Loveliest of trees

Alfred Edward Housman / George Butterworth

Loveliest of trees

Loveliest of trees, the cherry now
Is hung with bloom along the bough
And stands about the woodland ride
Wearing white for Eastertide

Now, of my threescore years and ten
Twenty will not come again
And take from seventy springs a score
It only leaves me fifty more

And since to look at things in bloom
Fifty springs are little room
About the woodlands I will go
To see the cherry hung with snow

Als lieflijkste boom

Als lieflijkste boom staat de kers heel hoog
vol bloesems aan zijn takkenboog
en waar ik door het groen ook reed
voor Pasen was hij in het wit gekleed

Nu in mijn derde tiental in jaren
zal ik er twintig niet meer ervaren
en als ik zeventig lentes mag bestaan
heb ik er nog slechts vijftig te gaan

En om alles in bloei te zien
zijn vijftig lentes heel kort misschien
daarom ga ik er op uit vol ongeduld
om de kers te zien in sneeuw gehuld

Se pietà di me non senti

Nicola Francesco Haym / Georg Friedrich Händel

Se pietà di me non senti

Se pietà di me non senti,
giusto Ciel, io morirò.
Tu da’pace a miei tormenti,
o quest’alma spirerò.

Lieve hemel, heb medelijden

Lieve hemel, heb medelijden,
zo zal ik te gronde gaan.
Breng verlichting voor mijn lijden,
of mijn ziel zal snel vergaan. 

Selve amiche, ombrose piante

Antonio Caldara

Selve amiche, ombrose piante

Selve amiche, ombrose piante,
Fido albergo del mio core,
Chiede a voi quest’alma amante
Qualche pace al suo dolore.

Kalme bossen, o zachte schaduw

Kalme bossen, o zachte schaduw
Trouwe hoeders van onze harten,
Deze zielen vragen van u
Rust en zegen voor al hun smarten.

Cancion de jinete / Ruiterliedje

Federico Garcia Lorca / Einojuhani Rautavaara

Cordoba, lejana y sola              
Jaca negra, luna grande,           
y aceintunas en mi alforga.        
Aunque sepa los caminos          
yo nunca llegaré a Cordoba.      

Por el llano, por el viento,          
jaca negra, luna roja.                 
La muerte me esta mirando       
desde las torres de Cordoba.     

!Ay que camino tan largo!          
!Ay mi jaca valerosa!                  
!Ay que la muerte me espera,    
antes de llegar a Cordoba!         

Cordoba, lejana y sola.

Cordoba, ver en verlaten.
Zwart paardje, heldere maan
en olijven in mijn zadeltas.
Hoe goed ik de weg ook ken
nooit zal ik Cordoba bereiken.

Door de vlakte, tegen de wind,
zwart paardje, rode maan.
De dood staart me aan
vanaf de torens van Cordoba.

Ach, de weg is zo lang!
Ach, mijn dappere paardje!
Ach, de dood wacht me op
voordat ik Cordoba bereiken kan!

Cordoba, ver en verlaten.

Cuando sale la luna

Federico Garcia Lorca / Einojuhani Rautavaara

Cuando sale la luna
se pierden las campanas           
y aparecen las sendas
impenetrables.                 

Cuando sale la luna                   
el mar cubre la tierra                  
y el corazon se siente                
isla en el infinito.                        

Nadie come naranjas                 
bajo la luna llena.                       
Es precioso comer                     
fruta verde y helada.                  

Cuando sale la luna                   
de cien rostros iguales,
la moneda de plata                              
solloza en el bolsillo. 

Als de maan opkomt
verstillen de klokken
en doemen ondoordringbare
paden op.

Als de maan opkomt
bedekt de zee de aarde
en het hart voelt zich
eiland in de oneindigheid.

Men moet geen sinaasappels eten
bij volle maan.
Beter zijn
harde en koude vruchten.

Als de maan opkomt
over honderd eendere gezichten,
hoort men het zilvergeld   
snikken in de beurs.

El Grito

Federico Garcia Lorca / Einojuhani Rautavaara

La elipse de un grito 
va de monte                               
a monte.                      

Desde los olivos                         
sera un arco iris negro               
sobre la noche azul.                            

Ay!

Como un arco de viola
el grito ha hecho vibrar              
largas cuerdas del viento.          

Ay!  
                                           
(Las gentes de las cuevas
asoman sus velones)!

Ay!   

Als een ellips
weerkaatst een gil
tussen de bergen.

Vanuit de olijfbomen
wordt hij een zwarte regenboog
tegen het avondblauw.

Ay!

Als de strijkstok van een viool
deed de gil stembanden trillen
de lange stembanden van de wind.

Ay!

(De grotbewoners steken
hun olielamp naar buiten)

Ay!

Malagueña

Federico Garcia Lorca / Einojuhani Rautavaara

La muerte
entra y sale
de la taberna.

Van caballos negros               
y gente siniestra                         
por los hondos caminos             
de la guitarra.                             

Y hay un olor a sal                     
y a sangre de hembra                
en los nardos febriles                 
de la marina.                              

La muerte                                     
entra y sale                                
y sale y entra                              
la muerte                                    
de la taberna.

De dood
komt en gaat
in de taverne.

Er komen zwarte paarden langs
en duistere lieden
op de verborgen wegen
van de guitaar.

En het ruikt naar zout
en naar meisjesbloed
in het koortsende narduskruid
langs de kust.

De dood
komt en gaat
en gaat en komt
de dood
in de taverne.

Glädjens blomster

Hugo Alfvén

Glädjens blomster i jordens mull,
ack, visst aldrig gro!
Kärlek själv ju försåtlig är för ditt hjärtas ro.
Men där ovan, för hopp och tro
blomstra de evigt friska.
Hör du ej hur andar
ljuvt om dem till hjärtat viska?

Vreugdebloemen in het vuil van de aarde,
ach, die bloeien zeker niet!
De liefde zelf is verraderlijk voor de vrede van je hart.
Maar daarboven, waar hoop is en geloof,
bloeien ze eeuwig fris.
Hoor je de geesten niet zoet over hen fluisteren
tegen je hart?

Sommarpsalm

Carl David af Wirsén / Waldemar Åhlén

Sommarpsalm

En vänlig grönskas rika dräkt
har smyckat dal och ängar.
Nu smeker vindens ljumma fläkt
de fagra örtes-ängar;
Och solens ljus och lundens sus
och vågens sorl bland viden
förkunna sommartiden.

Sin lycka och sin sommarro
de yra fåglar prisa;
Ur skogens snår, ur stilla bo
framklingar deras visa.
En hymn går opp med fröjd och hopp
från deras glada kväden
från blommorna och träden.

Men Du, o Gud, som gör vår jord
så skön i sommarns stunder,
Giv, att jag aktar främst ditt ord
och dina nådesunder,
Allt kött är hö, och blomstren dö
och tiden allt fördriver
blott Herrens ord förbliver.

Zomerpsalm

Een rijk kostuum van hemels groen
versiert vallei en weide,
een briesje waait door het plantsoen
doet kruidengeur verspreiden.
Het zonnelicht, het bosgedicht
het ruisen van de bomen:
de zomer is gekomen.

Een vogel zingt in goede luim
elk zingt zijn eigen liedje,
en deelt met heel het wereldruim
een dankbaar melodietje.
Hun lied van jeugd, met hoop en vreugd
om al die warme uren
laat zomer altijd duren.

Maar U, o God, U geeft dit oord
aan mensen en aan dieren,
Laat mij toch bovenal uw woord
en uw genade vieren.
Het vlees is gras, de bloem valt af,
de mens zal eens verstijven,
maar Heer, uw woord zal blijven.

Haustvísur til Máriú

Kjartan Sveinsson

Máría, ljáðu mér möttul þinn,
mæðir hretið skýja;
tekur mig að kala á kinn,
kuldi smýgur í hjartað inn;
mér væri skjól að möttlinum þínum hlýja.

Máría, ljáðu mér möttul þinn,
mærin heiðis sala;
að mér sækir eldurinn,
yfir mig steypist reykurinn;
mér væri þörf á möttlinum þínum svala.

Þegar mér sígur svefn á brá
síðastur alls í heimi,
möttulinn þinn mjúka þá,
Móðir, breiddu mig ofan á,
svo sofi ég vært og ekkert illt mig dreymi.

Spreid uw mantel uit, Maria
buiten razen de sneeuwstormen.
Mijn ledematen worden stijf, ik lijd pijn,
IJzige kou dringt tot in mijn hart. Laat uw warme mantel mij beschermen tegen de bevriezing.

Spreid uw mantel uit, Maria, gij maagd van hemelse hoogten! Vuur en rook drukken op me, ik ben bang, ik roep u aan.
Laat uw koele mantel mij beschermen
tegen de vlammen.

Als mijn laatste uur komt
en ik mijn ogen sluit,
dek me dan maar toe, moeder, heel zacht
met uw mantel, die schenkt rust.
Zodat ik zalig en rustig in vrede kan slapen .