Sleep now

James Joyce, Samuel Barber

Sleep now, O sleep now,
O you unquiet heart!
A voice crying “Sleep now”
Is heard in my heart.

The voice of the winter
Is heard at the door.
O sleep, for the winter
Is crying “Sleep no more.”

My kiss will give peace now
And quiet to your heart –
Sleep on in peace now,
O you unquiet heart!

Slaap nu, O slaap nu,
O jij rusteloos hart!
Een stem die roept “Slaap nu”
Hoor ik in mijn hart.

De stem van de winter
Hoor ik buiten weer.
O slaap, want de winter
Roept “Slaap niet meer”

Mijn kus geeft je vrede nu
En rust voor je hart-
Slaap door in vrede nu,
O jij rusteloos hart!

Rain has fallen

James Joyce, Samuel Barber

Rain has fallen

Rain has fallen all the day.
O come among the laden trees:
The leaves lie thick upon the way
Of memories.

Staying a little by the way
Of memories shall we depart.
Come, my beloved, where I may
Speak to your heart.

Het regent al

Het regent al de hele dag.
O kom onder de zware bomen:
Het blad op de weg legt beslag
op geheugendromen.

Een beetje samen teruggedacht
aan herinneringen gaan we heen.
Kom, mijn lief, dan spreek ik zacht
tot jouw hart alleen.

Sure on this shining night

James Agee, Samuel Barber, Morten Lauridsen

De tekst van ‘Sure on this shining night’ is een gedeelte uit het gedicht ‘Description of Elysium’. Vooraf gaan vijf coupletten over het prachtige Elysium, dat echter onbereikbaar is. Erna nog vier coupletten met pijn en kou.

Sure on this shining night

Sure on this shining night
Of star-made shadows round,
Kindness must watch for me
This side the ground.

The late year lies down the north.
All is healed, all is health.
High summer holds the earth.
Hearts all whole.

Sure on this shining night I weep for wonder
wand’ring far
alone
Of shadows on the stars.

In deze schitterende nacht

In deze schitterende nacht,
als sterren schaduwen maken rondom,
waakt goedheid beslist over mij
hier op de aarde.

Het voorbije jaar ligt noordwaarts.
Alles is geheeld, alles is gezond.
Hoogzomer houdt de aarde in haar greep.
Alle harten vervuld.

Zeker in deze schitterende nacht ween ik om het wonder,
en dwaal ik ver af
alleen
van schaduwen in de sterrenhemel.

The daisies

James Stephens, Samuel Barber

The daisies

In the scented bud of the morning O
When the windy grass went rippling far!
I saw my dear one walking slow
In the field where the daisies are.

We did not laugh, and we did not speak,
As we wandered happ’ly, to and fro,
I kissed my dear on either cheek,
In the bud of the morning O!

A lark sang up, from the breezy land;
A lark sang down, from a cloud afar;
As she and I went, hand in hand,
In the field where the daisies are.

De madeliefjes

In de zoete kiem van de ochtend O,
Het bloemrijk gras golfd’ af en aan!
Zag ik mijn lief, wat een kado,
In het veld waar de liefjes staan.

We lachten niet, en we zwegen zoet,
En we scharrelden wat in het stro,
Ik kust’ mijn lief als minnegroet,
In de kiem van de ochtend O!

Een leeuw’rik zong, op het frisse land;
Een leeuw’rik zong, uit een wolk vandaan;
En zij en ik steeds hand in hand,
In het veld waar de liefjes staan.

Complainte de la Seine

Maurice Magre / Kurt Weill

Zingbare vertaling

Complainte de la Seine

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

Au fond de la Seine, il y a des fleurs
De vase et de boue, elles sont nourries…
Au fond de la Seine, il y a des cœurs
Qui souffrirent trop pour vivre la vie.

Et puis les cailloux et des bêtes grises…
L’âme des égouts soufflant des poisons…
Les anneaux jetés par des incomprises,
Des pieds qu’une hélice a coupés du tronc…

Et les fruits maudits des ventres stériles,
Les blancs avortés que nul n’aima,
Les vomissements de la grande ville,
Au fond de la Seine il y a cela.

Ô Seine clémente où vont des cadavres
Au lit dont les draps sont faits de limon.
Fleuve des déchets, sans fanal ni havre,
Chanteuse berçant la morgue et les ponts.

Accueill’ le pauvre, accueill’ la femme,
Accueill’ l’ivrogne, accueill’ le fou,
Mêle leurs sanglots au bruit de tes lames
Et porte leurs cœurs parmi les cailloux.

Au fond de la Seine, il y a de l’or,
Des bateaux rouillés, des bijoux, des armes…
Au fond de la Seine, il y a des morts…
Au fond de la Seine, il y a des larmes…

Klaaglied voor de Seine

Daar onder de Seine, daar vind je goud,
Juwelen en wapens, een verroeste boot…
Daar onder de Seine vind je de dood…
Daar onder de Seine wordt alles koud…

Daar onder de Seine, daar bloeit een bloem
Die toch in het slijk tot leven kwam…
Daar onder de Seine, geen enk’le roem
Voor wie zich ooit het leven benam.

En verder de kiezels en de grijze vissen…
Het gif uit riolen dat stilaan verdween…
Ringen weggegooid die ze zullen missen,
Een schroef hakte voeten gladweg van een been…

En dan die verdoemde lijkbleke vruchten,
Kind geaborteerd dat niemand wil,
Braaksels van de stad, chagrijn en zuchten,
Daar onder de Seine wordt alles stil.

Genadige Seine met al je kadavers
In het bed met zijn deken van grijzige prut.
Stroom vol met troep, geen lantaarn of haven,
Zo zing je je lied voor lijkhuis en brug.

Ontvang de sloeber, ontvang de dame,
Ontvang de dronkaard en de psychoot,
Laat je geklots hun snikken beamen,
En zorg voor hun ziel daar onder het schroot.

Daar onder de Seine, daar vind je goud,
Juwelen en wapens, een verroeste boot…
Daar onder de Seine wordt alles koud…
Daar onder de Seine vind je de dood.

Raíz salvaje

Juana de Ibarbourou

Raíz salvaje 

Me ha quedado clavada en los ojos
la visión de ese carro de trigo
que cruzó rechinante y pesado
sembrando de espigas el recto camino.

¡No pretendas ahora que ría!
¡Tú no sabes en qué hondos recuerdos
estoy abstraída!

Desde el fondo del alma me sube
un sabor de pitanga a los labios.
Tiene aún mi epidermis morena
no sé qué fragancias de trigo emparvado.

¡Ay, quisiera llevarte conmigo
a dormir una noche en el campo
y en tus brazos pasar hasta el día
bajo el techo alocado de un árbol!

Soy la misma muchacha salvaje
que hace años trajiste a tu lado.

Wilde wortels

In mijn ogen staat het beeld gekerfd
van die boerenkar geladen met graan
die krakend en zwaar de weg overstak
en met aren bezaaide in het voorbijgaan.

Verwacht nu niet dat ik ga lachen!
Jij weet niet half welke diepe herinneringen
ik heb teruggedacht!  

Van de bodem van mijn ziel glippen
de smaken van pitanga naar mijn lippen.
Mijn gebruinde huid ruikt zelfs stilaan
naar weet ik welke geuren van hopen graan.

Ach, het liefst nam ik je mee
om een nacht in het veld te slapen met z’n twee
en in jouw armen te liggen tot de zon op zal gaan
onder het gastvrije dak van een plataan!

Ik ben nog steeds het wilde meisje
dat je jaren geleden meevoerde aan je zijde.

Russische liederen

diverse tekstdichters en componisten

Omdat ik het Russisch niet beheers heb ik deze liederen vanuit het Engels vertaald. Dus mogelijk wijken de vertalingen iets af van het origineel.

Богородице Дево, радуйся

Богородице Дево, радуйся,
благодатная Марие, Господь с тобою.
Благословена ты в женах,
и благословен плод чрева твоего,
яко Спаса родила еси душ наших.

Sergei Rachmaninov

Wees gegroet, Maria

Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u.
Gezegend zijt gij boven alle vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria, moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars,
nu, en in het uur van onze dood. Amen.

Тебе поем

Тебе поем,
Тебе благословим,
Тебе благодарим, Господи,
и молим Ти ся, Боже наш.

Liturgy of St. john Chrysostom / Piotr Ilyich Tchaikovsky)

Wij bezingen U

Wij bezingen U,
Wij loven U,
Wij danken U, Heer
en aanbidden U, onze God.

Вeчeр

Зари догорающей пламя рассыпало по небу искры.
Сквозит лучезарное море, сквозит лучезарное море,
Затих по дороге прибрежной
Бубенчиков говор нестройный.

Погонщиков звонкая песня
В дремучем лесу затерялась.
В прозрачном тумане
Мелькнула и скрылась
Крикливая чайка.

Качается белая пена у серого камня,
Как в люльке заснувший ребёнок.
Как перлы, росы освежительной капли
Повисли на листьях каштана;

И в каждой росинке трепещет
Зари догорающей пламя.

(Yakov Polonsky / Sergei Taneyev)

Avond

De gloed van de snel ondergaande zon verstrooit zijn vonken door de lucht.
de stralende zee is doorzichtig,
het dissonant klingelen van de koetsen

langs de kustweg valt stil.
de wegstervende liederen van de muilezeldrijvers
verdwalen in het dichte woud.
In de lichte mist vliegt een lawaaiige zeemeeuw
heen en weer en verdwijnt.

Het witte schuim beweegt heen en weer langs de grijze rotskust, als een slapend kind in zijn wiegje.
Als parels hangen verse dauwdruppels
aan de bladeren van de kastanje;

en in elk drupje glinstert
de gloed van de snel ondergaande zon

Посмотри, какая мгла

Посмотри, какая мгла
В глубине долин легла!
Под её прозрачной дымкой
В сонном сумраке ракит
Тускло озеро блестит,
Тускло озеро блестит.

Посмотри, какая мгла,
Посмотри, какая мгла
В глубине долин легла!

Бледный месяц невидимкой,
В тесном сонме сизых туч
Без приюта в небе ходит
И, сквозя, на всё наводит
Фосфорический свой луч.

Посмотри, какая мгла,
Посмотри, какая мгла
В глубине долин легла!

(Yakov Polonsky / Sergei Taneyev)

Kijk, de schaduwen vallen

Kijk, de schaduwen vallen
diep over de valleien.
Onder hun doorschijnende nevel
glinstert het meer zachtjes
in sluimerende schemer,
in sluimerende schemer.

Kijk, de schaduwen vallen,
de schaduwen vallen
diep over de valleien.

Kijk, een bleke ontheemde maan
beweegt ongemerkt langs het gewelf
tussen al die grijze wolken,
alles beschijnend
met zijn lumineuze licht.

Kijk, de schaduwen vallen,
de schaduwen vallen
in de uithoeken van de valleien.

Херувимская песнь

Иже Херувимы тайно образующе,
и животворящей Тройцѣ трисвятую пѣснь припѣвающе.
Всякое нынѣ житейское отложимъ попеченіе.
Aминь.
Яко да Царя всѣх подымемъ,
Aнгельскими невидимо дори-носима чинми. Аллилуіa.

Liturgy of St. john Chrysostom / Piotr Ilyich Tchaikovsky)

lofzang van de engelen

Laat ons, die hier op mystieke wijze de cherubs verzinnebeelden, het driemaal heilige lied zingen
tot de levenschenkende Drie-eenheid.
Laat ons nu alle aardse zorgen opzij leggen.
Zodat wij de Koning van het al kunnen verwelkomen,
die binnentreedt, op onzichtbare wijze begeleid  door de hemelse scharen. Alleluia.

Мери

Пью за здравие Мери,
Милой Мери моей.
Тихо запер я двери
И один без гостей
Пью за здравие Мери.

Можно краше быть Мери,
Краше Мери моей,
Этой маленькой пери;
Но нельзя быть милей
Резвой, ласковой Мери.

Будь же счастлива, Мери,
Солнце жизни моей!
Ни тоски, ни потери,
Ни ненастливых дней
Пусть не ведает Мери.

(Alexander Pushkin / Georgy Vasilyevich Sviridov )

Mary

Ik drink op de gezondheid van Marie,
mijn liefste Marie.
Stilletjes heb ik de deur op slot gedaan,
en in mijn eentje, zonder gasten,
drink ik op de gezondheid van Marie.

Sommige meisjes zijn misschien mooier
en betoverender dan mijn Marie,
deze prachtige kleine fee;
Maar geen enkele meisje zal liever zijn
dan mijn speelse, liefhebbende Marie.

Wees altijd gelukkig, Marie,
zon van mijn leven!
Val nooit ten prooi 
aan zorgen, of nood,
of troosteloze dagen.

Vosstan, boyazliviy

Восстань, боязливый:
В пещере твоей
Святая лампада
До утра горит.
Сердечной молитвой,
Пророк, удали
Печальные мысли,
Лукавые сны!
До утра молитву
Смиренно твори;
Небесную книгу
До утра читай!

(Alexander Pushkin / Georgy Vasilyevich Sviridov)

Sta op, bangerik

Sta op, bangerik:
In je grot
brandt de heilige lamp
tot de morgenstond.
Verdrijf, o profeet,
sombere gedachten
en boze dromen
met oprechte gebeden.
Zeg je gebeden nederig op,
tot de ochtend gloort;
Lees het heilige boek
tot de nieuwe dag verschijnt!

Quanto il mio duol

Giovanni Bocaccio / Orlando di Lasso

Quanto il mio duol senza conforto sia,
Signor, tu ‘l puoi sentire,
Tanto ti chiamo con dolorosa voce.
E dico ti che tanto e si mi cuoce
Che per minor martir la morte bramo.
Venga, dunque, la mia.
Vita crudel e ria
Termini co’l suo colpo ‘l mio furore,
Ch’ove ch’io vada sentiro minore.

[]

Hoe uitzichtloos is mijn verdriet,
Heer, U kent mij door en door,
Zo roep ik u met bedrukt gemoed.
En ik zeg u dat er zoveel is dat mij pijn doet
dat ik om minder te lijden verlang naar de dood.  
Kom dan toch, mijn dood.
Maak met één klap, heftig en groot,
een einde aan mijn miserabele tijden,
zodat ik, waar ik ook ga, minder zal lijden.

Never weather beaten sail

Thomas Campion / Hubert Parry

Never weather-beaten sail more willing bent to shore,   
Never tyred pilgrim’s limbs affected slumber more,      
Than my wearied sprite now longs to fly out of my troubled breast.      
O come quickly, sweetest Lord, and take my soul to rest.        

Ever-blooming are the joys of Heaven’s high paradise,
Cold age deafs not there our ears, nor vapour dims our eyes:  
Glory there the Sun outshines, whose beams the blessèd only see;      
O come quickly, glorious Lord, and raise my sprite to Thee.

Nooit boog zich het verweerde zeil nog gretiger naar de kust,
nooit eerder waren pelgrimsvoeten zo moe en uitgeblust,
zo wil mijn geest ontsnappen aan mijn lijf, zo ongerust.
Kom snel, lieve Heer, leid mijn ziel naar de eeuwige rust.

In volle bloei staan de geneugten van het Hemels paradijs altijd klaar,
daar worden we niet oud en doof, daar krijgen we geen staar:
daar is glorie stralender dan de zon, slechts de uitverkorenen zien het nu;
O kom toch snel, mijn lieve Heer, en verhef mijn geest tot U.

Farewell to Arms

Ralph Knevet / Gerald Finzi

1

The helmet now an hive for bees becomes,
And hilts of swords may serve for spiders’ looms,
Sharp pikes may make
Teeth for a rake,
And the keen blade, the arch enemy of life,
Shall be degraded to a pruning knife:
The rustic spade
Which first was made
For honest agriculture, shall retake
Its primitive employment, and forsake
The rampires steep,
And trenches deep.
Tame conies in our brazen guns shall breed,
Or gentle doves their young ones there shall feed;
In musket barrels
Mice shall raise quarrels
For their quarters:
The ventriloquious drum
(Like lawyers in vacations) shall be dumb:
Now all recruits
(But those of fruits)
Shall be forgot: and the unarmed soldier
Shall only boast of what he did whilere,
In chimneys’ ends
Among his friends.

1

De helm is nu tot bijenkorf verbouwd,
In het heft van een zwaard is een spinnenweb gebouwd,
een puntige lans
verleent de harktanden hun glans,
en de aartsvijand van het leven, de scherpe kling,
zal verworden tot een tuinmes of een keukending;
de grove spade
verdient genade
en zal de boerengrond weer losmaken,
het eenvoudige landwerk, en zal verzaken
om de vestingwal te handhaven,
of de diepe loopgraven.
Tamme konijntjes zullen in onze bronzen kanonnen broeden,
of tedere duiven zullen hun jongen daar voeden;
en de muizen bezetten
de loop van musketten
om een nest op te zetten:
de buiksprekende trom
(als een strafpleiter op zijn vrije dag) is stom:
alle rekruten
(behalve de bruten)
worden vergeten; en de ongewapende soldaat
vertelt nog sterke verhalen over zijn heldendaad,
bij een biertje met zijn kameraden
zeer vastberaden.

2

His golden locks Time hath to silver turned.
O Time too swift! Oh swiftness never ceasing!
His youth ‘gainst Time and Age hath ever spurned,
But spurned in vain; youth waneth by increasing.
Beauty, strength, youth are flowers but fading seen;
Duty, faith, love are roots and ever green.

His helmet now shall make a hive for bees,
And lover’s sonnets turn to holy psalms.
A man-at-arms must now serve on his knees,
And feed on prayers which are Age’s alms.
But though from Court to cottage he depart,
His Saint is sure of his unspotted heart.

And when he saddest sits in homely cell,
He’ll teach his swains this carol for a song:
Blest be the hearts that wish my Sovereign well.
Curst be the soul that think her any wrong.
Goddess, allow this aged man his right
To be your bedesman now that was your knight.

2

De tijd heeft zilveren lokken tussen het goud geweven;
O veel te snel, snelheid die nooit bedaart!
Zijn jeugd heeft immer tijd en leeftijd verdreven,
maar tevergeefs: de jeugd verschrompelt doordat hij verjaart.
Schoonheid, kracht en jeugd zijn de verwelkte bloemen van toen;
plicht, geloof en liefde zijn de wortels, en blijvend groen.

Zijn helm krijgt nu als bijenkorf een tweede leven,
liefdessonnetten worden heilige psalmen alom,
de krijgsman moet nu op zijn knieën dienstbaar leven,
zich voeden met gebeden, de aalmoes van de ouderdom.
Hoewel hij vertrok van het hof naar het platteland,
blijft zijn schutspatrones vertrouwen op haar vlekkeloze gezant.

n als hij neerzit in zijn kot, droef en aangedaan,
leert hij zijn jongens om dit lied te zingen:
“Gezegend zij die mijn Koningin ten dienste staan,
vervloekt de ziel die het kwaad haar op wil dringen”
Godin, vergun het recht aan deze oude vrijbuiter,
uw nederige dienaar te zijn, in plaats van uw ruiter.