Hotel California

Don Henley / Glenn Frey; Don Felder / Eagles

On a dark desert highway
Cool wind in my hair
Warm smell of colitas
Rising up through the air
Up ahead in the distance
I saw a shimmering light
My head grew heavy and my sight grew dim
I had to stop for the night

There she stood in the doorway
I heard the mission bell
And I was thinkin’ to myself
“This could be Heaven or this could be Hell”
Then she lit up a candle
And she showed me the way
There were voices down the corridor
I thought I heard them say

“Welcome to the Hotel California
Such a lovely place (Such a lovely place)
Such a lovely face
Plenty of room at the Hotel California
Any time of year (Any time of year)
You can find it here”

Her mind is Tiffany-twisted
She got the Mercedes Benz, uh
She got a lot of pretty, pretty boys
That she calls friends
How they dance in the courtyard
Sweet summer sweat
Some dance to remember
Some dance to forget

So I called up the Captain
“Please bring me my wine”
He said, “We haven’t had that spirit here
Since 1969″
And still those voices are callin’
From far away
Wake you up in the middle of the night
Just to hear them say

“Welcome to the Hotel California
Such a lovely place (Such a lovely place)
Such a lovely face
They livin’ it up at the Hotel California
What a nice surprise (What a nice surprise)
Bring your alibis”

Mirrors on the ceiling
The pink champagne on ice, and she said
“We are all just prisoners here
Of our own device”
And in the master’s chambers
They gathered for the feast
They stab it with their steely knives
But they just can’t kill the beast

Last thing I remember, I was
Running for the door
I had to find the passage back
To the place I was before
“Relax,” said the night man
“We are programmed to receive
You can check out any time you like
But you can never leave”

Op een hete woestijnweg
veel wind om mijn hoofd
de geur van colitas
die van alles belooft
recht vooruit in de verte
zag ik een flakkerend licht
mijn hoofd werd zwaarder en mijn zicht werd vaag
het was genoeg voor vandaag

Ze stond klaar bij de ingang
ik hoor de missiebel
en toen dacht ik nog bij mezelf
“dit kan de hemel zijn maar ook de hel”
en toen stak ze een kaars aan
en ze leidde me rond
op de gangen klonken stemmen door
het klonk als uit één mond

“Kom bij ons in hotel California
’t is er altijd licht (’t is er altijd licht)
wat een mooi gezicht
altijd wel plek in ons hotel California
ja het hele jaar (ja het hele jaar)
alles vind je daar”

Ze denkt alleen aan juwelen
ze is bazin van de stad
er zwerven heel veel spetters om haar heen
ze noemt ze lieve schat
veel gedans op het grasveld
zoet zomerzweet
één danst om te blijven
een ander vergeet

Dus ik wenkte de barman
“Doe mij een glas wijn”
Hij zei “Waar u naar zoekt zal hier allang
niet meer te krijgen zijn”
En altijd hoor je nog echo’s
van lang gelee
en die wekken je midden in de nacht
en je doet maar mee

“Kom bij ons in hotel California
’t is er altijd licht (’t is er altijd licht)
wat een mooi gezicht
de bloemetjes buiten in hotel California
wat een goed idee (wat een goed idee)
Neem een uitvlucht mee”

Spiegels in de hoogte
een champagne-ontbijt, en zij zei
“Wij zijn enkel slachtoffers hier
van de dommigheid”
In de privé-vertrekken
daar vieren ze groot feest
ze zwaaien met een stalen mes
maar echt niemand doodt het beest

M’n laatste gedachte, ik wil
daar weg van dat feest
ik zocht wanhopig naar de weg
waar ik eerder was geweest
“Relax,” zei de nachtwacht
je hebt echt heel dikke pech
je kan wel altijd je sleutel kwijt
maar je komt nooit meer weg.” 

‘Hotel California’ is een episch lied over de reis van onschuld naar ervaring en specifiek over de fatale Californische levensstijl van overdaad en hedonisme. Dat klinkt natuurlijk allemaal mega diepzinnig en zo is het ook bedoeld.
Mirrors on the ceiling, pink champagne on ice and she said: we are all just prisoners here of our own device
De voornaamste tekstschrijver van het nummer is Don Henley en de muziek komt voor rekening van leadgitarist Don Felder, maar ook multi-instrumentalist Glenn Frey schrijft eraan mee. Het hotel uit de titel is dus niet het Beverley Hills Hotel, dat te zien is op de albumcover. Het hotel is een metafoor voor het beloofde land dat tot de ondergang gedoemd is en waaruit geen verlossing meer mogelijk is. Creepy.
There she stood in the doorway, I heard the mission bell and I was thinking to myself: this could be heaven or this could be hell
In de tussenliggende tekst worden de verleidingen en verlokkingen van het leven in het hotel uiteengezet, in steeds surrealistischere vorm:
In the master’s chambers they gathered for the feast, they stab it with their steely knives but they just can’t kill the beast
Geen wonder dat een tekst die zo rijk aan beeldspraak is aanleiding geeft tot talloze andere interpretaties. Een van de populairste verklaringen is dat het nummer over drugs zou gaan, waarbij Hotel California staat voor gevangenis of afkickcentrum en waarbij met ’the warm smell of colitas’ de geur van marihuana wordt bedoeld.
On a dark desert highway, cool wind in my hair, warm smell of colitas rising up through the air
Anderen zien in de songtekst bijbelse connotaties, satanistische theorieën, associaties met alles van kannibalen tot Charles Manson, of zien er metaforen in voor de platenindustrie, dan wel een vastgelopen liefdesrelatie. De lijst is eindeloos. Uiteindelijk doet het er ook niet zoveel toe waar de tekst echt over gaat. De kracht van een goed nummer is immers dat iedereen er zijn eigen uitleg aan kan geven. Zoals een goed hotel voor iedereen andere charmes heeft.
You can check out any time you like, but you can never leave

Bron: https://www.nporadio2.nl/nieuws/npo-radio-2/58e31810-7ad0-4a4c-a518-263513413bc0/de-betekenis-van-hotel-california

O Rosetta, che rosetta

Gabriello Chiabrera / Claudio Monteverdi

O Rosetta, che rossetta
     Tra il bel verde di tue frondi
     Vergognosa ti nascondi,
     Come pura donzelletta,
     Che sposata ancor non è.

Se dal bel cespo natio
     Ti torrò, non te ne caglia;
     Ma con te tanto mi vaglia,
     Che ne lodi il pensier mio,
     Se servigio ha sua mercè.

Caro pregio il tuo colore
     Tra le man sia di colei,
     Che governa i pensier miei,
     Che mi mira il petto e’l core,
     Ma non mira la mia fe.

Non mi dir come t’apprezza
     La beltà di Citerea;
     lo mel so, ma questa Dea
     E di grazia e di bellezza
     Non ha Dea sembiante a sè.

O Roosje, mijn roosje,
tussen je groene lover
verberg je bedeesd jouw tover
als een prachtig juwelendoosje,
een jonge ongehuwde vrouw.

Als ik je uit je mooie struik pluk,
wees niet bang,
want het eerbetoon in mijn gezang
brengt mij al veel geluk
als het alleen maar klinkt voor jou.

Jouw kleur is een teken van eerbied
in de handen van haar
die ik in mijn gedachten bewaar,
die mijn hoofd en mijn hart ziet
maar niet mijn trouw.

Zeg maar niet hoe jij altijd
de schoonheid van Aphrodite eert,
ik weet het, maar deze godin regeert
en kent in gratie en schoonheid
haar gelijke niet als vrouw.

Yver, vous n’estes qu’un vilain;

Charles d'Orléans / Claude Debussy

Yver, vous n’estes qu’un vilain;
Esté est plaisant et gentil
En témoing de may et d’avril
Qui l’accompaignent soir et main.

Esté revet champs, bois et fleurs
De sa livrée de verdure
Et de maintes autres couleurs
Par l’ordonnance de nature.

Mais vous, Yver, trop estes plein
De nège, vent, pluye et grézil.
On vous deust banir en éxil.
Sans point flater je parle plein,
Yver, vous n’estes qu’un vilain.

Winter, je bent een slechterik!
De zomer is lief, aardig en stil
kijk maar naar mei en april,
met ’s ochtends en ’s avonds een frisse blik.

De zomer spreidt op ieder uur
over velden, bossen en bloemen zijn geuren,
zijn groen en alle andere kleuren,
volgens het recept van moeder natuur.

Maar jij, winter, je brengt vooral schrik
met al je sneeuw, wind, hagel en regen.
men zou verbanning moeten overwegen.
Onomwonden en volmondig verklaar ik:
Winter, je bent een slechterik!

Quant j’ai ouy le tabourin

Charles d'Orléans / Claude Debussy

Quant j’ai ouy la tabourin
Sonner, pour s’en aller au may,

En mon lit n’en ay fait affray
Ne levé mon chief du coissin;
En disant: il est trop matin
Ung peu je me rendormiray:

Quant j’ ay ouy le tabourin
Sonner pour s’en aller au may,

Jeunes gens partent leur butin;
De nonchaloir m’accointeray
A lui je m’abutineray
Trouvé l’ay plus prouchain voisin;

Quant j’ay ouy le tabourin
Sonner pour s’en aller au may
En mon lit n’en ay fait affray
Ne levé mon chief du coissin.

De roep van de tamboerijn
wekte me, want het was mei,

maar ik lag in bed en sliep zo blij
ik wilde nog niet wakker zijn;
en zei: “het is te vroeg, dit doet me pijn,
ik slaap liever nog eventjes bij:”

De roep van de tamboerijn
wekte me, want het was mei,

Jongelui verdeelden de buit op het plein;
het was niet van belang voor mij
ik had mijn liefje al nabij
ik had mijn eigen valentijn;

De roep van de tamboerijn
wekte me, want het was mei,
maar ik lag in bed en sliep zo blij
ik wilde nog niet wakker zijn.

Dieu, qu’il la fait bon regarder

Charles d'Orléans / Claude Debussy

Dieu, qu’il la fait bon regarder,
La grâcieuse bonne et belle!
Pour les grans biens qui sont en elle,
Chascun est prest de la louer.

Qui se pourroit d’elle lasser?
Toujours sa beaulté renouvelle.
Dieu, qu’il la fait bon regarder,
La grâcieuse bonne et belle.

Par deça, ne delà, la mer
Ne sçay dame ne demoiselle
Qui soit en tous biens parfais telle;
C’est un songe que d’y penser,
Dieu, qu’il la fait bon regarder.

God, wat een feest om haar te zien,
die gracieuze, mooie, prachtige vrouw!
Die eenieder graag bezingen zou,
en haar schoonheid verheerlijken bovendien.

Wie zou moe kunnen worden van het weerzien?
Haar schoonheid is altijd natuurgetrouw.
God wat een feest om haar te zien,
die gracieuze, mooie, prachtige vrouw!

Aan deze kust, noch zo ver als men kan zien
heeft men ooit een dame of een jonge vrouw
in elk opzicht zo volmaakt gezien.
Een droombeeld, maar waarheidsgetrouw:
God, wat een feest om haar te zien!

Across the bridge of hope

Shaun McLaughlin / Jan Sandström

Orange and green, it does not matter,
orange and green, united now,
don’t shatter our dream,
scatter the seeds of peace over our land,
so we can travel, hand in hand,
across the bridge of hope.

Oranje en groen, het maakt niet uit,
oranje en groen, verenigd nu,
verbrijzelen onze droom niet,
verspreiden de zaden van vrede over ons land,
zodat we hand in hand kunnen reizen
over de brug van hoop.

Gaude et laetare

J.P. Sweelinck

Gaude et laetare, Jerusalem;
ecce Rex tuus venit:
de quo Prophetae praedixerunt,
quem Angeli adoraverunt,
quem Cherubim et Seraphim
Sanctus, Sanctus, Sanctus proclamant.

Verheug u en wees blij, o Jeruzalem;
Zie, uw Koning komt:
die de profeten hebben voorzegd,
die de engelen aanbidden,
die cherubijnen en serafijnen toezingen:
Heilig, Heilig, Heilig.

Laudate Dominum

Psalm 117, J.P. Sweelinck

Laudate Dominum omnes gentes
Laudate eum, omnes populi
Quoniam confirmata est
Super nos misericordia eius,
Et veritas Domini manet in aeternum.

Looft de Heer, alle volken,
prijst hem, alle landen,
want hij heeft zijn genade
over ons bevestigd,
en de waarheid van de Heer duurt eeuwig.

Vers les monts j’ai levé mes yeux

Psalm 121, J.P. Sweelinck

Vers les monts j’ay levé mes yeux,
Cuidant avoir d’enhaut
Le secours qu’il me faut.

Mais en Dieu qui a faict les cieux,
Et ceste terre ronde,
Maintenant je me fonde.

Naar de bergen hief ik mijn ogen,
op zoek naar de hulp
die ik nodig heb van boven.

Wel mijn hulp komt van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft,
bij Hem vind ik steun.

Surrexit Pastor Bonus

Hans Leo Hassler

Surrexit pastor bonus,
qui animam suam posuit
pro ovibus suis,
et pro grege suo mori dignatus est,
Alleluja.

De goede herder is opgestaan,
die zijn leven heeft gegeven
voor zijn schapen,
en hij verwaardigde zich om voor zijn kudde te sterven,
Alleluja.