Echo

Christina Rossetti (1830-1894) / Gustav Holst (1874-1934)

Come to me in the silence of the night;
Come in the speaking silence of a dream;
Come with soft rounded cheeks and eyes as bright
As sunlight on a stream;
Come back in tears,
O memory, hope, love of finished years.

O dream how sweet, too sweet, too bitter sweet,
Whose wakening should have been in Paradise,
Where souls brimfull of love abide and meet;
Where thirsting longing eyes
Watch the slow door
That opening, letting in, lets out no more.

Yet come to me in dreams, that I may live
My very life again though cold in death:
Come back to me in dreams, that I may give
Pulse for pulse, breath for breath:
Speak low, lean low
As long ago, my love, how long ago.

Kom bij mij in de stilte van de nacht;
Kom in de sprekende stilte van een droom;
Kom met zachte ronde wangen en ogen zo zacht
Als zonlicht op een stroom;
Kom terug met tranen,
O herinnering, hoop, liefde van voorbije jaren.

O droom hoe zoet, te zoet, te bitter zoet,
Zijn ontwaken in het Paradijs had moeten zijn,
Waar liefdevolle zielen blijven en men elkaar ontmoet;
Waar dorstende verlangende ogen
Uitkijken naar de langzame toegangspoort
Die opengaat, binnenlaat, niet meer naar buiten laat.

Kom toch tot mij in mijn dromen, zodat ik mijn leven
weer kan herleven, hoewel koud in de dood:
Kom terug in mijn dromen, zodat ik kan geven
Hartslag voor hartslag, adem voor adem:
Spreek zachtjes, leg je zachtjes neer
Zoals lang geleden, mijn lief, hoe lang alweer.