The autumn is old

Thomas Hood / Gustav Holst

The autumn is old

The Autumn is old,
The sere leaves are flying;–
He hath gather’d up gold,
And now he is dying;–
Old Age, begin sighing! 

The vintage is ripe,
The harvest is heaping;–
But some that have sow’d
Have no riches for reaping;–
Poor wretch, fall a-weeping! 

The year’s in the wane,
There is nothing adorning,
The night has no eve,
And the day has no morning;–
Cold winter gives warning. 

The rivers run chill,
The red sun is sinking,
And I am grown old,
And life is fast shrinking;
Here’s enow for sad thinking!

De herfst is oud

De herfst is oud,
droge bladeren wachten;
hij verzamelde het goud,
en verliest nu zijn krachten;
oude dag, begin met smachten!

De wijnoogst is rijp,
de oogst brengt overvloed;
maar sommigen hebben gezaaid
en hebben geen rijkdom tegoed;
arme sloeber, geen zakenbloed!

Het jaar loopt al af,
niets zal meer ontspruiten,
de nacht heeft geen keer,
naar de dag kun je fluiten;
winterkou komt naar buiten.

De rivieren worden koud,
De zon verliest zijn krachten,
en ik ben nu oud,
en kan weinig verwachten;
Hier beginnen droeve gedachten

I love my love

Cornish folksong / Gustav Holst

I love my love

Abroad as I was walking, one evening in the spring,
I heard a maid in Bedlam so sweetly for to sing;
Her chains she rattled with her hands, And thus replied she:
“I love my love because I know my love loves me!

O cruel were his parents who sent my love to sea,
And cruel was the ship that bore my love from me;
I love his parents since they’re his although they’ve ruined me:
I love my love because I know my love loves me!

With straw I’ll weave a garland, I’ll weave it very fine;
With roses, lilies, daisies, I’ll mix the eglantine;
And I’ll present it to my love When he returns from sea.
For I love my love, because I know my love loves me.”

Just as she sat there weeping, Her love he came on land.
Then hearing she was in Bedlam, He ran straight out of hand.
He flew into her snow-white arms, And thus replied he:
“I love my love, because I know my love loves me.”

She said: “My love don’t frighten me; Are you my love or no?”
“O yes, my dearest Nancy, I am your love, also
I am return’d to Make amends for all your injury;
I love my love because I know my love loves me.”

So now these two are married, And happy may they be
like turtle doves togheter, in love and unity.
All pretty maids with patience wait That have got loves at sea;
I love my love because I know my love loves me.

‘k Hou van mijn lief

Ik liep een keer te wand’len, ’t was lente en nog licht,
en hoorde een meisje zingen, het kwam uit ’t gesticht;
ze rammelde haar kettingen, terwijl haar liedje zei:
“‘k hou van mijn lief, omdat ik weet: mijn lief houdt ook van mij!

Hoe wreed waren zijn ouders, ze stuurden hem naar zee,
en wreed was ook het nare schip, dat nam hem van mij mee;
Toch houd ik van ze, juist om hem, al ben ik nu onvrij:
‘k hou van mijn lief, omdat ik weet: mijn lief houdt ook van mij!

Van stro maak ik een krans voor hem, ik maak hem extra fijn,
met rozen, lelies, madelief, en geurig rozemarijn;
En die geef ik dan aan mijn lief, als hij weer komt bij mij.
want ‘k hou van mijn lief, omdat ik weet: mijn lief houdt ook van mij!”

Terwijl zij daar zo huilen moest, kwam lief weer terug aan wal.
Hij hoorde over het gesticht, en haast zich door het dal.
Hij vloog in haar sneeuwwitte armen, en weet je wat hij zei:
‘k hou van mijn lief, omdat ik weet: mijn lief houdt ook van mij!”

Ze zei: “mijn lief, je maakt me gek; ben je mijn lief of niet?”
“Ja, liefste Nancy, ‘k ben je lief, zoals je nu wel ziet
Ik kwam speciaal terug voor jou, zet je verdriet opzij;
‘k hou van mijn lief, omdat ik weet: mijn lief houdt ook van mij!”

Dus nu zijn ze getrouwd en wel, als kinderen zo blij,
twee tortelduifjes samen, in de echt verbonden vrij.
Dus meisjes met een lief op zee, wacht rustig in geschrei;
‘k hou van mijn lief, omdat ik weet: mijn lief houdt ook van mij!