Sommerlied

Friedrich Rückert / Robert Schumann

Sommerlied

Seinen Traum
Lind’ wob,
Frühling kaum,
Wind schnob,
Seht, wie ist der Blütentraum verweht!

Wie der Hauch
Kalt weht,
Wie der Strauch
Alt steht,
Der so jung gewesen ist vorher!

Ohne Lust
Schlägt Herz,
Und die Brust
Trägt Schmerz;
O wie hob sie sonst sich frei und froh!

Als ich dir
Lieb war,
O wie mir
Trieb klar
Vor dem Blick ein Freudenlenz empor!

Als ich dich
Gehn sah,
Einsam mich
Stehn sah;
O, wie trug’ ichs, daß mein Leben floh!

Wo ist dein
Kranz, Mai?
Wohnt dir kein
Glanz bei,
Wann der Liebe, Sonnenschein zerrann?

Nachtigall,
Schwing dich,
Laut mit Schall
Bring mich
Ab, hinab, zur Ros’ hinab ins Grab!

Zomerlied

Zijn droom
kwam niet uit,
nieuwe lente,
oud geluid;
hoor, hoe ging de liefdesdroom teloor!

Als de wind
zo koud,
als een boeket
droog en oud,
hij, zijn jeugd was plots voorbij!

Harteklop
zonder lust,
vrolijkheid
uitgeblust;
hij was altijd zo vrij en blij!

Toen jij hield
van mij,
o wat was
ik blij;
Ik zag het leven met een zonnige blik!

Toen ik jou
zag gaan,
en ik eenzaam
bleef staan;
Ach, ik zag mijn laatste dag!

Mei zonder
bloemenkrans?
waar ging de
voorjaarsglans
heen, toen de zon van de liefde verdween?

Nachtegaal,
vlieg jij
met kabaal,
leg mij
af, naast de roos in ‘t graf!

Am Bodensee

August von Platen / Robert Schumann

Am Bodensee

Schwelle die Segel, günstiger Wind!
Trage mein Schiff an das Ufer der Ferne; 
Scheiden muß ich, so scheid’ ich gerne, 
Schwelle die Segel, günstiger Wind!

Schwelle die Segel, günstiger Wind! 
Daß ich den Boden, den heimischen schaue, 
Fahre du wohl, Helvetiens Aue, 
Schwelle die Segel, günstiger Wind!

Schwelle die Segel, günstiger Wind! 
Wenn ich auch hier in Entzücken verweile, 
Drüben knüpfen mich liebende Seile, 
Schwelle die Segel, günstiger Wind!

Wiederkehrend nach dem Vaterlande 
hofft ich deine Lilienhand zu drücken, 
trautre Bande 
würden uns, so hofft ich, dann beglücken, 
Wiederkehrend nach dem Vaterlande.

Wehe mir, du bist vorangegangen 
nach viel bessrem Vaterland, o Teure! 
Welch verlangen, 
dass auch ich bald meinen Nachen steure 
nach viel bessrem Vaterland, o Teure!

Op de Bodensee

Bol maar de zeilen, gunstige wind! 
Laat vlug mijn schip naar de oever toe varen; 
scheiden moet ik, toch scheid ik gaarne, 
bol maar de zeilen, gunstige wind!

Bol maar de zeilen, gunstige wind! 
Laat mij mijn thuisland vertrouwd zo aanschouwen,
‘k wens je vaarwel, mijn Zwitserse gouwen, 
bol maar de zeilen, gunstige wind!

Bol maar de zeilen, gunstige wind! 
Ook al verblijf ik dolgraag hier te lande, 
daarginder trekken mij dierbare banden, 
bol maar de zeilen, gunstige wind!

Door terug te keren naar mijn vaderland 
hoopte ik jouw leliehand te vinden, 
en een tedere band 
zou ons, zo hoopte ik, dan in geluk verbinden, 
door terug te keren naar mijn vaderland.

Tot mijn verdriet ben jij reeds voorgegaan 
naar een veel beter vaderland, mijn lief! 
Hoe verlang ik door te gaan, 
ook ik stuur snel mijn scheepje definitief 
naar een veel beter vaderland, mijn lief!