At the round earth’s imagined corners

John Donne / Hubert Parry

At the round earth’s imagin’d corners

At the round earth’s imagin’d corners, blow
Your trumpets, angels, and arise, arise
From death, you numberless infinities
Of souls, and to your scatter’d bodies go;

All whom the flood did, and fire shall o’erthrow,
All whom war, dearth, age, agues, tyrannies,
Despair, law, chance hath slain, and you whose eyes
Shall behold God and never taste death’s woe.

But let them sleep, Lord, and me mourn a space,
For if above all these my sins abound,
‘Tis late to ask abundance of thy grace
When we are there; here on this lowly ground

Teach me how to repent; for that’s as good
As if thou’hadst seal’d my pardon with thy blood.

Blaast de bazuinen

Blaast de bazuinen op de vier verbeelde hoeken
van de ronde aarde, engelen, sta op uit de dood,
gij onmetelijke zielenrij, om in uw nood
uw verstrooide lichamen terug te zoeken;

Allen die verdronken, die door oorlog, ouderdom, gebreken,
tyrannie, armoede, wanhoop, rechtspraak of pech verstreken,
allen die de poel des vuurs zal raken,
en gij die God zullen zien zonder ooit  de doodssmart te smaken.

Laat hen nog slapen Heer, en laat mij nog rouwen,
want als ik een grotere zondaar ben met al mijn gebreken,
ben ik te laat om uw overvloedige genade af te smeken
op de laatste dag. Leer me hier op aarde te berouwen,

want dat is net zo goed
als had gij mij vergeven met uw bloed.

I know my soul hath power

John Davies / Hubert Parry

I know my soul hath power

I know my soul hath power to know all things,
Yet she is blind and ignorant in all:
I know I’m one of Nature’s little kings,
Yet to the least and vilest things am thrall.

I know my life’s a pain and but a span;
I know my sense is mock’d in ev’rything;
And, to conclude, I know myself a Man,
Which is a proud and yet a wretched thing.

Ik weet mijn geest weet alles

Ik weet mijn geest weet alles op den duur,
toch is ze blind en in alles onwetend:
Ik weet mezelf een kleine koning van de natuur,
toch ben ik aan het minste en ellendigste geketend.

Ik weet mijn leven doet pijn en heeft een grens;
en mijn gevoel bedriegt me met het aardse slijk;
Om kort te gaan, ik weet ik ben een mens,
trots en beklagenswaardig tegelijk. 

Lord let me know mine end

Psalm 39 / Hubert Parry

Lord, let me know mine end

Lord, let me know mine end and the number of my days
That I may be certified how long I have to live.
Thou hast made my days as it were a span long;
And mine age is as nothing in respect of Thee,
And verily, ev’ry man living is altogether vanity,
For man walketh in a vain shadow
And disquieteth himself in vain,
He heapeth up riches and cannot tell who shall gather them.
And now, Lord, what is my hope?
Truly my hope is even in Thee.
Deliver me from all mine offencеs
And make me not a rebukе to the foolish.
I became dumb and opened not my mouth
For it was Thy doing.
Take Thy plague away from me,
I am even consumed by means of Thy heavy hand.
When Thou with rebukes does chasten man for sin
Thou makest his beauty to consume away
Like as it were a moth fretting a garment;
Ev’ry man therefore is but vanity.
Hear my pray’r, O Lord
And with Thy ears consider my calling,
Hold not Thy peace at my tears!
For I am a stranger with Thee and a sojourner
As all my fathers were.
O spare me a little, that I may recover my strength before I go hence
And be no more seen.

Heer, laat mij mijn einde kennen

Heer, laat mij mijn einde kennen en het aantal van mijn dagen
opdat ik zeker weet hoe lang ik nog zal leven.
U bepaalt mijn dagen tot een tijdspanne;
wat U betreft is mijn levensduur niets,
en waarlijk, iedere levende mens is volkomen ijdel,
want de mens wandelt in een valse schaduw
en verontrust zichzelf tevergeefs,
hij stapelt rijkdommen op en weet niet wie er mee heen gaat.
En nu, Heer, wat mag ik nog hopen?
Waarlijk mijn hoop is slechts op U.
Bevrijd mij van al mijn zonden
en maak mij niet tot spot van de dwazen.
Ik zweeg en opende mijn mond niet meer
want het was Uw werk.
Neem Uw plaag van mij weg,
want ik word verteerd door Uw zware hand.
Als u de mens kastijdt en straft voor zijn zonden
Laat u zijn pracht wegvreten
zoals een mot een kledingstuk invreet;
ieder mens is daarom slechts ijdelheid.
Hoor mijn gebed, O Heer
en versta met Uw oren mijn roepen,
blijf niet onbewogen bij mijn tranen!
Want ik ben een vreemdeling bij U en een voorbijganger
zoals al mijn voorvaderen.
O ontzie mij enigszins, dat ik mijn kracht hervind eer ik heenga
en niet meer gezien zal worden.

There is an old belief

John Gibson Lockhart / Hubert Parry

There is an old belief

There is an old belief,
That on some solemn shore,
Beyond the sphere of grief
Dear friends shall meet once more.
Beyond the sphere of Time and Sin
And Fate’s control,
Serene in changeless prime
Of body and of soul.
That creed I fain would keep
That hope I’ll ne’er forgo,
Eternal be the sleep,
If not to waken so.

Er bestaat een oud vertrouwen

Er bestaat een oud vertrouwen
dat goede vrinden,
ver voorbij het gebied van rouwen
elkaar opnieuw terug zullen vinden.
Voorbij de sfeer van Zonde en Tijd
waar het Noodlot wordt gevreesd,
sereen in onveranderlijke volmaaktheid
van het lichaam en van de geest.
Dat credo wil ik graag bewaren,
die hoop zal ik nooit laten varen,
moge ik eeuwig in slaap geraken,
als ik daar niet kan ontwaken.

My soul, there is a country

Henry Vaughan / Hubert Parry

My soul, there is a country
Far beyond the stars,
Where stands a winged sentry
All skilful in the wars;

There, above noise and danger
Sweet Peace sits crown’d with smiles
And One, born in a manger
Commands the beauteous files.

He is thy gracious Friend
And — O my soul, awake! —
Did in pure love descend
To die here for thy sake.

If thou canst get but thither,
There grows the flow’r of Peace,
The Rose that cannot wither,
Thy fortress and thy ease.

Leave then thy foolish ranges,
For none can thee secure
But One who never changes,
Thy God, thy life, thy cure.

Mijn ziel, er is een land
Ver weg voorbij de zonnetijd,
Daar staat een wachter heel galant
En vaardig in de strijd;

Daar, ver van gevaar en gebral
Zit de lieve vrede met stralende gebaren
En Eén, geboren in een stal
Beveelt de prachtige scharen.

Hij is jouw genadige vrind
En – o mijn ziel, ontwaak! –
Daalde liefdevol neer als godenkind
Om hier te sterven voor jouw zaak.

Als je ginds kunt komen,
Daar bloeit de vredestijd,
De roos die niet verwelken kan,
Jouw fort en heerlijkheid.

Verlaat dan je dwaze rijen,
Want jou beveiligen kan niemand
Behalve Eén boven alle partijen,
Je God, je leven, je Heiland.

Never weather beaten sail

Thomas Campion / Hubert Parry

Never weather-beaten sail more willing bent to shore,   
Never tyred pilgrim’s limbs affected slumber more,      
Than my wearied sprite now longs to fly out of my troubled breast.      
O come quickly, sweetest Lord, and take my soul to rest.        

Ever-blooming are the joys of Heaven’s high paradise,
Cold age deafs not there our ears, nor vapour dims our eyes:  
Glory there the Sun outshines, whose beams the blessèd only see;      
O come quickly, glorious Lord, and raise my sprite to Thee.

Nooit boog zich het verweerde zeil nog gretiger naar de kust,
nooit eerder waren pelgrimsvoeten zo moe en uitgeblust,
zo wil mijn geest ontsnappen aan mijn lijf, zo ongerust.
Kom snel, lieve Heer, leid mijn ziel naar de eeuwige rust.

In volle bloei staan de geneugten van het Hemels paradijs altijd klaar,
daar worden we niet oud en doof, daar krijgen we geen staar:
daar is glorie stralender dan de zon, slechts de uitverkorenen zien het nu;
O kom toch snel, mijn lieve Heer, en verhef mijn geest tot U.