Peace, gentle peace

Arthur Christopher Benson (1862-1925) / Sir Edward Elgar (1857-1934)

Peace, gentle Peace, who, smiling through thy tears,
Returnest, when the sounds of war are dumb,
Replenishing the bruised and broken earth,
And lifting motherly her shattered form;
When comest thou? Our brethren long for thee.

Thou dost restore the darkened light of home,
Give back the father to his children’s arms;
Thou driest tenderly the mourner’s tears,
And all thy face is lit with holy light; –
Our earth is fain for thee! Return and come!

Vrede, lieve Vrede, die, glimlachend door uw tranen heen,
Terugkeert, als de geluiden van de oorlog zijn verstomd…
Gij vult de gekneusde en gebroken aarde weer aan,
En verheft moederlijk uw verbrijzelde gedaante,
Wanneer komt gij? Onze broeders verlangen naar u

Gij herstelt het verduisterde licht van thuis,
Laat de vader terugkeren in de armen van zijn kinderen
Gij droogt teder de tranen van de rouwenden,
En uw hele gelaat is verlicht met heilig licht  
Onze aarde smacht naar u! Keer terug en kom.

As torrents in summer

Longfellow / Elgar

As torrents in summer,
Half dried in their channels,
Suddenly rise,
tho’ the sky is still cloudlesss.
For rain has been falling.
Far off at their fountains;

So hearts that are fainting
Grow full to o’erflowing,
And they that behold it,
Marvel, and know not
That God at their fountains
Far off has been raining!

Zoals het wilde water zomers,
in een half verdroogde bedding
plotseling stijgt,
zonder een wolkje aan de lucht,
omdat het ver weg bij de bron
geregend heeft;

zo kan een verschrompeld hart
volledig overstromen,
tot verwondering van de omstanders,
want ze weten niet
dat God de bron ver weg
beregend heeft.