwoele namiddag,
zie ik schapen en lelies het wit verdelen
in het zwijgende donker van je oogopslag.
    Ay, ay, ay, ay!
Dans deze wals van “Ik wil je jaar en dag”.

In Wenen dans ik met jou deze wals,
in vermomming: mijn hoofd een rivier.
Hyacinten bloeien op mijn oevers, kijk hier!
Ik begraaf mijn mond tussen je dijen,
mijn ziel in foto’s en waterpartijen,
en op de donkere deining van jouw ledematen
wil ik, mijn lief, mijn lief, achterlaten,
viool en grafsteen, als de slippen van de wals.  

Suite de Lorca

Federico Garcia Lorca / Einojuhani Rautavaara

Vier gedichten van Federico Garcia Lorca, op muziek gezet door Einojuhani Rautavaara

Malagueña

La muerte
entra y sale
de la taberna.

Van caballos negros               
y gente siniestra                         
por los hondos caminos             
de la guitarra.                             

Y hay un olor a sal                     
y a sangre de hembra                
en los nardos febriles                 
de la marina.                              

La muerte                                     
entra y sale                                
y sale y entra                              
la muerte                                    
de la taberna.

Flamenco-liedje

De dood
komt en gaat
in de taverne.

Er komen zwarte paarden langs
en duistere lieden
op de verborgen wegen
van de guitaar.

En het ruikt naar zout
en naar meisjesbloed
in het koortsende narduskruid
langs de kust.

De dood
komt en gaat
en gaat en komt
de dood
in de taverne.

El Grito

La elipse de un grito 
va de monte                               
a monte.                      

Desde los olivos                         
sera un arco iris negro               
sobre la noche azul.                            

Ay!

Como un arco de viola
el grito ha hecho vibrar              
largas cuerdas del viento.          

Ay!  
                                           
(Las gentes de las cuevas
asoman sus velones)!

Ay!   

De gil

Als een ellips
weerkaatst een gil
tussen de bergen.

Vanuit de olijfbomen
wordt hij een zwarte regenboog
tegen het avondblauw.

Ay!

Als de strijkstok van een viool
deed de gil stembanden trillen
de lange stembanden van de wind.

Ay!

(De grotbewoners steken
hun olielamp naar buiten)

Ay!

Cuando sale la luna

Cuando sale la luna
se pierden las campanas           
y aparecen las sendas
impenetrables.                           
 
Cuando sale la luna                   
el mar cubre la tierra                  
y el corazon se siente                
isla en el infinito.                        
 
Nadie come naranjas                 
bajo la luna llena.                       
Es precioso comer                     
fruta verde y helada.                  
 
Cuando sale la luna                   
de cien rostros iguales,
la moneda de plata                              
solloza en el bolsillo. 

Als de maan opkomt

Als de maan opkomt
verstillen de klokken
en doemen ondoordringbare
paden op.

Als de maan opkomt
bedekt de zee de aarde
en het hart voelt zich
eiland in de oneindigheid.

Men moet geen sinaasappels eten
bij volle maan.
Beter zijn
harde en koude vruchten.

Als de maan opkomt
over honderd eendere gezichten,
hoort men het zilvergeld   
snikken in de beurs.

Cancion de jinete

Cordoba, lejana y sola              
Jaca negra, luna grande,           
y aceintunas en mi alforga.        
Aunque sepa los caminos          
yo nunca llegaré a Cordoba.      

Por el llano, por el viento,          
jaca negra, luna roja.                 
La muerte me esta mirando       
desde las torres de Cordoba.     

!Ay que camino tan largo!          
!Ay mi jaca valerosa!                  
!Ay que la muerte me espera,    
antes de llegar a Cordoba!         

Cordoba, lejana y sola.

Ruiterliedje

Cordoba, ver en verlaten.
Zwart paardje, heldere maan
en olijven in mijn zadeltas.
Hoe goed ik de weg ook ken
nooit zal ik Cordoba bereiken.

Door de vlakte, tegen de wind,
zwart paardje, rode maan.
De dood staart me aan
vanaf de torens van Cordoba.

Ach, de weg is zo lang!
Ach, mijn dappere paardje!
Ach, de dood wacht me op
voordat ik Cordoba bereiken kan!

Cordoba, ver en verlaten.