The warm sun is failing, the bleak wind is wailing,
The bare boughs are sighing, the pale flowers are dying,
And the Year
On the earth her death-bed,
in a shroud of leaves dead,
Is lying.
Come, Months, come away,
From November to May,
In your saddest array;
Follow the bier
Of the dead cold Year,
And like dim shadows watch by her sepulchre.
The chill rain is falling, the nipped worm is crawling,
The rivers are swelling, the thunder is knelling
For the Year;
The blithe swallows are flown, and the lizards each gone
To his dwelling;
Come, Months, come away;
Put on white, black, and gray;
Let your light sisters play —
Ye, follow the bier
Of the dead cold Year,
And make her grave green with tear on tear.
De warme zon daalt, de gure wind dwaalt,
de kale takken zuchten, de bleke bloemen vluchten,
En het jaarÂ
ligt op de aarde, haar lijkbaar,
op een bed van dorre blaren.
Kom, maanden, kom erbij,
van november tot mei
in je treurigste rij;
volg de baar
van het dode koude jaar,
en waak bij haar graf als een donker gebaar.
De regen valt koud, de worm kruipt weg uit zelfbehoud,
de rivieren zwellen hoog op, het onweer luidt de doodsklok
voor het jaar;
De vrolijke zwaluwen zijn weg, de hagedissen elk op weg
naar hun onderkomen.
Kom, maanden, kom erbij;
kleding in wit, zwart en grijs past hierbij;
laat je lichte zussen vrij.
Volgen jullie de baar
van het dode koude jaar,
en maak met je tranen haar graf zomerklaar.